Ga naar hoofdinhoud
WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [category_name] => kettingbrieven/2019
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [category_name] => 2019
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [static] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [tag] => 
            [cat] => 165
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [paged] => 0
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 6
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => category
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => 2019
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => pk_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [category] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => 2019
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => pk_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 165
            [name] => 2019
            [slug] => 2019
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 165
            [taxonomy] => category
            [description] => 
            [parent] => 7
            [count] => 30
            [filter] => raw
            [cat_ID] => 165
            [category_count] => 30
            [category_description] => 
            [cat_name] => 2019
            [category_nicename] => 2019
            [category_parent] => 7
        )

    [queried_object_id] => 165
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  pk_posts.ID FROM pk_posts  LEFT JOIN pk_term_relationships ON (pk_posts.ID = pk_term_relationships.object_id) WHERE 1=1  AND ( 
  pk_term_relationships.term_taxonomy_id IN (165)
) AND pk_posts.post_type = 'post' AND (pk_posts.post_status = 'publish') GROUP BY pk_posts.ID ORDER BY pk_posts.post_date DESC LIMIT 0, 6
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 203046
                    [post_author] => 25
                    [post_date] => 2019-10-08 09:26:17
                    [post_date_gmt] => 2019-10-08 08:26:17
                    [post_content] => 

In de vorige aflevering haakte Grand Prix-ruiter Diederik van Silfhout in op de samenwerking tussen paardeneigenaren en de talenten van het KNHS Talententeam. Toen Van Silfhout zelf nog deel uitmaakte van het Rabo Talentenplan nam hengstenhouder Gert Willem van Norel, van de Pretendenthoeve in Wapenveld, contact met hem op omdat hij een ruiter zocht voor zijn paarden. Diederik van Silfhout is benieuwd of Van Norel ook toekomst ziet in de huidige talenten van het KNHS Talententeam. Zou hij deze talentvolle ruiters ook vragen voor de paarden die uit zijn fokkerij komen? In de volgende editie van de Kettingbrief is het woord aan Johan Hamminga.

Beste Diederik,

Mijn leeftijd brengt teweeg dat ik de tijd nog meegemaakt heb dat de paarden voor de wagen of de ploeg liepen. Dat is inmiddels verleden tijd. De trekker heeft het werk overgenomen waardoor ik een ander project moest zoeken voor de paarden. De erfenis die ik van mijn vader heb meegekregen, is dat ik van een mooi charmant paard houd, dat lichtvoetig loopt en waarmee we uit de voeten kunnen. De erfelijkheidsfactor bij de paarden is, en dat geldt ook voor de mens, dat bij bepaalde stammetjes drie of vier generaties achter elkaar dezelfde handicap voorkomt, zowel de positieve als de negatieve. Ik zou menen dat wij als oudere lichting en fokkers een beetje verplicht zijn om de jongelui de kans te geven om betere paarden te rijden. Daarbij moet je proberen om een combinatie bij elkaar te krijgen. Ik ben altijd op zoek geweest naar paarden met talent en jongelui met talent. Annemarie Sanders reed meerdere jaren paarden voor ons. Ik vond dat zij zo’n gave had. Zij heeft destijds aan de weg getimmerd met Amon en later met Vincent en Vanitas.

Coach aanwezig

In mijn geval was het én én. Het Rabo Talentenplan heeft er zeker aan bijgedragen dat jij in beeld kwam, maar ik wilde de jongelui ook de kans geven en ze een goed paard toevertrouwen. Ik vond wel dat er een goede coach aanwezig moest zijn. In jou zag ik potentie. Jouw vader stond achter je. In die tijd was hij al een topruiter. Alex heeft nog de jaren meegemaakt dat de sport net begon en het niveau nog niet zo hoog was. De eisen zijn over de jaren heen steeds zwaarder geworden.
Jij was een jonge knaap met veel talent en inzet. Zodoende kwam ik bij jouw familie terecht. Ik ben ook altijd op zoek geweest naar paarden met de nodige inzet voor het werk en waar ik een jonge ruiter op kon zetten. Je kunt nog zo’n mooi paard hebben, maar als hij niet voor je werkt, heb je er niks aan. Van zo’n paard moet je een standbeeld maken en in de tuin zetten.
In het verleden heb ik me ook weleens uitgesproken over het Rabo Talentenplan. Ik vond het jammer dat de jongelui die al wel een coach achter zich hadden staan, geselecteerd werden voor het Rabo Talentenplan. Ik had destijds een fantastische amazone op stal, maar ik was niet in staat om haar te coachen. Jonge ruiters begeleiden is niet aan mij besteed. Het is jammer dat het Rabo Talentenplan niet de ruiters heeft opgezocht die geen begeleiding hadden, want dat had heel goed kunnen uitpakken. In mijn ogen hebben ze verzuimd door deze categorie ruiters niet op te vangen.

Vooruit blijven kijken

Emmelie Scholtens reed in die tijd bij Stal Laarakkers. Zij kreeg het wel voor elkaar dat ze gesponsord werd, maar ze kreeg daar op stal al begeleiding. Ik snapte heel goed dat de Rabobank net die jongelui eruit pikte die al de gave en de begeleiding hadden. Ze konden nergens meer reclame mee krijgen dan met die jongelui. Voor het Rabo Talentenplan was er geen beter visitekaartje.
Het zou een heel slechte zaak zijn als ik zei dat alleen jij heilig bent en ik de rest links zou laten liggen. Je moet, indien mogelijk, iedereen de kans geven. Zowel de paarden als de ruiters. Je moet wel vooruit blijven kijken. Vroeger was het Rabo Talententeam een opkomend gebeuren. Er was animo voor. Ik moet je nu heel eerlijk bekennen dat ik te druk ben geweest om de huidige talenten uit het KNHS Talententeam te volgen. Er zullen vast en zeker jonge ruiters aan meedoen die ik heel graag op mijn paarden zou willen hebben. Een dag heeft maar 24 uur. Op dit moment zijn we al heel druk bezig met de voorbereidingen op de hengstenkeuring.
Mijns inziens wordt de jeugd tegenwoordig te veel op handen gedragen door de ouders. Gemiddeld genomen hadden wij vroeger in onze jeugd meer felheid in het werk dan de jeugd van vandaag de dag. Wij gingen ervoor. Als wij de jongelui op handen zouden moeten dragen omdat er wat moet gebeuren, zijn we fout bezig. Ruiters die goed willen worden in hun vak, moeten zelf de ambitie hebben om goede paarden onder het zadel te krijgen. Ze moeten daar zelf de inzet en de power voor tonen.

Braaf en inzet

Als fokkers zijnde moeten we er ook voor zorgen dat we brave paarden fokken die inzet hebben. We moeten geen paarden fokken die steigeren of weigeren. Ik ben erg happy met de eerste nakomelingen van de hengst Expression want ze willen werken en ze zijn braaf. Zijn eerste nakomelingen staan al weer bij jou op stal. Dat zijn heel fijne jonge paarden met een fijn karakter.

Brutaler

Als ik terugdenk aan vroeger, weet ik dat wij veel brutaler waren in de omgang met paarden en in de rijerij dan de jeugd van vandaag de dag. Wij hadden toentertijd nog geen televisie dus wij waren een stelletje jonge honden en katten. We klommen in de bomen en de hooiberg. Het was nooit gek genoeg. We waren druk bezig met kwajongenswerk. Wij hebben de paarden nog meegemaakt voor de ploeg en de wagen en dan moest je geen luie trapzak hebben. Het karakter van de mens was toen ook bepalend voor de fokkerij, dus de paarden waren qua karakter heel anders dan nu.
Ondanks mijn leeftijd vind ik de fokkerij nog steeds moeilijk, en waarom? Je draait geen knopje om en je fokt een goed paard. Met paarden is het altijd weer afwachten. Het duurt jaren. In de fokkerij moet je geduld hebben, maar anders was er ook niks aan. Je moet de juiste hengst uitzoeken bij de plus- en minpunten van je merrie. Met fokken zie je de toekomst tegemoet. Dat is het boeiende voor elke goedwillende fokker. Dit houdt mij nog elke dag jong. Ik geef het stokje door aan Johan Hamminga.

Beste Johan,
Hoe denk jij dat we Duitsland kunnen evenaren in het opleiden van jonge paarden en jonge ruiters/amazones, gezien het huidige (grote) niveauverschil tussen Nederland en Duitsland (dressuur). Hoe zet je jouw ervaring als KNHS-adviseur in met betrekking tot bovengenoemd onderwerp, gezien het feit dat het Nederlandse opleidingsinstituut Deurne is gesloten. In Duitsland is wel nog een opleidingsinstituut (Warendorf).
Met vriendelijke groet,
Gert Willem van Norel

[post_title] => 67. Gert Willem van Norel: 'Met fokken zie je de toekomst tegemoet' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 67-gert-willem-van-norel-met-fokken-zie-je-de-toekomst-tegemoet [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-10-08 09:26:19 [post_modified_gmt] => 2019-10-08 08:26:19 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=203046 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 203043 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-10-08 09:22:08 [post_date_gmt] => 2019-10-08 08:22:08 [post_content] =>

Grand Prix-dressuurruiter Diederik van Silfhout heeft de Kettingbrief ontvangen uit handen van Monique van der Heijden, projectleider Topsport en Talentontwikkeling bij de KNHS. Diederik van Silfhout behoort tot één van de voormalige talenten uit het Rabo Talententeam. Alhoewel de sport hem van huis uit met de paplepel is ingegoten, heeft hij door deelname aan het Rabo Talentenplan ook extra ondersteuning gekregen vanuit de KNHS. In deze aflevering vertelt de ruiter uit Lunteren op welke manier hem dat heeft gevormd tot een succesvolle internationale Grand Prix-ruiter. Volgende week vallen we met de deur in huis bij hengstenhouder Gert Willem van Norel van de Pretendenthoeve in Wapenveld.

Beste Monique,

Ik heb heel veel goede herinneringen overgehouden aan het Rabo Talentenplan. Het was super leuk, ook samen met de spring- en eventingruiters. We waren echt een team. Alle ruiters uit het Talententeam praatten toen veel met elkaar, bovendien werden er ook stalbezoeken gehouden. Ik heb daar echt wel veel van geleerd. Je wordt er alleen maar wijzer van als je erachter komt hoe anderen tegen bepaalde zaken aankijken.

Mediaschuw

Toen ik nog bij de jeugd reed, lukte het me elk jaar om in het team terecht te komen. Ik behoorde altijd een beetje tot de beste drie of vier jeugdruiters. De toenmalige bondscoach selecteerde in die periode de ruiters voor het Rabo Talentenplan. Blijkbaar hebben ze toch iets in me gezien, want anders hadden ze me niet voorgedragen als talent. Het eerste jaar dat ik in het Rabo Talententeam kwam, was ik mediaen mensenschuw. Ik was heel verlegen. Ik had moeite met de media omdat ik niet wist wat ik moest zeggen. Daarbij kwam ook nog kijken dat ik op concours best veel problemen had met mijn zenuwen. Vroeger had ik al last van spanning als ik met mijn pony op wedstrijd moest. Dat zat dus in me.
Via het Rabo Talentenplan ben ik in contact gekomen met Humberto Tan en Marl van der Toorn. Zij interviewden me om te kijken hoe ik als persoon was. Dat had als gevolg dat ik op een gegeven moment een advies kreeg. Ik moest mediatraining volgen en naar een sportpsycholoog gaan om aan de slag te kunnen met mijn problemen. Dus juist met datgene waar ik zoveel moeite mee had. Met de mensen van het Rabo Talentenplan werd er toen een heel duidelijk plan opgezet waar ik mijn budget aan kon besteden. Alles ging dus in overleg en kwam op papier te staan. Er moest wel een bepaalde motivatie zijn vanuit mijn kant en ook ontwikkeling worden getoond.

Zenuwen onder controle

Door de mediatraining en sportpsychologie heb ik echt geleerd hoe ik met de media en mijn eigen stress om moet gaan. Ik was nog heel jong en het is heel goed geweest om te leren hoe ik mijn zenuwen onder controle kon houden. Ik heb daar heel veel aan gehad. Ik heb geleerd wat er met mijn paard gebeurde op het moment dat ik stress had. De afgelopen tien jaar heb ik helemaal geen problemen meer ondervonden door mijn wedstrijdstress. Het is gewoon weg. Natuurlijk ben ik wel zenuwachtig. Ik heb gezonde spanning, maar de begeleiding vanuit het Talentenplan heeft eraan bijgedragen dat ik dat onder controle heb gekregen. Je kunt nog zulke goede paarden onder je kont hebben of de beste trainer van de wereld naast je hebben staan, het komt niet goed als je in de heg over staat te geven van de zenuwen op het moment dat het in de ring moet gebeuren.
In principe kon ik altijd een beroep doen op de begeleiding van het Talentenplan. Zeker op die leeftijd, als je bij de pony’s, children, junioren, young riders of U25 rijdt, is het gewoon heel belangrijk dat er begeleiding is. Je zult een keer falen en een keer winnen. Dat hoort er allemaal bij. Op een gegeven moment moet je leren om daarmee om te gaan en kunnen relativeren. Je leert de draad weer op te pakken en vervolgens probeer je beter te worden. Daarin heeft het Talentenplan me heel erg gestimuleerd. Het heeft er wel erg aan bijgedragen dat ik me hier bewust van ben geworden. Mijn topsportcarrière nam een vogelvlucht. Voor mij is dat wel ideaal geweest.

Moeilijke paarden

Uiteindelijk heb ik zeven jaar in het Rabo Talententeam gezeten; tot mijn 22e in 2010. Ze kozen toen de twaalf meest belovende of goed presterende jeugdruiters uit voor het Rabo Talententeam. Ik vraag me ook af wanneer je alles in huis hebt. Het is maar net hoe je het bekijkt. Toen ik bij de jeugd begon, reed ik niet de makkelijkste paarden. Mijn vader en ik hadden een goede stal, maar het was voor mij geen tafeltje dekje. Ik moest er echt wel wat voor doen. Ik kreeg wel paarden te rijden met kwaliteit, aan de andere kant waren dat moeilijke paarden. Het waren meestal paarden die een probleem hadden en het bij andere ruiters niet deden. Wij hadden ook niet de centen om een paard te kopen van zes ton. Wij moesten de paarden zelf opleiden. Mijn vader wilde me daar wel bij helpen, maar ik moest het ook zelf doen.

Nooit uitgeleerd

Vanaf het begin heb ik altijd gezegd dat ik uiteindelijk het beste uit mezelf en mijn paarden wilde halen. Als je daar voor de volle honderd procent voor gaat, kun je ook ver komen. Je kunt nog zoveel paarden rijden, maar als je die verwachting niet waar kunt maken, ben je nog nergens.
Als je de boel echt goed op orde wilt houden, is het raadzaam dat er iemand meekijkt. Dat is erg belangrijk. Je bent nooit uitgeleerd. Niemand kan het alleen doen. Degene die zegt dat dat wel kan, daar komt niks van terecht. Mijn vader staat heel vaak langs de kant van de rijbaan. Dat gebeurt alleen niet 24 uur per dag, zeven dagen per week, maar zo’n twee of drie keer in de week. Mijn vader is veel weg, dus ik doe ook veel zelf. Hij staat ‘s morgens weleens in de bak en hij kijkt met me mee als hij zelf aan het rijden is. Of we spreken af dat we drie paarden samen doen.
Ik denk dat hengstenhouder Gert Willem van Norel een interessant vervolg kan geven aan mijn verhaal. Wij hebben een aantal paarden samen. Vijftien jaar geleden zijn wij gaan samenwerken. Ik zat toen nog in het Rabo Talententeam. Van Norel belde mijn vader destijds omdat hij een jonge hengst had. Hij vroeg zich af of wij interesse hadden om die hengst te trainen. Zo is het begonnen. Je hebt deze mensen toch nodig, anders komt het niet goed.

Beste Gert Willem,
Ik ben benieuwd hoe jij aankijkt tegen de jonge talenten van nu en de jonge paarden uit jouw fokkerij. Hoe zie jij dat in de toekomst samen?
Met vriendelijke groet,
Diederik van Silfhout

[post_title] => 66. Diederik van Silfhout: 'Het was geen tafeltje dekje' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 66-diederik-van-silfhout-het-was-geen-tafeltje-dekje [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-10-08 09:22:11 [post_modified_gmt] => 2019-10-08 08:22:11 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=203043 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 202967 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-09-25 09:03:05 [post_date_gmt] => 2019-09-25 08:03:05 [post_content] =>

Voormalig internationaal springruiter Piet Raijmakers had voor het vervolg op zijn Kettingbrief geen betere partij uit kunnen kiezen dan de KNHS. Dit is dé manier om ruchtbaarheid te geven aan het scouten van jonge talentvolle ruiters. Monique van der Heijden is als projectleider Topsport en Talentontwikkeling de aangewezen persoon bij de KNHS om verslag te doen over het Talentenplan. Denkt zij dat het zinvol is als jonge ruiters van rijverenigingen of ponyclubs op regionale en landelijke kampioenschappen op de hoogte worden gebracht van talentwerving? In de volgende aflevering is het woord aan Grand Prix-dressuurruiter Diederik van Silfhout.

Beste Piet,

Wat ben jij met een mooi initiatief bezig! De doelgroep die in jouw brief staat omschreven, heeft inderdaad nog veel kennis nodig om verder te komen in de sport. Het is voor iedere sporter belangrijk om ervaring op te doen binnen een topsportomgeving, want dat is het beste voorbeeld dat er is. Dit is vooral heel waardevol voor de ontwikkeling van de sporter. We juichen het alleen maar toe als er vanuit de topsport wordt geïnvesteerd in jong talent. Jij hebt hier altijd belangstelling voor gehad. Dat maakt jou bijzonder.
Het Talentenplan dat jij destijds mede in het leven hebt geroepen, is in wezen hetzelfde gebleven. De manier waarop de talenten worden gescout, gebeurt in grote lijn nog steeds op dezelfde wijze. Dat gebeurt nog steeds met medewerking van topsporters, de bondscoaches en de trainers uit het KNHS Trainers Platform. Dat deze toppers zich inzetten voor de volgende generaties is bijzonder en daar zijn we trots op. In het buitenland kijkt men daar met jaloezie naar. Tegelijkertijd hebben we het Talentenplan de afgelopen jaren uiteraard op diverse fronten verbeterd waarbij er meer aandacht is voor zelfregulatie, zelfreflectie, de rol van ouders en planmatige persoonlijke ontwikkelingsplannen.

Nationale Talentendag

De sport ontwikkelt continu, dus het KNHS Talentenplan ook. Aan het begin van ieder jaar stemmen we daarom met de bondscoaches onder meer af wat de deelnamenormen zijn om aan de Nationale Talentendag mee te mogen doen. De doelstelling hiervan is dat de doorstroom van de geselecteerde combinaties naar de jeugdkaders steeds een realistisch streven blijft. In de afgelopen vijf jaar hebben we de deelnamenormen twee keer aangescherpt.
De doelgroep die wij woensdag 4 september hebben gescout op onze jaarlijkse Talentendag behoort tot de onderste laag van het KNHS Talentenplan. Wij noemen deze ruiters de beloften. Dit is de grootste groep paardensporters die in aanmerking komt voor een NOC*NSF-status.
Wij zijn op zo’n dag op zoek naar combinaties die over één of twee jaar de overstap kunnen maken naar de jeugdkaders. Ruiters in de jeugdkaders zijn onderdeel van de volgende lagen van het KNHS Talentenplan. De nationale en internationale talenten. Afhankelijk van hun leeftijd en resultaten kunnen ruiters doorgroeien naar het KNHS Talententeam, het topje van het KNHS Talentenplan. Het Talentenplan is het lab voor toekomstig goud en daarom investeert de bond hier ook in. Meer dan de helft van de ruiters uit de medaille winnende teams van de afgelopen jaren komt voort uit het Talentenplan. We hebben daarnaast de afgelopen jaren een groeiende effectiviteit gemeten van het Talentenplan, ook daar zijn we trots op.

Stappen richting topsport

Voor veel jonge ruiters is het nog onduidelijk hoe ze kunnen doorstromen naar het Talentenplan en de jeugdkaders. Jouw oproep is daarom heel erg goed. De KNHS moet er zorg voor dragen dat we de jeugd en hun ouders nog beter informeren. Ouders horen te weten welke stappen er worden gemaakt richting de topsport. Als ouders merken dat hun kind interesse toont om zich te ontwikkelen en ook verder wil komen in de sport, kunnen ze daar op onze website meer informatie over vinden. Daarnaast lijkt het mij ook een goed idee om de kinderen te bereiken via social media, bijvoorbeeld door middel van video’s, in plaats van een stand op regionale of landelijke kampioenschappen.
Het KNHS Talentenplan is ontwikkeld voor ruiters vanaf twaalf jaar. Het verbindt de breedtesport met de topsport. De doelstelling hiervan is om combinaties te scouten die met extra hulp door kunnen stromen naar de jeugdkaders. De ruiters die we daarvoor scouten zijn al redelijk bedreven in de sport. Dat is een stap verder dan waar jij je mee bezighoudt. Jij doelt op de groep ruiters die eronder zit en zoekende is. Jij praat over een heel grote kweekvijver.

Programma's breedtesport

Op dit moment bieden de KNHSregio’s en de TTC’s (Talenten Trainings Centra’s) al heel mooie programma’s aan voor de breedtesportruiters waar jij het over hebt. Bovendien zijn er ook particuliere initiatieven. Ik denk wel dat het goed is dat de KNHS dat nog meer gaat stroomlijnen. De initiatieven die er zijn ontwikkeld, zijn per regio nog vrij verschillend. De KNHS-regio’s werken met vrijwilligers, dus bij de ene regio loopt het programma beter dan bij de andere regio omdat ze daar meer op inzetten. Leren van elkaar helpt enorm en zou de uniformiteit kunnen vergroten. Op het Trainersplatform zullen wij onze trainers ook gaan informeren hoe ze dit initiatief mee kunnen nemen in hun trainingen.
Als je kijkt naar andere sporten is het vrij uniek dat er zoveel topsporters zijn die een bijdrage leveren aan de sport. Zelfs gedurende hun eigen topsportcarrière maken ze tijd vrij om te investeren in de jeugd. Kennis delen is ze met de paplepel ingegeven. Paardensport is ook een lifestyle. Paardensporters zijn hun hele leven lang bezig met de sport.

Steun van anderen

Iedere topsporter heeft een aantal managementskills nodig, maar er zit een wezenlijk verschil tussen paardensport en andere sporten. De ideale paardensporter moet aan veel meer voldoen om uiteindelijk topsporter te worden. Naast de wil om beter te worden, onder druk te kunnen presteren en een goede rijtechniek te beheersen, moet een topsporter ook een goede ondernemer, manager en teambuilder zijn. Een paardensporter kan dat niet zonder de steun van anderen doen. Zijn of haar omgeving is belangrijk in het geheel. Ook regionaal kunnen we ons in het scoutingsproces richten op de achterban die de ambitie van de ruiter ondersteunt en ertoe bijdraagt dat ze via het Talentenplan kunnen doorstromen naar de beloften. Om aan te sluiten bij dit programma is het met name goed als de jonge ruiters niet alleen op talent, maar ook op topsportambitie en zelfregulatie worden gescout. Ik geef de Kettingbrief graag door aan Diederik van Silfhout.

Beste Diederik,
Jij bent jaren lid geweest van het KNHS Talententeam en was altijd zeer betrokken bij de activiteiten. Thuis heb je de beste instructie, heel veel kennis en heel goede paarden binnen handbereik. Ondanks dat deze voorwaarden allemaal al voorhanden waren, bleef je graag deelnemen aan het KNHS Talententeam. Er bereikt ons met enige regelmaat kritiek dat veel ruiters in het team de ondersteuning niet nodig hebben, omdat ze die van huis uit wel krijgen. Veel van de ruiters die daadwerkelijk in het team zitten, geven echter aan dat ze juist heel blij zijn met de ondersteuning. Kun jij uitleggen wat het KNHS Talententeam heeft toegevoegd aan jouw ontwikkeling tot de topsporter die je nu bent en waarom het belangrijk voor je is geweest?
Met vriendelijke groet,
Monique van der Heijden

[post_title] => 65. Monique van der Heijden: 'Richten op achterban die ambitie ruiter ondersteunt' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 65-monique-van-der-heijden-richten-op-achterban-die-ambitie-ruiter-ondersteunt [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-09-25 09:03:09 [post_modified_gmt] => 2019-09-25 08:03:09 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=202967 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 202927 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-09-18 10:14:57 [post_date_gmt] => 2019-09-18 09:14:57 [post_content] =>

Timon van Leiden, stagiair bij Stal Ehrens, wees voormalig internationaal springruiter Piet Raijmakers aan voor de voortzetting van de Kettingbrief. Ze kennen elkaar al enige tijd. Toen Timon van Leiden het voornemen had om de paarden in te gaan, heeft hij twee weken proef kunnen draaien bij Piet Raijmakers. Dit is een mooi schoolvoorbeeld van het initiatief waar Piet Raijmakers mee bezig is. In deze Kettingbrief legt Raijmakers uit hoe hij aankijkt tegen het toekomstperspectief van jonge ruiters en amazones die de springsport niet met de paplepel zijn ingegeven. Volgende week doet Monique van der Heijden, projectleider Topsport & Talentontwikkeling bij de KNHS, haar verhaal.

Beste Timon,

In eerste instantie was jij al gek van paardrijden toen je bij me kwam. Jij stond met jouw paard bij de Eindhovense manege. Je hebt twee weken met ons meegedraaid. Al vrij snel werd duidelijk dat onze wereld een hele andere wereld is. Je keek ervan op wat er allemaal gebeurde. Onze paarden werden drie keer op een dag van stal gehaald en tijdens de training werkten we langdurig met de paarden. Jouw eerste week voelde misschien aan als een rare week, maar in jouw tweede week begon je het nut ervan in te zien. Na tien of twaalf dagen merkte je dat ook aan jouw eigen paard. Je voelde je paard veranderen. Er ging een hele nieuwe wereld voor je open.

Geluk nodig

Het mooie is dat je nu op stal bent bij Rob Ehrens. Hij is iemand die de tijd neemt. In zijn jeugd heeft hij, net zoals ik, ook meegemaakt waar jij nu mee bezig bent. Rob en ik hebben 45 jaar ervaring en wij zijn bereid om jonge mensen te helpen. In mijn ogen moeten wij dat ook doen, want dat is de enige manier om onze sport positief naar buiten uit te dragen. Je hebt toch het geluk nodig dat je met goede paardenmensen in aanraking komt, want dan ga je met grote sprongen vooruit. Je loopt dan ook niet zo vlug tegen iets aan waarvan je denkt dat er een oplossing voor is die jijzelf nog niet weet. Als je elke keer opnieuw het wiel uit zou moeten vinden, ben je daar heel wat jaren voor kwijt. Mijn intentie is om jonge ruiters te helpen die over talent beschikken. Het heeft weinig zin om Maikel van der Vleuten of Timothy Hendrix te helpen. Deze ruiters gaan al naar grote concoursen toe en worden door hun vader geholpen. Ze worden wel op de rails gehouden. Deze situatie ligt alleen iets anders voor de talenten waarvan de ouders niet weten hoe de paardenwereld in elkaar steekt en ik wil hen daarmee helpen.

Gruwelijk gemotiveerd

Al enige tijd help ik vijf jonge kinderen. Twee weken geleden zijn ze toevallig allemaal bij mij op stal geweest en ik vond dat geweldig. Als je elke ochtend met vijf kinderen werkt die gruwelijk gemotiveerd zijn om te leren, is dat heerlijk om te doen. Zeker als je merkt dat het zijn vruchten afwerpt. Ze vinden het geweldig om te voelen dat er meer inzit. Problemen worden direct opgelost. Het ergste is om tijdens het paardrijden tegen problemen aan te lopen en dat er geen mensen in je omgeving zijn die het probleem kunnen oplossen. Zowel de ruiters als de ouders kunnen aan mij vragen stellen op het moment dat ze ergens geen weet van hebben. Het gaat hierbij niet alleen om rijtechnische aspecten, maar bijvoorbeeld ook om het aanvragen van buitenlandse wedstrijden. Anderzijds zijn er ook al resultaten geboekt. Een aantal weken geleden kwam ik één van de ruiters, Joyce Wolters, tegen in Samorin voordat zij een week bij ons op stal kwam. Ze reed daar individueel dubbel nul in de landenwedstrijd en won de Grote Prijs. Dat was voor mij een mooie bevestiging dat zij een talent is. Dankzij Peter Bulthuis kan zij thuis veel paarden rijden. Zij doet hierdoor heel veel ervaring op. Peter is iemand die zoiets steunt en een ruiter de kans geeft om verschillende paarden te laten rijden.

Bovengemiddeld paardrijden

Ik heb bewust gekozen voor de children omdat de meeste ouders van hen nog niet goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Hun dochter of zoon rijdt toevallig paard. Ze hebben soms niet in de gaten dat hun kind bovengemiddeld paardrijdt. Ze weten ook niet dat er een team is voor children en dat er in Ermelo weekenden worden georganiseerd waar getraind wordt. Deze mensen moeten eerst op weg worden geholpen. Vaak zijn ze te laat op het moment dat ze die weg zelf hebben gevonden. Als jeugdruiters eenmaal bij de junioren of young riders rijden, is het allemaal wel bekend hoe dat spelletje verloopt. Het is helemaal niet mijn doel om kinderen weg te halen bij hun trainers. Ze hebben allemaal een eigen trainer. Ik wil ze alleen maar helpen. Met zijn tweeën win je toch meer dan alleen. We overleggen met elkaar als ze bij me komen. Ik doe dat voor niets. Het is een aardigheid om met talentjes te werken. Het gaat er mij om dat kinderen erachter kunnen komen hoe goed ze zijn. Als jonge ruiters goed worden opgevangen en ook bijles krijgen, kunnen ze in de ring laten zien dat ze goed rijden. Daar komen vanzelf mensen op af die vragen of ze hun paarden willen rijden. Ik ken genoeg mensen die hun paarden ter beschikking willen stellen. De bedoeling hiervan is dat de betere ruiters in contact komen met de betere paardeneigenaren.

Andere talenten ontdekken

Het mooiste zou zijn als springamazone Joyce Wolters in het team zou komen bij de pony’s. Ik hoop ook dat één van de jongens bij de children komt te rijden. De intentie is om een paar jonge ruiters af te leveren die in het team komen. Daarna zullen deze ruiters wel worden overgenomen door de hippische sportbond en weer door andere trainers begeleid worden. Na twee of drie jaar kan ik weer een paar andere talenten ontdekken en daar weer mee verder gaan. Ik kan ook niet de hele wereld helpen.
Ik vind niet dat er in Nederland te weinig aandacht wordt besteed aan talenten. Het probleem is alleen dat de mensen niet weten hoe ze via de hippische sportbond in aanmerking kunnen komen voor het team of voor begeleiding. Ik vind dit een mooie aanleiding om de Kettingbrief door te sturen naar Monique van der Heijden, projectleider Topsport & Talentontwikkeling bij de KNHS.

Beste Monique,
Het Rabo Talentenplan is bij mij aan de keukentafel ontstaan. Ik heb destijds met Anky gebeld met de vraag of ze hieraan wilde meewerken. Het Rabo Talentenplan is uiteindelijk heel groot geworden en heeft zijn vruchten afgeworpen. Er zijn al wel een paar initiatieven, maar ik vind dat de KNHS nog duidelijker moet laten weten aan rijverenigingen en ponyclubs hoe jonge ruiters daarvoor in aanmerking kunnen komen. Talent dat erboven uitsteekt moeten we er zo vlug mogelijk bij betrekken. Is het een idee om op regionale of landelijke kampioenschappen flyers uit te delen aan de kinderen en een stand neer te zetten waar de ouders van de kinderen terecht kunnen?
Met vriendelijke groet,
Piet Raijmakers

[post_title] => 64. Piet Raijmakers: 'Met zijn tweeën win je toch meer dan alleen' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 64-piet-raijmakers-met-zijn-tweeen-win-je-toch-meer-dan-alleen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-09-18 10:15:00 [post_modified_gmt] => 2019-09-18 09:15:00 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=202927 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 202844 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-09-04 09:39:24 [post_date_gmt] => 2019-09-04 08:39:24 [post_content] =>

In de afgelopen twee afleveringen van de Kettingbrief zijn de ontwikkelingen uitgelicht binnen het Limburgse paardenonderwijs. Vorige week maakte Vilja Ehrens, de echtgenote van springbondscoach Rob Ehrens, gebruik van de gelegenheid om een eigen stagiair aan het woord te laten in de Kettingbrief. In deze editie vertelt Timon van Leiden, BBL-student bij het CITAVERDE College, over zijn persoonlijke ervaring met de opleiding tot bedrijfsleider paardensport en -houderij. Zijn stageperiode bij stal Ehrens in Weert komt ook ter sprake. Voor het vervolg wendt Timon van Leiden zich tot voormalig internationaal springruiter Piet Raijmakers.

Beste Vilja,

Je hebt me in de hieraan voorafgaande brief de volgende vraag gesteld: hoe draagt de opleiding bij aan jouw toekomst als échte paardenman? Een moeilijke vraag, maar ik zal in deze brief proberen daar zo goed mogelijk antwoord op te geven. De opleiding MBO BBL Bedrijfsleider paardensport en -houderij is een praktische driejarige opleiding. De nadruk ligt op je individuele ontwikkeling in het stagebedrijf. Al werkend verbeter je je kennis en vaardigheden. Het theoretische gedeelte is bedoeld als kader en er worden praktijkdagen georganiseerd om het rijden en lesgeven te verbeteren. Maar ben je na afronding van deze opleiding dan op weg om een echte paardenman te zijn?

Maximale inzet

Er komen steeds meer initiatieven voor jeugdruiters om een kans te krijgen zich te ontwikkelen. Dat is heel goed denk ik. Met een gerichte opleiding zoals het CITAVERDE onderscheid je je van de hobbyruiters. Hoe je je verder als paardenman ontwikkelt, ligt volgens mij ook voor een groot deel aan de kansen die je krijgt. Ik ben ervan overtuigd dat je door keihard te werken, met een enorme motivatie en bedrevenheid je ook kansen kan creëren. Daarbij moet je kunnen omgaan met tegenslagen, mentaal weerbaar zijn en heel veel doorzettingsvermogen hebben. Dat leer je niet op een opleiding, maar misschien wel op een goed stagebedrijf. Door maximale inzet kun je bovendien ook beter gebruik maken van de kansen die je krijgt. Om terug te komen op jouw vraag, denk ik dat een echte paardenman zich kenmerkt door heel veel kennis, ervaring en kunde. Maar vooral ook door bevlogenheid en bedrevenheid. De eerste kenmerken kun je opdoen door veel ervaring en een opleiding zoals het CITAVERDE te volgen, maar de laatste twee kenmerken zeggen iets over je eigen persoonlijkheid. De opleiding van het CITAVERDE is na drie jaar afgerond, maar de opleiding tot echte paardenman is levenslang.

Nieuwe inzichten

In de opleiding wordt gewerkt met de basiskennis van vroeger, maar worden ook nieuwe inzichten geïntroduceerd, zoals bijvoorbeeld de effecten van een paardenmasseur en -tandarts, maar ook de verschillende systemen van rijden komen aan de orde. Deze brede kennis draagt bij aan nieuwe inzichten. In de paardenwereld komen naast alle theorieën en gewoonten van vroeger ook steeds meer nieuwe ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan ontwikkelingen rondom hoefbeslag.
Ik kan me voorstellen dat de echte paardenmensen van vroeger soms moeite kunnen hebben met deze ‘nieuwe’ ontwikkelingen. Die paardenmensen van ‘vroeger uit’ zijn wel de basis van alles waar we nu op door kunnen bouwen. Ik denk dus dat een echte paardenman van deze tijd zeker die belangrijke basis moet hebben, maar natuurlijk ook moet kunnen meegaan in de toekomstige paardenwereld.
Ook is er een groot verschil tussen iemand die alleen goed kan paardrijden en een paardenman die veel kennis van het vak heeft. Mijn doel is om dat te kunnen combineren. Ik hoop dat veel andere studenten op mijn opleiding daar ook in willen slagen, want daar kunnen we de volgende generaties uiteindelijk ook mee opleiden waardoor de kennis van vroeger blijft bestaan.

Eindhovense manege

Ik kom zelf niet uit een professioneel paardengezin. Mijn vader heeft niet veel met paarden. Mijn moeder wel, maar heeft er nooit haar werk van gemaakt. Via haar ben ik geïnteresseerd geraakt in de paardensport. Die interesse is bij mij begonnen op de Eindhovense manege, waar ik als zevenjarige één keer in de week mocht paardrijden. Dat werd later twee keer en toen ik tien jaar was, kwam er een eigen pony. Daarmee ben ik begonnen met springlessen en later ben ik ook wedstrijdjes gaan rijden. Ik heb tot mijn vijftiende bij de pony’s gereden. Daarna hebben we de overstap moeten maken naar een paard.
Mijn ouders hebben me altijd gesteund en ook vrijheid gegeven. Daardoor bleef ik altijd geïnteresseerd en werd het een echte passie. Ik heb er altijd hard voor moeten werken en door de jaren heen ook te maken gekregen met serieuze blessures. Dit is op het moment soms lastig, maar je krijgt er wel doorzettingsvermogen van, wat je later altijd ten goede komt. Toen ik in de derde klas van de havo zat, was ik op zoek naar een mogelijkheid om verder te komen in de sport en mijn kennis te verbreden. Ik vroeg zodoende of ik in de meivakantie twee weken kon meehelpen bij Piet Raijmakers. Daar heb ik veel geleerd en raakte ik nog gemotiveerder om verder te willen in de paarden. Vervolgens heb ik de overstap gemaakt van 3 havo naar het mbo op het CITAVERDE. Vanaf het begin van de opleiding is Stal Ehrens mijn stagebedrijf. Dit leek mij een heel fijne plek om te kunnen werken en leren. Ook om hier terecht te komen heb ik zelf initiatief moeten nemen. Dit soort kansen komen namelijk niet aanwaaien. Ik ben nog iedere dag blij met de keuzes die ik heb gemaakt. Ze brengen mij steeds wat dichter bij mijn doel.

Leerzame tijd

Om samenvattend een antwoord te geven op jouw vraag: hoe draagt de opleiding bij aan jouw toekomst als échte paardenman? Dan denk ik dat de opleiding mij zeker kansen heeft gegeven. Door de opleiding ben ik op het goede pad terechtgekomen en heb ik ook nieuwe mensen leren kennen in de paardenwereld. Bovendien heb ik via de opleiding veel theoretische kennis opgedaan. Dit legt weer een verbinding met de praktijk. Zoals ik zei, ligt de mate waarin de opleiding bijdraagt aan je eigen toekomst voor een groot deel bij jezelf. Een goed stagebedrijf is daarin misschien nog het belangrijkst.
Ik heb een heel fijne en leerzame tijd bij Stal Ehrens. Ik heb geleerd zelfstandig een bedrijf te managen en rijtechnisch heb ik ook vooruitgang geboekt door een groot aantal paarden te kunnen rijden. Met mijn eigen paard heb ik mezelf doelen gesteld en ga daar in het laatste jaar nog hard voor werken. Ik hoop in de toekomst een mooie baan te bemachtigen, waarin ik mezelf nog meer kan ontwikkelen als paardenman, want ik ben nog steeds enorm gemotiveerd! Ik geef deze pen graag door aan Piet Raijmakers. Hij heeft mij geïnspireerd om verder te willen in de paardensport en zet zich nu met zijn team in voor talentvolle jonge ruiters.

Beste Piet,
Ik zou jou graag de volgende vraag willen stellen: hoe zie jij de toekomst voor jonge ruiters/amazones zonder ‘opstapje’ van huis uit?
Met vriendelijke groet,
Timon van Leiden

[post_title] => 63. Timon van Leiden: 'Dit soort kansen komen niet aanwaaien' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 63-timon-van-leiden-dit-soort-kansen-komen-niet-aanwaaien [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-09-04 09:39:27 [post_modified_gmt] => 2019-09-04 08:39:27 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=202844 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 202802 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-08-21 09:54:45 [post_date_gmt] => 2019-08-21 08:54:45 [post_content] =>

Adjunct directeur MBO van het CITAVERDE College in Roermond, Charlotte Custers, heeft de Kettingbrief doorgegeven aan Vilja Ehrens. Zij is de echtgenote van springbondscoach Rob Ehrens. Hun springstal is gevestigd in het Limburgse Weert. In deze editie gaat Vilja Ehrens in op de vraag hoe studenten opgeleid kunnen worden tot afgestudeerde paardenmensen die werkelijk hun vak verstaan en over de drive beschikken om in de paardensector te blijven werken. Zijn deze professionals in staat om op een duurzame wijze de toekomst van de paardensector te waarborgen? Timon van Leiden, CITAVERDE-student en stagiair bij stal Ehrens, neemt het stokje over.

Beste Charlotte,

Dank je voor deze moeilijke vraag, waar ik het exacte antwoord misschien ook niet op heb, maar ik wil wel meedenken zodat we zoveel mogelijk puzzelstukjes samen bij elkaar kunnen leggen en we uiteindelijk tot een goed resultaat kunnen komen. Ik denk wel dat het een belangrijke vraag is, als de paardenbranche in Nederland zich gezond wil blijven ontwikkelen en toekomstbestendig wil blijven.
Een mondiale hotspot, zo noemt CDA-politicus en gedeputeerde Ger Koopmans de paardenbranche in de regio, in zijn Kettingbrief van 10 juli 2019. Dit is voortgekomen uit de opbouw en het ondernemerschap door de échte, vakkundige paardenmensen die voorafgaande jaren niet geschroomd hebben om hard te werken en dit samen hebben bereikt. Dit zijn de bestaande paardenbedrijven die hun sporen verdiend hebben in de paardensport.

De echte paardenman

Horsemanship blijft de belangrijkste schakel, alleen nu is de vraag: hoe ga je dat doen in deze steeds meer gedigitaliseerde maatschappij, waar ze in andere sectoren meer vrije tijd krijgen en daarom het verschil in vrije tijd steeds groter wordt? Passie voor het paard zit van nature in de echte paardenman, dat moet gestimuleerd worden en daar moeten de opleidingen en stagebedrijven op inhaken. In de humane sporten zie je ook dat alleen de sporters die alles aan de kant zetten om hun doel te bereiken de eindstreep halen. Het CITAVERDE is goed bezig met het onderzoeken wat er op de markt nodig is, nu we samen met omliggende gebieden uitgroeien tot internationaal centrum van de paardensport. Vanuit de gehele wereld komen ruiters, eigenaren en sponsoren naar onze gerenommeerde stallen om onderdak te vinden, te trainen, concoursen te rijden of bedrijven te bouwen. We moeten ons afvragen waarom die mensen naar ons land komen! In eerste instantie voor het vakmanschap van de échte paardenman die niet stil is blijven staan, maar zich is blijven ontwikkelen. Daaruit voortvloeiend is er een enorme economische impact ontstaan. Om het vakmanschap van de échte paardenman te waarborgen, te continueren en verder te ontwikkelen hebben we goed opgeleide mensen nodig die iets extra’s geven en zich onderscheiden, dus de ‘échte paardenman’.

Realistisch beeld geven

Hoe maak je die échte paardenman? Door de student vanaf het begin een realistisch beeld te geven. Duidelijk aangeven dat de bomen niet tot in de hemel groeien zoals op dit moment de paardenbranche soms wordt voorgespiegeld, maar wel dat het heerlijk is om met paarden te werken en het een mooi beroep is als je door inzet en passie, vallen en opstaan, samen tot een goed resultaat komt.
Als je met levende have werkt, gaan er ondanks alle goede zorg en inzet vaak dingen niet zoals je het wilt. Dan moet je telkens weer de kracht vinden om weer door te gaan en sterker te worden. Open staan voor vernieuwing, oplossingsgericht denken en niet emotioneel doorslaan, want je moet een mix vinden tussen het geven van de beste zorg en wat economisch verantwoord is. Zeker als je met paarden werkt, kun je geen negen-totvijf mentaliteit hebben. Daardoor zullen mensen afhaken of een andere richting kiezen, maar toch is dit nodig om kwaliteit te behouden en uiteindelijk een degelijke opleiding aan te bieden en een gepaste baan te kunnen vinden.

Kwaliteit stagebedrijf

In het verleden hebben ze in Deurne veel échte paardenmensen afgeleverd, waar we nu nog op bouwen. Later veranderde de opleiding wegens economische belangen en ontstonden andere regels en normen waardoor het steeds moeilijker werd om de échte paardenman af te leveren. Het stagebedrijf is de belangrijkste schakel gedurende de opleiding voor de échte paardenman, die jij bedoelt in jouw vraag aan mij, en wordt tijdens de opleiding in de praktijk gevormd op het stagebedrijf.
Vandaar dat men op het CITAVERDE kritisch moet kijken naar de kwaliteit van het stagebedrijf. Daar moet de bedrijfsvoering dusdanig zijn dat het een degelijke basis vormt voor de ontwikkeling van de paardenman. De communicatie tussen stagebedrijf en een stagebegeleider van de opleiding moet optimaal zijn zodat, als het nodig is, eerder bijgestuurd of een switch naar een andere richting kan worden gemaakt. Er moet selectief opgeleid worden. De studenten moeten in het werk happy blijven door de juiste richting te kiezen. Er zijn veel richtingen voor de paardenman om tot een goed resultaat te komen.

Fundament sector

Om de echte paardenman duurzaam in onze bloeiende branche te laten blijven werken en wat helpt om de sector toekomstbestendig te maken, is een goede vraag. Daar moeten we nu met z’n allen over denken en aan werken. Het wordt steeds moeilijker om de kwaliteit, die we nodig hebben bij de fokkerij en opleiden van paarden tot sportpaarden, in evenwicht te houden met economische belangen in de huidige maatschappij. Toch is
die balans één van de belangrijkste factoren om de sector gezond en duurzaam te houden. Deze twee factoren moeten kloppen voor een degelijk fundament om verder te bouwen. De komst van de veulenveilingen, initiatieven als ‘Fokker zoekt ruiter’ enzovoort, zijn allemaal positieve ontwikkeling voor het fundament van de sector. Hierbij sluit ik mijn Kettingbrief om hem door te geven aan Timon van Leiden, student BBL Bedrijfsleider paardensport en -houderij aan het CITAVERDE College.

Beste Timon,
Hoe draagt de opleiding bij aan jouw toekomst als échte paardenman?
Met vriendelijke groet,
Vilja Ehrens

[post_title] => 62. Vilja Ehrens: 'Horsemanship blijft de belangrijkste schakel' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 62-vilja-ehrens-horsemanship-blijft-de-belangrijkste-schakel [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-08-28 10:01:21 [post_modified_gmt] => 2019-08-28 09:01:21 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=202802 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 6 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 203046 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-10-08 09:26:17 [post_date_gmt] => 2019-10-08 08:26:17 [post_content] =>

In de vorige aflevering haakte Grand Prix-ruiter Diederik van Silfhout in op de samenwerking tussen paardeneigenaren en de talenten van het KNHS Talententeam. Toen Van Silfhout zelf nog deel uitmaakte van het Rabo Talentenplan nam hengstenhouder Gert Willem van Norel, van de Pretendenthoeve in Wapenveld, contact met hem op omdat hij een ruiter zocht voor zijn paarden. Diederik van Silfhout is benieuwd of Van Norel ook toekomst ziet in de huidige talenten van het KNHS Talententeam. Zou hij deze talentvolle ruiters ook vragen voor de paarden die uit zijn fokkerij komen? In de volgende editie van de Kettingbrief is het woord aan Johan Hamminga.

Beste Diederik,

Mijn leeftijd brengt teweeg dat ik de tijd nog meegemaakt heb dat de paarden voor de wagen of de ploeg liepen. Dat is inmiddels verleden tijd. De trekker heeft het werk overgenomen waardoor ik een ander project moest zoeken voor de paarden. De erfenis die ik van mijn vader heb meegekregen, is dat ik van een mooi charmant paard houd, dat lichtvoetig loopt en waarmee we uit de voeten kunnen. De erfelijkheidsfactor bij de paarden is, en dat geldt ook voor de mens, dat bij bepaalde stammetjes drie of vier generaties achter elkaar dezelfde handicap voorkomt, zowel de positieve als de negatieve. Ik zou menen dat wij als oudere lichting en fokkers een beetje verplicht zijn om de jongelui de kans te geven om betere paarden te rijden. Daarbij moet je proberen om een combinatie bij elkaar te krijgen. Ik ben altijd op zoek geweest naar paarden met talent en jongelui met talent. Annemarie Sanders reed meerdere jaren paarden voor ons. Ik vond dat zij zo’n gave had. Zij heeft destijds aan de weg getimmerd met Amon en later met Vincent en Vanitas.

Coach aanwezig

In mijn geval was het én én. Het Rabo Talentenplan heeft er zeker aan bijgedragen dat jij in beeld kwam, maar ik wilde de jongelui ook de kans geven en ze een goed paard toevertrouwen. Ik vond wel dat er een goede coach aanwezig moest zijn. In jou zag ik potentie. Jouw vader stond achter je. In die tijd was hij al een topruiter. Alex heeft nog de jaren meegemaakt dat de sport net begon en het niveau nog niet zo hoog was. De eisen zijn over de jaren heen steeds zwaarder geworden.
Jij was een jonge knaap met veel talent en inzet. Zodoende kwam ik bij jouw familie terecht. Ik ben ook altijd op zoek geweest naar paarden met de nodige inzet voor het werk en waar ik een jonge ruiter op kon zetten. Je kunt nog zo’n mooi paard hebben, maar als hij niet voor je werkt, heb je er niks aan. Van zo’n paard moet je een standbeeld maken en in de tuin zetten.
In het verleden heb ik me ook weleens uitgesproken over het Rabo Talentenplan. Ik vond het jammer dat de jongelui die al wel een coach achter zich hadden staan, geselecteerd werden voor het Rabo Talentenplan. Ik had destijds een fantastische amazone op stal, maar ik was niet in staat om haar te coachen. Jonge ruiters begeleiden is niet aan mij besteed. Het is jammer dat het Rabo Talentenplan niet de ruiters heeft opgezocht die geen begeleiding hadden, want dat had heel goed kunnen uitpakken. In mijn ogen hebben ze verzuimd door deze categorie ruiters niet op te vangen.

Vooruit blijven kijken

Emmelie Scholtens reed in die tijd bij Stal Laarakkers. Zij kreeg het wel voor elkaar dat ze gesponsord werd, maar ze kreeg daar op stal al begeleiding. Ik snapte heel goed dat de Rabobank net die jongelui eruit pikte die al de gave en de begeleiding hadden. Ze konden nergens meer reclame mee krijgen dan met die jongelui. Voor het Rabo Talentenplan was er geen beter visitekaartje.
Het zou een heel slechte zaak zijn als ik zei dat alleen jij heilig bent en ik de rest links zou laten liggen. Je moet, indien mogelijk, iedereen de kans geven. Zowel de paarden als de ruiters. Je moet wel vooruit blijven kijken. Vroeger was het Rabo Talententeam een opkomend gebeuren. Er was animo voor. Ik moet je nu heel eerlijk bekennen dat ik te druk ben geweest om de huidige talenten uit het KNHS Talententeam te volgen. Er zullen vast en zeker jonge ruiters aan meedoen die ik heel graag op mijn paarden zou willen hebben. Een dag heeft maar 24 uur. Op dit moment zijn we al heel druk bezig met de voorbereidingen op de hengstenkeuring.
Mijns inziens wordt de jeugd tegenwoordig te veel op handen gedragen door de ouders. Gemiddeld genomen hadden wij vroeger in onze jeugd meer felheid in het werk dan de jeugd van vandaag de dag. Wij gingen ervoor. Als wij de jongelui op handen zouden moeten dragen omdat er wat moet gebeuren, zijn we fout bezig. Ruiters die goed willen worden in hun vak, moeten zelf de ambitie hebben om goede paarden onder het zadel te krijgen. Ze moeten daar zelf de inzet en de power voor tonen.

Braaf en inzet

Als fokkers zijnde moeten we er ook voor zorgen dat we brave paarden fokken die inzet hebben. We moeten geen paarden fokken die steigeren of weigeren. Ik ben erg happy met de eerste nakomelingen van de hengst Expression want ze willen werken en ze zijn braaf. Zijn eerste nakomelingen staan al weer bij jou op stal. Dat zijn heel fijne jonge paarden met een fijn karakter.

Brutaler

Als ik terugdenk aan vroeger, weet ik dat wij veel brutaler waren in de omgang met paarden en in de rijerij dan de jeugd van vandaag de dag. Wij hadden toentertijd nog geen televisie dus wij waren een stelletje jonge honden en katten. We klommen in de bomen en de hooiberg. Het was nooit gek genoeg. We waren druk bezig met kwajongenswerk. Wij hebben de paarden nog meegemaakt voor de ploeg en de wagen en dan moest je geen luie trapzak hebben. Het karakter van de mens was toen ook bepalend voor de fokkerij, dus de paarden waren qua karakter heel anders dan nu.
Ondanks mijn leeftijd vind ik de fokkerij nog steeds moeilijk, en waarom? Je draait geen knopje om en je fokt een goed paard. Met paarden is het altijd weer afwachten. Het duurt jaren. In de fokkerij moet je geduld hebben, maar anders was er ook niks aan. Je moet de juiste hengst uitzoeken bij de plus- en minpunten van je merrie. Met fokken zie je de toekomst tegemoet. Dat is het boeiende voor elke goedwillende fokker. Dit houdt mij nog elke dag jong. Ik geef het stokje door aan Johan Hamminga.

Beste Johan,
Hoe denk jij dat we Duitsland kunnen evenaren in het opleiden van jonge paarden en jonge ruiters/amazones, gezien het huidige (grote) niveauverschil tussen Nederland en Duitsland (dressuur). Hoe zet je jouw ervaring als KNHS-adviseur in met betrekking tot bovengenoemd onderwerp, gezien het feit dat het Nederlandse opleidingsinstituut Deurne is gesloten. In Duitsland is wel nog een opleidingsinstituut (Warendorf).
Met vriendelijke groet,
Gert Willem van Norel

[post_title] => 67. Gert Willem van Norel: 'Met fokken zie je de toekomst tegemoet' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 67-gert-willem-van-norel-met-fokken-zie-je-de-toekomst-tegemoet [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-10-08 09:26:19 [post_modified_gmt] => 2019-10-08 08:26:19 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=203046 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 30 [max_num_pages] => 5 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => 1 [is_tag] => [is_tax] => [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => e21732462433144cdc46db9cd8a9c25b [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) )

67. Gert Willem van Norel: ‘Met fokken zie je de toekomst tegemoet’

66. Diederik van Silfhout: ‘Het was geen tafeltje dekje’

65. Monique van der Heijden: ‘Richten op achterban die ambitie ruiter ondersteunt’

64. Piet Raijmakers: ‘Met zijn tweeën win je toch meer dan alleen’

63. Timon van Leiden: ‘Dit soort kansen komen niet aanwaaien’

62. Vilja Ehrens: ‘Horsemanship blijft de belangrijkste schakel’