Ga naar hoofdinhoud

Is de CK voor springpaarden een wassen neus?

Van: Paardenkrant-Horses.nl
Aan: Kyra Swelheim, Peter van Wegen, Wiepke van de Lageweg

‘De Centrale Keuring voor springpaarden is een wassen neus’, schreef Jacquelien van Tartwijk vorige week in haar column. Dat extra rondje draven heeft geen enkele zin, want iedere aangeboden stermerrie wordt voorlopig keur. Op deze manier gaan de spring- en dressuurmerries nog steeds gelijk op in hun keuringstraject, maar dit lijkt uniformiteit tegen heug en meug. Is het geen tijd dat de specialisatie hier doorgetrokken wordt en de beoordeling van springpaarden eindigt na de stamboekkeuring?


Van: Kyra

Kyra Swelheim, KWPN-jurylid en internationaal springamazone

Daar heeft Jacquelien van Tartwijk wel een punt. Het is ook moeilijk om de springkwaliteiten van een merrie aan een touwtje te beoordelen. De animo voor de keuringen wordt steeds minder. Het keuringsklaarmaken kost een hoop geld. In deze tijd is het ook niet meer zo belangrijk of de moeder van een hengst wel of geen ster is, want de hengstenkeuringscommissie gaat de merrie toch nog zelf bekijken. Ik ben ervan overtuigd dat de beste springmerries naar de NMK worden afgevaardigd. Voor merries met een gelijkwaardig exterieur begrijp ik de procedure wel. Degene die het beste heeft gesprongen bij de stamboekkeuring komt vaak bovenaan te staan. Het is alleen onduidelijk of het exterieur belangrijker is op de CK of het vrijspringen. Stel dat een merrie 70 punten heeft voor haar exterieur maar 95 punten krijgt voor springen. Of een hele mooie merrie wordt met 95 punten ster verklaard op exterieur maar ze springt voor 75 punten. Als daar duidelijke richtlijnen voor zijn, dan weten de fokkers waar ze aan toe zijn. Misschien is het een idee om de merries nog een keer te laten springen op de CK want dan heb je ze twee keer zien springen en heb je daar een beter beeld van. Als een merrie twee keer voor 85 punten springt, kun je echt zeggen dat het een goede springmerrie is.


Van: Peter

Peter van Wegen, fokkerijraadslid en fokker

In Nederland fokken we geen rijpaarden meer maar een spring- of dressuurpaard. Dat betekent dat elke fokrichting een eigen fokdoel heeft en dat we de selectie van dressuuren springpaarden moeten richten op dat fokdoel. We stellen een aantal hele basale fundamentele eisen aan alle fokrichtingen, de correctheid, de keuring ‘op het straatje’, en daarna heeft elke fokrichting zijn eigen traject en zijn eigen selectiecriteria. Voor de springpaarden zijn dat bijvoorbeeld techniek, galop, reflexen en vermogen. Inderdaad moeten de springpaarden op de CK nog één keer een rondje lopen maar het is zeker niet zo dat iedere stermerrie keur wordt. De fokker c.q. eigenaar weet zelf wel of hij op basis van de punten van de bovenbalk kans maakt op het voorlopig keurpredikaat. In Overijssel gaat 70% van de stermerries op voor het voorlopig keurpredikaat. Tijdens de stamboekkeuring wordt het individuele paard gekeurd, terwijl op de CK het paard in de groep loopt. Ongeveer vijf procent van alle bij het KWPN geregistreerde merrieveulens wordt keur. Dat vind ik een prima percentage. Daarentegen wil het stamboek graag dat eigenaren meedoen aan keuringen, dat geeft inzicht in de kwaliteit van de merrie. Het is aan de regio’s om te bepalen hoe de CK eruit moet komen te zien. In Gelderland hebben ze daar al mee geëxperimenteerd. We moeten praktische mogelijkheden bedenken hoe we de fokkers zo goed mogelijk van dienst kunnen zijn met een zo kort mogelijk traject. Als de regio in staat is om hun stamboekkeuring te combineren met de CK binnen de kaders van het keuringsreglement, moeten ze dat gewoon doen. Voor de fokkers scheelt dat tijd en kosten.


Van: Wiepke

Wiepke van de Lageweg, hengstenhouder

De Centrale Keuring heeft in onze ogen wel degelijk zin. De merrie terugzien in een groep met leeftijdsgenoten geeft veel informatie aan de fokkers. Je krijgt informatie over het exterieur en het type merrie. Het is een goede zaak voor de fokkerij om keuringen te blijven organiseren. Keuringen zijn nodig om de kwaliteit van de paarden met elkaar te vergelijken en zo de standaard, met name gericht op de correctheid en het type, hoog te houden. Het houdt fokkers scherp en op deze manier wordt er gewerkt aan het hooghouden van de kwaliteit, zowel van het springen als het exterieur. Ook veulenkeuringen blijven in onze ogen belangrijk. Wanneer je merries en veulens in een keuringsgroep ziet lopen dan krijg je snel een beeld van de fokkerij. Vooral ook bij het gebruik van jonge hengsten is dit belangrijk.

Deze Info@ verscheen woensdag 17 juli in De Paardenkrant. Nog geen abonnee? Sluit dan hier een (online) abonnement af.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.