Ga naar hoofdinhoud

Column Dirk Willem Rosie: Erfenis

Foto: Melanie Brevink-van Dijk

Of ik discussieleider wilde zijn op de ledenvergadering van KWPN-Noord-Brabant. Met stellingen over de zin en onzin van genoomselectie. Het zou dus een avond worden over datgene waar de vereniging zelf nooit voor heeft gekozen, maar – onder het voorgaande bewind – wél mee heeft ingestemd.

Het was de avond van mijn verjaardag, dus ik wist dat ik thuis geen punten zou scoren als ik mijn medewerking zou toezeggen. Maar ik was zelf door dat ‘voorgaande bewind’ aan de kant geschoven. En dan heeft het wel enige betekenis om juist voor zo’n avond gevraagd te worden. Dus ik zei dat ik van de partij zou zijn.

Brandende vraag

Het werd een avond om nooit te vergeten. Met leden die zeiden wat ze ervan vonden. En met een voorzitter en een directeur die daar niet voor zichzelf, maar voor de vereniging zaten. Kwám daar eens om, onder dat voorgaande bewind!

Voor mij was de brandende vraag van deze avond: wat moet je met een erfenis waar je zelf niet voor hebt gekozen en waar je geen snars verstand van hebt? Dumpen zou gelijk staan aan kapitaalvernietiging. Je moet er dus iets mee. Andere stamboeken kijken vol afgunst naar de voorsprong die het KWPN heeft genomen op het gebied van genetica.

‘Het buitenland’

Maar die afgunst is niet afkomstig van buitenlandse fokkers, sporters en handelaren, maar van de wetenschappelijk geschoolde fokleiders van buitenlandse stamboeken. Dat bleek maar weer op de jaarvergadering van de WBFSH in Saumur: twee gestudeerde hoofdinspecteurs van het SWB en het DVB, een in stieren gespecialiseerde professor uit Duitsland, een bejaarde hoogleraar uit Uppsala, dát is ‘het buitenland’ dat ‘vol jaloezie’ naar het KWPN kijkt.

Niemand van het klootjesvolk

Maar waar zijn die buitenlandse wetenschappers dan jaloers op? Niemand behalve foktechnisch specialist Daniëlle Arts van het KWPN die er iets van begrijpt. Dat is waarschijnlijk het grootste probleem van deze erfenis: de fokkers, waar dit allemaal voor bedoeld is, hebben er weinig belangstelling voor. En niemand van het klootjesvolk kan controleren of het wetenschappelijke enthousiasme enige realiteitszin heeft.

Misschien is dat wel het eerste wat we met deze erfenis moeten doen: boekenonderzoek naar betekenis en waarde van de genoomselectie, inclusief (het antwoord op) de vraag of we er iets meer mee kunnen dan alleen een hoofdstuk vullen in het leerboek van het osteochondrose-onderzoek. Kunnen we straks daadwerkelijk aan het DNA van een veulen of embryo al aflezen hoeveel aanleg het heeft voor de sport?

Zolang fokkers op die vraag geen begrijpelijk en controleerbaar antwoord hebben, zullen zij hun schouders ophalen over het enthousiasme van buitenlandse wetenschappers voor onze Hollandse genoomselectie.

Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur

[email protected]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.