Ga naar hoofdinhoud

Column Dirk Willem Rosie: Paardentopsportland

Niet door geluk of toeval, maar met de psychologische druk van vier topproeven won het team – vlnr Diederik van Silfhout, Patrick van der Meer, Edward Gal en Hans Peter Minderhoud – van bondscoach Wim Ernes (uiterst rechts) vorige week dressuurgoud in Aken. © WWW.ARND.NL

Afgelopen zomer bevocht het Nederlandse dressuurteam met het mes tussen de tanden een bronzen medaille op het eigen EK in Rotterdam. Door een knullige uitsluiting van de Britten werd dat eremetaal opgewaardeerd naar zilver. Maar ook dit onverwachte succes kan niet verhullen dat Nederland zijn eerder verworven sterke positie als paardentopsportland heeft prijsgegeven.

Toen Nederland op het EK in Aken in 2015 weer eens ouderwets had huis gehouden, vroeg het Franse blad L’Eperon aan mij om uit te leggen waar al die Oranje successen vandaan kwamen. In Caen hadden de Fransen een jaar eerder al op hun neus gekeken, toen Team Ehrens en Jeroen Dubbeldam al het goud hadden gedolven en zelfs de kansloos geachte Nederlandse eventers met een teammedaille naar huis gingen.

Overal aan gedacht

Ik schreef een artikel over het – toen nog – Rabobank Talentenplan dat in de hele wereld model stond voor talentontwikkeling. En over het creatieve brein van Jacob Melissen, die op een avond uit eten ging met de meest vooraanstaande Nederlandse paardenhandelaren en daar het Springpaardenfonds Nederland aan overhield. Ook het N.O.P. kwam in het L’Eperon-artikel voorbij, om uit te leggen dat we in Nederland overal aan hadden gedacht.

Nu is het tijd om ons af te vragen waarom eremetaal voor de Nederlandse ruiters op de Olympische Spelen van Tokyo 2020 zo ver weg lijkt. Dat N.O.P. is er nog steeds, maar wat is daarvan het tastbare resultaat? Het SFN leeft inmiddels voort als SFN 2, maar wat – ik moet het herhalen – is daarvan het tastbare resultaat? En het KNHS Talentenplan heeft niet alleen zijn sponsor, maar ook zijn magische werking verloren. Ook goede ideeën blijken een bepaalde houdbaarheidsdatum te hebben.

Broederliefde en meerwaarde

Wat achteraf geen goed idee is gebleken is de KNHS-gedachte dat uit de breedte de top vanzelf wel zou voortkomen. Door recreatie, breedtesport en topsport vanuit een huis aan te sturen, zouden deze verschillende leden van de paardensportfamilie broederliefde en meerwaarde aan elkaar gaan beleven. Het tegenovergestelde is het geval. Volgens breedtesporters kost de top veel te veel geld en recreanten vinden topsport met paarden sowieso zielig.

Topsportklimaat

In zo’n vijandig klimaat zou de hippische topsport heel andere bondgenoten moeten zoeken dan de nukkige familieleden uit het eigen huis. Met topfokkers en met het hippische bedrijfsleven, dat zijn producten en diensten graag naar het buitenland verkoopt, is iets te ontwikkelen dat nu ten enen male ontbreekt: een topsportklimaat. We hebben de ruiters, we hebben paarden, we missen alleen de eigenaren die zich door een sociaal en economisch verband gemotiveerd voelen om mee te strijden om de medailles. Dat hebben onze zuider- en oosterburen beter begrepen.

Dirk Willem Rosie, hoofdredacteur

[email protected]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.