Ga naar hoofdinhoud
WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [category_name] => kettingbrieven/2018
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [category_name] => 2018
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [static] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [tag] => 
            [cat] => 118
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [paged] => 0
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 6
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => category
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => 2018
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => pk_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [category] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => 2018
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => pk_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 118
            [name] => 2018
            [slug] => 2018
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 118
            [taxonomy] => category
            [description] => 
            [parent] => 7
            [count] => 36
            [filter] => raw
            [cat_ID] => 118
            [category_count] => 36
            [category_description] => 
            [cat_name] => 2018
            [category_nicename] => 2018
            [category_parent] => 7
        )

    [queried_object_id] => 118
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  pk_posts.ID FROM pk_posts  LEFT JOIN pk_term_relationships ON (pk_posts.ID = pk_term_relationships.object_id) WHERE 1=1  AND ( 
  pk_term_relationships.term_taxonomy_id IN (118)
) AND pk_posts.post_type = 'post' AND (pk_posts.post_status = 'publish') GROUP BY pk_posts.ID ORDER BY pk_posts.post_date DESC LIMIT 0, 6
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 200190
                    [post_author] => 3
                    [post_date] => 2018-12-18 14:49:22
                    [post_date_gmt] => 2018-12-18 13:49:22
                    [post_content] => De FNRS behoort tot één van de hippische organisaties die achter het Keurmerk Paard en Welzijn (KPW) staan. In zekere zin lag het dus voor de hand dat FNRS-directeur Haike Blaauw het stokje overdroeg aan de pas toegetreden nieuwe voorzitter van KPW: Hetty Schreurs. In deze aflevering beschrijft zij welke plannen en doelen er in het verschiet liggen voor KPW wat moet leiden tot het verhogen van het paardenwelzijn in Nederland. Daarnaast denkt Schreurs ook mee over de partijen die het initiatief van het KPW een warm hart behoren toe te dragen. Ondernemer Markus Engeli krijgt vervolgens de mogelijkheid om verslag te doen van zijn project.

Beste Haike,

Bedankt voor al je vragen, het geeft mij de kans om de lezers van de Paardenkrant uit te leggen wat de Stichting Welzijn Paard is en wat het Keurmerk Paard en Welzijn voor de sector kan betekenen. Wij willen het welzijn van paarden verbeteren en (waar mogelijk) borgen. Wij doen dat middels het geven van voorlichting aan alle mensen die actief zijn in de paardensector en in een latere fase het aanbieden van opleiding. Daarnaast geven we het Keurmerk Paard en Welzijn uit en daar gingen je vragen volgens mij over. Alvorens op al je vragen in te gaan, willen we je allereerst bedanken voor je support. We zijn erg blij dat ook de FRNS het KPW steunt. Wij zijn dan ook blij dat jullie voorzitter binnenkort deel uitmaakt van het bestuur van Stichting Welzijn Paard.

Meningen verschillen

Ik kan me goed voorstellen dat de FRNS graag wil weten waar het met het welzijn van paarden naartoe gaat en hoe de mensen achter het Keurmerk dat zien. Voordat ik daar op in ga, is het belangrijk om te weten wat onder paardenwelzijn wordt verstaan. Daar verschillen de meningen nogal eens over. Wij verstaan er het volgende onder: “Welzijn is een mentale toestand van welbevinden, die ontstaat als het dier in voldoende mate in zijn natuurlijke behoefte kan voorzien, waarbij het dier vrij is van pijn en andere ongemakken.” Wij weten dat er veel wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar het welzijn van paarden. Wij vinden dat resultaten van wetenschappelijk onderzoek ten grondslag moeten liggen (en dus leidend zijn) bij het vaststellen van de mate van het welzijn van paarden, maar dat betekent nog niet dat we er daarmee zijn. Iedere paardeneigenaar, in de breedste zin van het woord, heeft ook een eigen mening over het welzijn van dieren én zeker over welzijn van paarden. Deze meningen zijn per definitie niet fout, ze zijn alleen vaak gebaseerd op eigen ervaringen en ze hoeven niet voor alle paarden te gelden.

Bezorgdheid burgers

Daarnaast is er nog een heel grote groep mensen, in de regel ‘burgers’ genoemd, die ook een mening heeft over paarden en paardenwelzijn. Deze mening is soms gebaseerd op de gedachte dat iets wat voor een mens niet prettig is, ook voor een paard niet prettig zal zijn. Voor ons als stichting die het Keurmerk Paard en Welzijn uitgeeft, is het van groot belang dat we in het belang van het paard normen stellen voor welzijn van paarden, let wel met respect voor de huidige manier van paarden houden en de mogelijkheden om van daaruit verbeterstappen te maken. De mening van de Nederlandse burger telt! Bezorgdheid van de burgers over het welzijn van paarden leidde in de Tweede Kamer tot het stellen van vragen aan onze minister van Landbouw, Carola Schouten. De minister heeft zich over het welzijn van paarden in Nederland laten informeren en geconstateerd dat er nog wel wat te verbeteren valt. De Sectorraad Paarden was toen al bezig met het leggen van een basis voor een welzijnskeurmerk voor paarden. Zij had zich al eerder gerealiseerd dat het nodig is om met een initiatief te komen om het welzijn van paarden op een hoger niveau te brengen. Als je als sector zelf stappen zet, houd je de mogelijkheid de regie te voeren.

Hogere standaarden

Beste Haike, met de laatste opmerking kom ik eigenlijk bij het beantwoorden van je vraag over mijn visie op de toekomst van paardenwelzijn in Nederland en van het Keurmerk Paard en Welzijn. De basis voor dierenwelzijn is verankerd in Europese wetgeving, aan deze wet moet iedere paardeneigenaar voldoen. Echter, dat is in Nederland niet genoeg. Onze cultuur en levensstandaard brengen met zich mee dat Nederlanders niet alleen voor zichzelf, maar ook voor onze dieren hogere standaarden (kunnen) opleggen. Ik wil graag dat wij als Stichting Welzijn Paard, samen met FNHB, KNHS, KWPN, LTO en de FRNS, bepalen hoe hoog die lat ligt en hoe we bedrijven meekrijgen om dit te bereiken. Als wij samen optrekken gaat dat lukken. Daar gaan we de komende tijd aan werken. Dan wil je vast weten hoe we dat gaan doen. Gaan al die bestuurders van die organisaties bepalen waar die lat komt te liggen? Neen, de Stichting Welzijn Paard laat zich op het gebied van het welzijn van het paard adviseren door een Commissie van Deskundigen. Deze Commissie, met als voorzitter prof. dr. Marianne Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan, bestaat uit een groep mensen die met verstand van zaken invulling geeft aan het Keurmerk. Zij baseren zich op wetenschappelijke kennis, maar hebben ook oog voor de huidige situatie in de paardenhouderij en de haalbaarheid van de door hen voorgestelde eisen. Deze commissie lijkt er goed in te zijn geslaagd om de wetenschappelijke kennis over paardenwelzijn om te zetten in een praktisch instrument.

Onderwerp van gesprek

Met het Keurmerk Paard en Welzijn willen wij niet alleen bereiken dat het welzijn van paarden verbetert, maar ook dat het welzijn van paarden onderwerp van gesprek wordt in de stal en in de kantine. Het maakt daarbij niet uit of je eigenaar bent van tien Shetlanders, professioneel een dressuurstal runt of bedrijfsmatig paarden houdt voor recreatief gebruik. De eigenaar van paarden die het welzijn hoog in het vaandel heeft staan, kan dit aan zijn klanten en bezoekers duidelijk maken door het Keurmerk aan te vragen. Eén van onze inspecteurs komt dan op bezoek en wanneer blijkt dat het bedrijf aan alle eisen voldoet, wordt het keurmerk verstrekt. Het daarbij horende gevelbord wordt vervolgens overhandigd. Dit bedrijf straalt daarmee uit dat het voldoet aan de KPW-normen op het gebied van paardenwelzijn en dat het bedrijf streeft naar een goed welzijn voor paarden. Ons doel is om zoveel mogelijk bedrijven met een KPW-keurmerk in Nederland te hebben. Het komende half jaar hopen we het Keurmerk te kunnen uitreiken op een vijftigtal bedrijven.

Eenzelfde doel

Als je naar de toekomst van het Keurmerk kijkt, borrelt wellicht de vraag op hoe bestendig de huidige eisen zijn. Zoals ik in het begin van mijn brief al aangaf, ben ik me als geen ander bewust van het feit dat welzijn een complex begrip is. Soms lijkt het of non-profitorganisaties zoals bijvoorbeeld de Dierenbescherming een andere mening over paardenwelzijn hebben. Ik vind het echter belangrijk te benadrukken dat de doelen van dierwelzijnsorganisaties in grote mate lijken op de doelen van de mensen uit de paardensector: de paarden in Nederland moeten een goed welzijn hebben. De wijze waarop we dat willen bereiken kan verschillen, over het belang van de (economische) haalbaarheid kunnen we twisten, maar zolang we eenzelfde doel hebben ga ik er vanuit dat we dat met elkaar kunnen bereiken. Graag geef ik de Kettingbrief door aan ondernemer Markus Engeli. Beste Markus, U heeft menigeen verrast met het plan om in Houten een manege te gaan bouwen waar u kinderen van ouders met een kleinere portemonnee en kinderen met een beperking de kans wilt geven van de paardensport te genieten. Als voorzitter van de Stichting Paard en Welzijn zou ik het leuk vinden van u te horen of en hoe u zich bij het ontwerpen van de nieuwe stallen en de inrichting van het terrein heeft laten leiden door de normen die er voor het welzijn van het paard gelden. Met vriendelijke groet, Hetty Schreurs Hetty Schreurs is dierenarts en werkt op dit moment bij Wageningen Bioveterinary Research. Ze is ook directeur van de Stichting Autoriteit Diergeneesmiddelen. Daarnaast was zij raadslid van de Raad voor Dieraangelegenheden en vanuit die functie betrokken bij de RDA zienswijze: ‘Paardenmarkten in Nederland, Man en Paard noemen’. [post_title] => 37. Hetty Schreurs: 'De mening van de Nederlandse burger telt' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 37-hetty-schreurs-de-mening-van-de-nederlandse-burger-telt [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-12-18 14:49:22 [post_modified_gmt] => 2018-12-18 13:49:22 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=200190 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 200091 [post_author] => 3 [post_date] => 2018-12-12 09:27:59 [post_date_gmt] => 2018-12-12 08:27:59 [post_content] => De directeur van de FNRS, Haike Blaauw, heeft van evenementenorganisator Gijs Bartels uit Hooge Mierde het verzoek gekregen om de pen over te nemen. In het begin van De Kettingbrief gaat Haike Blaauw in op de vraag hoe het drie jaar geleden was om de hotelbranche te verruilen voor de paardenbranche. Daarop aansluitend besteedt hij ook aandacht aan de wijze waarop de FNRS van plan is om de jeugd langduriger aan zich te binden. In welke mate zal dat gevolgen hebben voor de groeikracht van de paardensport? Niemand minder dan de nieuwe voorzitter van het KPW, Hetty Schreurs, zet de serie volgende week voort.

Beste Gijs,

Vorige week belde je met de vraag of ik De Kettingbrief van je over wilde nemen en dat doe ik uiteraard met alle plezier. Je eerste vraag is hoe ik de overstap van de internationale hotellerie naar de paardenbranche heb ervaren. Die vraag heb ik, zeker in het begin, vaak gekregen. Met een diploma van de hotelschool op zak begon ik bijna 35 jaar geleden in een keuken aan de Côte d’Azur aan mijn carrière in de gastvrijheidsindustrie. Mijn laatste baan in deze branche was bij de Louvre Hotel Group in Parijs waar ik verantwoordelijk was voor de landen India, China en Brazilië. Alhoewel paarden al sinds jonge leeftijd een belangrijke rol in mijn leven spelen, heb ik nimmer gedacht dat ik nog eens in de paardensector werkzaam zou zijn. Op het moment dat ik graag terug naar Nederland wilde, kwam de positie van directeur bij de FNRS toevallig op mijn pad. Ik besloot het avontuur aan te gaan.

Uitdaging

Nadat bekend werd dat ik voor de FNRS ging werken, kreeg ik zeer wisselende reacties. Veel mensen reageerden vol verbazing en sommigen zelfs ronduit negatief. Men kon zich niet voorstellen dat ik het lang zou uithouden in Ermelo. De paardenbranche zou een gesloten bolwerk en slangenkuil zijn waar voor ‘buitenstaanders’ geen plek is. Bovendien stond de FNRS in die tijd bekend als een onrustig geheel met een onduidelijke toekomst. Gelukkig houd ik wel van een uitdaging en heb ik, naast mijn hotelachtergrond, ook militair DNA meegekregen dat mij op momenten goed van pas komt. Inmiddels zijn we vier jaar verder en ziet de wereld er voor de FNRS alweer beduidend anders uit met een ledenaantal dat gegroeid is met tien procent. Eén van de lessen die ik in de hotelbranche heb geleerd is dat je direct bij aanvang de lijnen duidelijk moet uitzetten en eerst de eigen organisatie onder de loep moet nemen. Ook is het goed om direct fysieke veranderingen aan te brengen op kantoor. Samen met een interieurspecialist uit de hotellerie hebben we, met beperkte middelen, het kantoor een volledig ander uiterlijk gegeven en iedereen op een andere plek neergezet. Ook hebben we noodzakelijke aanpassingen gedaan binnen het team, waarbij gastvrijheid het uitgangspunt is. Ieder teamlid moet het talent hebben om goed met mensen om te gaan. Heb je dat niet, dan kun je niet voor de FNRS werken. We hebben alle karaktereigenschappen en voorkeursstijlen in beeld gebracht door iedereen, inclusief de directeur, te testen. Wanneer je het FNRS-kantoor binnenkomt zie je aan de rechterzijde het FNRS-landschap met daarop de voorkeurstijlen van alle medewerkers.

Raakvlakken

De volgende stap is het inspireren van onze leden, zodat gastvrijheid ook op de bedrijven naar een hoger niveau wordt getild. Dit vormt immers de basis voor de omgang met klanten/gasten/ruiters. In de hotelbranche spreken we altijd over het ontvangen van gasten, omdat dit wezenlijk anders is dan het bedienen van klanten. Een klant betaalt voor een service en eist iets terug, terwijl een gast zich thuis wil voelen. Van een gast kun je een fan maken en dan ben je als bedrijf nog beter af. Een fan is namelijk bereid om je te helpen, meer te betalen en zal je fouten sneller vergeven. Voor veel paardenbedrijven is de klant een onwelkome onderbreking van de omgang met paarden. Dit terwijl de klant de rekening betaalt en niet het paard. Er zijn veel meer raakvlakken tussen de paardenbranche en de hotellerie dan je in eerste instantie zou denken. Ook de horeca heeft grote moeite om banken te overtuigen dat een gezonde exploitatie mogelijk is. In beide branches wordt hard gewerkt voor, over het algemeen, beperkte marges.

Positief effect

Jouw tweede vraag gaat over de jeugd en of we hen langer bij ons kunnen houden. Ook vraag jij of de FNRS kan bijdragen aan de groei van de paardensport. Het vasthouden van de jeugd vanaf de pubertijd is een grote uitdaging voor alle sporten, niet alleen voor de hippische sport. Wanneer je weet dat jaarlijks ruim 20.000 nieuwe ruiters starten bij FNRS-bedrijven dan doen we het nog niet zo slecht. Het probleem is echter dat zij na gemiddeld 2,7 jaar een andere sport gaan beoefenen of, nog erger, helemaal stoppen met sporten. Wanneer we in staat zijn om ruiters vijf jaar of langer te binden dan heeft dat een gigantisch positief effect op de branche. Samen met de KNHS hebben we het jeugdplan Bixie & Friends ontwikkeld. Dit plan is gericht op de jeugd van vier tot twaalf jaar oud. Uit onderzoek blijkt dat kinderen rond het vierde levensjaar na gaan denken over de sport die ze willen beoefenen. Dat betekent dat paardrijden rond die leeftijd duidelijk zichtbaar moet zijn voor zowel ouders als kind. Deze kinderen zijn te jong om al op paardrijles te gaan, maar we kunnen hun interesse voor deze sport wel alvast wekken. Een andere uitdaging is het aantrekken van meer jongens. Ook daar zijn leuke initiatieven voor gestart zoals de Cross Challenge, waarbij kinderen naast paardrijden ook hardlopen en schieten. Het Young Leaders Program van de KNHS is erop gericht om jongeren langer te behouden door hen leiderschapstrainingen aan te bieden rondom het paard. Ook dat is een unieke manier om jongeren te binden aan de sport. Verder lijkt het me goed om ook te kijken naar de mogelijkheden om carrouselrijden verder te ontwikkelen. Deze teamsport maakt een fantastische ontwikkeling door en vormt voor de deelnemende bedrijven een uitstekende manier om ruiters van alle leeftijden langer aan zich te binden.

Belangrijkste kraamkamer

Gijs, jouw vader heeft nog aan de wieg gestaan van de zitcompetitie waarbij manegeruiters strijden voor de titel ‘Best zittende ruiter van Nederland’. Later is ook een springcompetitie toegevoegd. Deze competities geven manegeruiters een landelijk podium om te laten zien dat ze uitstekend kunnen rijden. Dit kan mensen inspireren om in te stromen in de wedstrijdsport. Ook Anky van Grunsven en Jeroen Dubbeldam hebben op een FNRSmanege de eerste stappen gezet in de hippische sport. Het is de belangrijkste kraamkamer van grote ruiters. De finale van de zit- en springcompetitie moet mijns inziens dan ook weer plaatsvinden op een plek waar deze thuishoort: op een groot evenement zoals Horse Event of Indoor Brabant. Ruiters kunnen dan vol trots aan hun vriendjes vertellen dat ze bij de ‘top’ horen. Dus Gijs, de FNRS-ondernemers en alle ruiters rekenen op je! Graag geef ik De Kettingbrief door aan Hetty Schreurs, voorzitter van het Keurmerk Paard en Welzijn (KPW). Beste Hetty, In oktober ben je gestart als voorzitter van het KPW. De FNRS ondersteunt dit keurmerk en ik ben dan ook benieuwd naar jouw visie. Hoe zie jij de toekomst van paardenwelzijn in Nederland en van het KPW? Welke doelen wil het KPW de komende jaren bereiken? En hoe ga je ervoor zorgen dat partijen, zoals de Dierenbescherming, hun steun uitspreken voor het keurmerk? Ik wens je veel succes in deze functie! Met gastvrije groet, Haike Blaauw [post_title] => 36. Haike Blaauw: 'Van een gast kun je een fan maken' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 36-haike-blaauw-van-een-gast-kun-je-een-fan-maken [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-12-12 09:27:59 [post_modified_gmt] => 2018-12-12 08:27:59 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=200091 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 199896 [post_author] => 3 [post_date] => 2018-12-04 11:31:37 [post_date_gmt] => 2018-12-04 10:31:37 [post_content] => KNHS-interim directeur Theo Fledderus maakte bekend dat de dressuursport zich qua populariteit meer richting startende jeugdruiters beweegt dan naar volwassen dressuurruiters. Voor Fledderus een mooie aanleiding om Gijs Bartels, de organisator van Academy Events uit Hooge Mierde, aan te wijzen voor de voortzetting van De Kettingbrief. Welke factoren spelen er volgens Gijs Bartels parten bij deze ontwikkeling en hoe kan er weer een brede doel- en leeftijdsgroep worden aangetrokken? Tot slot richt Bartels zich tot FNRS-directeur Haike Blaauw.

Beste Theo,

Ik herken de ontwikkeling die je omschrijft en neem op Horse Event, het grootste evenement dat wij als Academy Bartels organiseren, eenzelfde ontwikkeling waar. De terugloop in het aantal starts op dressuurwedstrijden in de leeftijdsgroep van leden tussen de achttien en veertig jaar, verbaast mij niet. Wat ik zeker ook herken is de toename in het aantal starts van kinderen onder de twaalf jaar. Ik geloof in de uitspraak ‘wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’, daarom zie ik deze ontwikkeling ook meer als een kans dan als een bedreiging.

Opkomst social media

Een jaar of vier geleden begon de gemiddelde leeftijd van de bezoekers van Horse Event opvallend te dalen. Dit had te maken met de opkomst van social media, waar de paardenvloggers en youtubers als paddenstoelen uit de grond schoten. Wij hebben daarop geanticipeerd, waardoor we in drie jaar tijd een groei van zo’n veertig procent doormaakten. We introduceerden de YouTube-piste, haalden de banden aan met het striptijdschrift Penny en we gingen een samenwerking aan met PaardenpraatTV van Britt Dekker. We kregen zelfs zoveel jeugd, dat onze andere doelgroepen, Recreatie, Ondernemers en Sport, ondergesneeuwd dreigden te raken. De wijziging van locatie naar Expo Haarlemmermeer bood mooie kansen om de balans weer wat terug te brengen. In de nieuwe opzet hebben we veel aandacht besteed aan de andere doelgroepen met focus op de Sportpiste, de Ondernemersbeurs en de Recreatie-piste. We willen namelijk hét paardenevenement blijven voor de héle branche, want juist die veelzijdigheid maakt de paardenwereld zo interessant. Maar de jeugd blijft wel onze belangrijkste doelgroep.

Ander ijzer in het vuur

De terugloop in het aantal dressuurstarts van leden tussen de achttien en veertig jaar, is volgens mij het gevolg van het ontbreken van een dressuuridool, zoals Anky van Grunsven dat decennialang was. Het aantal jonge paardenmeiden dat zij in haar carrière geïnspireerd heeft is enorm, daar mag onze branche haar echt heel erg dankbaar voor zijn. In de tennissport is een dergelijke beweging ook heel goed zichtbaar. Daar zorgde Richard Krajicek in zijn toptijd voor een groei, terwijl deze sport nu in een flink dal zit. En sinds de successen van Epke Zonderland zit de turnsport enorm in de lift, om nog maar niet te spreken over de ‘Maxmania’ in de autosport. Maar we moeten vooral niet gaan zitten wachten tot zich een volgende Anky aandient. Een dergelijk fenomeen, dat naast de vele successen ook nog zo mediageniek is, maken wij niet snel meer mee. In de paardensport hebben we het geluk dat een dergelijk idool niet onze enige troef is. In tegenstelling tot veel andere sporten hebben wij daarnaast nog een ander ijzer in het vuur, het paard. Dat is minstens net zo’n grote kracht en een stuk stabieler dan het succes van een individueel sportidool. Van de aaibaarheidsfactor en de emotie die een paard teweeg brengt, zouden we wat mij betreft wat meer gebruik mogen maken. Daarvoor biedt social media uitgelezen kansen. De hashtag #horsesofinstagram is bijvoorbeeld 7,2 miljoen keer gebruikt op Instagram. Daar prijken vooral plaatjes van jonge meiden die dromen van paardrijden, die door social media ook heel makkelijk direct bereikbaar zijn geworden. Dit biedt enorme kansen. Ik merk dat deze jeugdige doelgroep in de branche nog niet altijd even serieus wordt genomen. Zij zouden geen eigen paard hebben, niet interessant zijn voor de business en weinig omzet brengen. Maar ik zou deze groep toch niet onderschatten, het is de toekomst van onze sector. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat 81 procent van de Horse Event-bezoekers één of meerdere eigen paarden heeft, 37 procent van onze bezoekers is zelfs wedstrijdruiter. En waar tot twintig jaar geleden de grootste groep ruiters agrarische roots had en op het platteland woonde, zien we steeds meer jonge meiden uit de stad op de concoursen en evenementen. Ook een groot deel van de klanten in onze Academy-trainingsarrangementen komt uit de randstad, daar zitten ook de grote pensionstallen en maneges.

Verschuiving interesses

Naast de verschuiving qua leeftijd zien we op Horse Event ook een verschuiving in de interesses van deze nieuwe doelgroep, al blijven dressuur en springen met stip bovenaan staan. Eventing is een goede derde, en de laatste jaren onder onze bezoekers gegroeid in populariteit. De overige disciplines zien wij als niches, die onderling niet veel voor elkaar onderdoen. Soms zie je een niche in een keer opvallend omhoog schieten. Onder aanvoering van Monty Roberts nam Natural Horsemanship een jaar of tien geleden bijvoorbeeld een enorme vlucht, na een kortstondige hype is deze stroming voor Horse Event nu een niche waar we vijf procent van onze bezoekers toe rekenen. Daarnaast zien we bij de jeugdige doelgroep een groeiende interesse in vrijheidsdressuur. Nadat we vijftien jaar geleden voor het eerste topshows van Lorenzo, Jean François Pignon en Clemence Faivre naar Horse Event haalden, ging de jeugd thuis en op de manege aan de slag met deze vorm van paardentraining. Sommige bezoekers van toen boeken we nu met hun eigen vrijheidsdressuurshows, zoals Jesse Drent en Eva Roemaat. Zij inspireren op hun beurt nu weer duizenden kinderen om de stap naar de manege te maken.

Voor elk wat wils

We kunnen de jeugd goed bereiken en enthousiast maken voor het paard, maar waar het volgens mij om draait is hoe wij de jeugdige doelgroep langer vast kunnen houden. Daarbij is de rol van maneges van groot belang. Wij hebben als Academy Bartels bij mogen dragen aan de opzet van meer variëteit in het aanbod van maneges met projecten zoals de Zitcompetitie en de F-proeven. Daar zou wat mij betreft nog veel meer in uitgebreid kunnen worden onder het motto ‘voor elk wat wils’. Ook is het belangrijk dat we de jeugd een podium met uitstraling bieden, dat inspireert. Wij zien Horse Event als zo’n podium voor de jeugdige doelgroep. Ik werd dit jaar terecht bekritiseerd door manegehouders omdat wij de finale van de Zitcompetitie niet meer op Horse Event organiseerden. Ik heb me die kritiek aangetrokken, daar ga ik wat mee doen. Graag geef ik deze Kettingbrief door aan de directeur van de FNRS, Haike Blaauw. Beste Haike, Na een glansrijke carrière in de hotellerie, waar je onder andere directeur was van Golden Tulip Hotels, ben je sinds 2015 directeur van de Federatie voor Nederlandse Ruitersportcentra. Ik ben benieuwd hoe jij de overgang van die professionele en gastvrije hotelbranche naar de paardenbranche hebt ervaren. Graag hoor ik ook of de FNRS plannen heeft om de jeugd langer vast te houden en hoe jullie bij kunnen dragen aan de groei van de paardensport. Met vriendelijke groet, Gijs Bartels [post_title] => 35. Gijs Bartels: 'De rol van maneges is van groot belang' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 35-gijs-bartels-de-rol-van-maneges-is-van-groot-belang [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-12-04 11:31:37 [post_modified_gmt] => 2018-12-04 10:31:37 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=199896 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 199893 [post_author] => 3 [post_date] => 2018-11-28 11:21:35 [post_date_gmt] => 2018-11-28 10:21:35 [post_content] => De dressuurreglementen blijven de gemoederen bezighouden. Vorige week stak vrijheidsdressuurtrainer Jesse Drent zijn belangstelling voor het bitloos rijden niet onder stoelen en banken. Het zette hem er zelfs toe om algemeen KNHS-directeur Theo Fledderus te laten meedenken over de regels met betrekking tot de optoming van dressuurpaarden. In deze editie verklaart Theo Fledderus waarom deze regels nog niet zijn gewijzigd ondanks dat sommige ruiters best weleens met een andere optoming zouden willen rijden op hoger niveau dan met stang en trens. Voor het vervolg wendt hij zich tot Gijs Bartels.

Beste Jesse,

Dank je wel voor je brief en voor de vragen die je me stelt. Je signaleert dat dit onderwerp leeft en het is goed dat we daarover van gedachten wisselen via deze brief en dat ik duidelijkheid schep. Laat ik beginnen met de concrete antwoorden op je vragen. Het is op KNHS-wedstrijden in de dressuur tot op het hoogste niveau niet verplicht om met een stang en trens te rijden. Wij zien op wedstrijden en onze kampioenschappen dat veel met een reguliere trens wordt gereden. Op KNHS-wedstrijden mogen ruiters sinds 2010 bitloos starten in de dressuur en het springen. In de dressuur kan dat op dit moment voor winstpunten tot en met de klasse M2. Wanneer hier vraag naar is, willen we bitloos starten ook in hogere klassen mogelijk maken. De KNHS is na die van Zuid-Afrika de tweede nationale federatie die bitloos rijden in dressuurwedstrijden toestaat.

Niet per se paardvriendelijker

We zijn, als KNHS, van mening dat vooral de manier waarop je met de optoming omgaat de paardvriendelijkheid bepaalt. De KNHS heeft geen oordeel over het bitloos opleiden of rijden of het rijden met stang- en trens vanaf de klasse Z1. Uit onderzoeken blijkt dat rijden met een bitloze optoming niet per se paardvriendelijker is dan rijden met een bit. Sport met een dier betekent extra verantwoordelijkheid. Adequaat leren paardrijden en weten waar je mee bezig bent, bepalen de kwaliteit van het rijden en opleiden van een paard. We hebben bij de KNHS sinds 2016 de zogenaamde doorlopende leerlijn. Die omvat de ruiteropleiding, de instructeursopleidingen en de officialopleidingen. We hebben de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in vernieuwingen in de opleidingen. Ook komend jaar besteden we hier veel aandacht aan, want het kan altijd nog beter. De KNHS is aangesloten bij de Fédération Equestre Internationale (FEI), de internationale overkoepelende paardensportbond. Als nationale sportbond volgt de KNHS de dressuurprincipes zoals de FEI die hanteert. In die principes uit het bekende Skala der Ausbildung is ‘acceptance of the bit’ een voornaam onderdeel van de opleiding van het paard. De jury beoordeelt bijvoorbeeld of het paard het bit afkauwt, of het licht schuimt, of het bit recht in de mond ligt, of de mond gesloten is en of de tong is opgetrokken of uitsteekt. Dit neemt niet weg dat wij als KNHS verder kijken en openstaan voor innovatie, zeker wanneer het gaat om een lager niveau dan het internationale niveau in de paardensport.

Vernieuwingen

Zoals jij ook aangeeft Jesse, zet de FEI stappen in ontwikkeling van de proeven en het bijvoorbeeld korter, aantrekkelijker en begrijpelijker maken voor het publiek. De proeven zijn korter geworden en oefeningen worden niet eindeloos herhaald. Harmonie en ontspanning nemen een steeds grotere plaats in. Wij hebben onze dressuurproeven daar in 2016 op aangepast met een logischere opbouw van de oefeningen naarmate het niveau stijgt. Daarop ligt ook de nadruk in de beoordeling. Onlangs werd in de FEI General Assembly een belangrijk rapport aangenomen met plannen voor vernieuwingen in de dressuursport. We werken aan het leuker maken van de dressuursport door inzicht in de beoordeling te geven. In 2019 zetten we de eerste stap met de nadruk op positieve feedback op het protocol. Beoordeeld worden door deskundige juryleden is waarom een dressuurruiter op wedstrijd gaat. Dat moet dan tot uiting komen op de protocollen. Uit onderzoek blijkt dat ruiters die positieve feedback ontvangen, gemotiveerder zijn om energie te steken in de juiste training van het paard en zichzelf willen blijven ontwikkelen. In de uitbreiding van onze KNHS Dressuurproevenapp waar we mee bezig zijn, kun je straks je video uploaden en onderdelen van je proef laten voorzien van feedback en tips van KNHS-juryleden. Dat is handig en leerzaam voordat je op wedstrijd gaat.

Eigen wedstrijdcircuit

In onze sport zien we veel beweging. De KNHS moderniseert mee. We zijn in ons project Van hand veranderen volop bezig om met de inzet van medewerkers, leden en ervaringsdeskundigen uit de paardenwereld onze richting te bepalen. De wijze waarop we de sport in de toekomst kunnen beoefenen, vraagt om aanpassingen. We willen de paardensport laagdrempeliger en leuker maken en meer aansluiting vinden bij de jeugd. Dit doen we door minder regels, meer service en bijvoorbeeld een leeftijdsgericht sportaanbod voor de jeugd, waarin diverse disciplinefora samenwerken. De jeugd krijgt in 2019 een eigen wedstrijdcircuit. In deze pilot van jeugdrubrieken rijden kinderen en jongeren tegen leeftijdsgenoten. Ook dat maakt wedstrijden rijden leuker, want voor kinderen zijn leeftijdsgenootjes belangrijk. In 2019 stellen we een kindervariant van de KNHS-ruiteropleiding ‘Leer paardrijden met plezier’ deel 1 (brons) samen. Daarnaast verbeteren we de opleiding tot manege-instructeur inhoudelijk verder. In Nederland kun je met je paard elk weekend om de hoek deelnemen aan wedstrijden. Daar mogen we met elkaar trots op zijn. Tegelijkertijd hebben we het ook ingewikkeld gemaakt, met soms pagina’s vol reglementen. Dat veranderen we in 2019. Zo hebben we legio vlakken waarop we ontwikkelen en kritisch naar onszelf en de organisatie van onze sport kijken. We hebben onszelf de vraag gesteld hoe we inhoud geven aan ons bestaansrecht als sportbond in dit digitale tijdperk en in de toekomst. Onze leden willen een sterke KNHS, die staat voor de paardensport, zorgt dat de sport leuk en toegankelijk blijft en waar je terecht kunt voor kennis. Om dit te kunnen realiseren hebben wij iedereen hard nodig. Want samen maken wij de paardensport!

Terugloop aantal starts

Onze sport is de mooiste sport die er bestaat. Paarden hebben een magische aantrekkingskracht, al decennialang. Het paard neemt een heel eigen plaats in in onze maatschappij. De omgang met paarden bevordert waardevolle vaardigheden die in ieders leven van pas komen. Het is wat jij zegt Jesse. Laten we daarom samen optrekken in de ontwikkelingen en die grote gemene deler, de passie voor het paard, steeds voor ogen houden. En als we het dan toch over ontwikkeling in de sport hebben: Het afgelopen jaar zagen we als sportbond een terugloop in het aantal starts in de dressuur, wat toch een populaire discipline is. De terugloop zit vooral in het aantal starts in de leeftijdsgroep van leden tussen de achttien en veertig jaar. Wij zien procentueel een toename in het aantal starts van kinderen onder de twaalf jaar. Dit vinden we een interessante ontwikkeling. Ik geef het stokje van deze Kettingbrief daarom graag door aan evenementenorganisator Gijs Bartels. Beste Gijs, Wat ligt aan het bovengenoemde ten grondslag? Is dit een trend die ook in andere sporten te zien is? Heeft demografische ontwikkeling hier misschien iets mee te maken? Wat zouden we als KNHS kunnen doen om de paardensport aantrekkelijk te houden voor verschillende leeftijds- en doelgroepen? Ik ben benieuwd naar de antwoorden. Hartelijke groet, Theo Fledderus, directeur KNHS [post_title] => 34. Theo Fledderus: 'Onze sport is de mooiste sport die er bestaat' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 34-theo-fledderus-onze-sport-is-de-mooiste-sport-die-er-bestaat [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-12-04 11:27:12 [post_modified_gmt] => 2018-12-04 10:27:12 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=199893 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 199815 [post_author] => 3 [post_date] => 2018-11-20 11:54:08 [post_date_gmt] => 2018-11-20 10:54:08 [post_content] => Grand Prix-dressuuramazone Dinja van Liere schakelde de tweeëntwintigjarige vrijheidsdressuur-trainer Jesse Drent in om haar geliefde sport populairder te maken onder de nieuwe generatie. Een prettige bijkomstigheid is dat dit tieneridool al een groot publiek heeft weten te bereiken met zijn YouTube-kanaal en als gastspreker bij demonstraties over vrijheidsdressuur. In deze Kettingbrief buigt Jesse Drent zich over de vraag hoe de helden van de dressuursport beter in de spotlights kunnen komen te staan. Vervolgens geeft hij het stokje door aan KNHS-directeur Theo Fledderus.

Beste Dinja,

Ten eerste wil ik jou mega bedanken dat je deze brief naar mij doorstuurt. Ik vind het altijd heel mooi om jou bezig te zien als je aan het paardrijden bent en daarom is het een eer dat ik mijn mening ook mag delen. Ook erg leuk om te merken dat de mensen uit de sport overal steeds meer voor open gaan staan en erover nadenken hoe het anders kan. Ik weet nog heel goed dat ik begon met het geven van demonstraties vrijheidsdressuur en dat mensen het eerder maar wat vreemd vonden. Dat is ook een beetje die tunnelvisie waar jij het over hebt. Ik denk dat het belangrijk is als iedereen blijft openstaan voor nieuwe inzichten. Je kunt overal wat uithalen en je eigen maken. Eigenlijk is dat met alles zo.

Zonder bit

Dat brengt me gelijk op het punt dat ik niet helemaal begrijp waarom er een taboe rust op het wel of niet rijden met een bit. Er zijn heel vaak twee harde partijen die tegenover elkaar staan. Beiden verdedigen hun standpunt extra hard omdat er weinig begrip wordt getoond. Nu wil ik niet zeggen dat ik erop tegen ben om met een bit te rijden want ik sta er zelf eigenlijk heel neutraal in. Ik begrijp alleen niet waarom het uitmaakt of je wel of niet met bit rijdt. Daarmee bedoel ik natuurlijk niet dat ik het goedkeur als het slecht wordt uitgevoerd. Ik vraag me af waarom een ruiter die met een bit rijdt en een mooie proef weet neer te zetten, het erg vindt als iemand anders precies hetzelfde zou doen zonder dat er met een bit wordt gereden. Het gaat er uiteindelijk toch om hoe je het beste een combinatie kunt vormen met je paard en niet vanwege een vaste traditie of om bepaalde regels die nog worden gehanteerd. En dit punt gaat eigenlijk dieper. Het gaat niet alleen om het rijden met of zonder bit. Persoonlijk denk ik dat er minder haat en nijd is tegen elkaar als ze dit soort regels aanpassen waardoor mensen meer plezier krijgen in de sport. We moeten niet worden beperkt door regels. Er moet meer begrip zijn aan beide kanten. Nu gaat de ene groep de andere slecht afstempelen en dat helpt nooit. Laten we nou allemaal proberen samen onze passie te delen, net zoals jij al zei.

Niet helemaal eens

Jij hebt me een aantal vragen gesteld en hier zou ik graag wat dieper op in willen gaan. Nogmaals super bedankt dat je mij aan het woord wilt laten. Ik ben het niet helemaal eens met het voorgaande onderwerp dat in jouw Kettingbrief ter sprake kwam. Begrijp me niet verkeerd, ik vind jouw oplossing super. Heel veel mensen denken misschien dat ik alleen maar zonder zadel rondrijd, maar ik ben niet uitgekeken op dressuur en vooral de Kür op muziek. De proeven duren niet te lang. Ik kijk liever naar dressuur dan naar springen. Toen ik een jaar geleden bij het EK in Göteborg was en hoorde dat ze de proeven korter wilden maken, was mijn eerste reactie dan ook: waarom? Maar ik kan het ook wel begrijpen. Ik ben het ermee eens dat er veel te weinig publiek op de grote concoursen afkomt. Ik ben ook een keer naar Amerika geweest voor de FEI World Cup finale dressuur, maar er was bijna niemand en het hele gebeuren om de wedstrijd heen had anders gekund. Plus het feit dat het in de middle of nowhere lag. Daarentegen hadden ze in Göteborg een beter programma bedacht en dat zag je ook terug aan het bezoekersaantal. Het kan nog veel uitgebreider en leuker worden gemaakt voor de mensen die daar kilometers voor willen afleggen. Het helpt niet mee als er totaal geen entertainment is en er vervolgens nog eens slechte filmpjes over de sport naar buiten worden gebracht. Al moet ik zeggen dat ik niet weet hoe dit bij andere sporten gaat. Jouw idee is in ieder geval leuk. Door de challenges blijft het spannender en de kijktijd is korter.

Vrij onbereikbaar

Er zitten niet mega veel mensen in de sport. Als je dit bekijkt bij de dressuur en op topsportniveau, is het nog minder. Ik vraag me echt af of er minder jonge mensen zijn die wedstrijden rijden dan wanneer je dat vergelijkt met tien jaar terug. Ik zou ook niet kunnen zeggen hoeveel kinderen er daadwerkelijk minder geïnteresseerd zijn geraakt in de dressuur en of dat alleen zo lijkt door social media. Bij het lesgeven is het me wel opgevallen dat de helft van de mensen niet weet over wie ik het heb als ik over bepaalde dressuurcombinaties praat. Het is belangrijk dat het allemaal wat meer samenkomt en dat er van beide kanten meer openheid is. Het overgrote deel van de topruiters is vaak vrij onbereikbaar voor de jeugd. Met social media wil iedereen alles snel kunnen zien en ze willen zich graag betrokken kunnen voelen. Veel mensen klagen over social media, maar dat is nou eenmaal hoe het nu is. Je kunt social media ook positief gebruiken. Kinderen moeten ruiters kunnen volgen die een verhaal hebben. Je eigen verhaal of het platform dat je hebt kan naar buiten toe veel bereiken en mensen bij elkaar brengen. De ouders van de kinderen vormen ook een belangrijke schakel bij het aanmoedigen. Ik heb enorm veel geluk met alle mensen die mij willen volgen en enkele daarvan spreken ook veel met elkaar af en zien elkaar op events. Het zou ook mooi zijn als dit in de hogere sport zou kunnen. Een community die elkaar steunt, het beste wil en ook naar elkaar toe gaat en iets meer openheid overal in geeft zodat de jeugd ook een bepaald doel kan hebben.

Kwaad daglicht

Het is wel moeilijker nu er inderdaad meer opduikt over hoe sommige trainingsmethodes zijn. Er gebeuren genoeg dingen met rijden die eigenlijk niet kunnen als men zou afstappen en daar eens goed naar zou kijken. Waar liggen de grenzen en waar blijft het om passie gaan? Het komt ook doordat soms degene wint die niet altijd (paard)vriendelijk rijdt. Omdat men daar toch in meegaat, blijft dit zo doorgaan. We willen allemaal dat de paardensport naar de buitenwereld toe in een beter daglicht komt, maar dan moet er bij de mensen helaas nog wel veel veranderen aan de binnenkant. Ik heb enorm veel respect voor ruiters en wil ze niet in een kwaad daglicht zetten, maar het kan één van de redenen zijn waarom er minder jeugd naar dressuur kijkt. Net als dat alles verandert, wordt het tijd voor meer veranderingen. Ik wil echt niet negatief zijn want ik ben enorm gek op de paardenwereld en alles wat iedereen te bieden heeft, maar vaak loopt onze wereld wel achter als je het bijvoorbeeld vergelijkt met fashionbedrijven. Er gaat nog te veel met de oude hand, terwijl er tegenwoordig veel andere ‘takken’ zijn binnen de paardensport. We moeten meer met de generatie meegaan, maar dit is ook moeilijk omdat er zoveel verschillende leeftijde meedoen. Het entertainment op de events moet omhoog worden gebracht, misschien ook wat jonger worden gehouden. Dus in de behoeftes meegaan om zoveel mogelijk mensen te kunnen interesseren en dat men ruiters ook in het echt kan bewonderen. Ik ben benieuwd of hier verandering in kan ontstaan en of het komt door misverstanden, bewustwording bij de concoursorganisatie, de ouders of kinderen. Ik stuur de Kettingbrief door naar de directeur van de KNHS: Theo Fledderus. Beste Theo, Waarom is het in de dressuur een verplichting om met stang en trens te rijden en zijn hier geen andere opties voor? Waarom zit hier ook niet echt een ontwikkeling in terwijl daar naar mijn idee best veel vraag naar is? Met vriendelijke groet, Jesse Drent [post_title] => 33. Jesse Drent: 'We moeten niet worden beperkt door regels' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 33-jesse-drent-we-moeten-niet-worden-beperkt-door-regels [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-11-20 11:54:08 [post_modified_gmt] => 2018-11-20 10:54:08 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=199815 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 199810 [post_author] => 3 [post_date] => 2018-11-14 11:48:59 [post_date_gmt] => 2018-11-14 10:48:59 [post_content] => Het dilemma waar de voorzitter van het dressuurcomité van de FEI, Frank Kemperman, tegenaan loopt als concoursorganisator heeft hij in de vorige aflevering maar al te goed duidelijk gemaakt. Er moet verandering komen in de dressuursport om ervoor te zorgen dat er op grote concoursen publiek op de tribunes zit. Het toeval wil dat Grand Prix-amazone Dinja van Liere en Frank Kemperman daar in het verleden al eens samen over spraken. In deze Kettingbrief licht Van Liere haar ideeën over dit vraagstuk toe onder het mom: de nieuwe lichting heeft de toekomst. In de volgende editie neemt de tweeëntwintigjarige Jesse Drent het voortouw.

Beste Frank,

Ik wil je bedanken. Het is een eer dat jij de Kettingbrief naar mij hebt toegestuurd. Dat is toch wel een teken dat je wel degelijk openstaat voor mensen met nieuwe ideeën en hier oprecht mee bezig bent. Ik denk dat wij soms zo erg met onze paarden en de sport bezig zijn dat we daardoor een beetje last krijgen van tunnelvisie. We zijn twenty-four-seven in touw. In eerste instantie lijkt het voor ons gevoel dat er niks veranderd hoeft te worden in de sport. Zo’n Grand Prix-proef is al moeilijk genoeg. Maar toen ik twee jaar geleden op de Olympische Spelen in Rio was, stapte ik voor mijn gevoel uit die tunnel. Ik zag dat het er bij andere sporten heel anders aan toe ging. Het publiek was ook heel anders en vooral veel enthousiaster. Daarom is het noodzakelijk dat onze sport verandert en interessanter wordt gemaakt voor het publiek. Waarom vinden deze mensen het niet leuk om naar een dressuurwedstrijd te kijken? Wat kunnen wij eraan doen om meer publiek naar onze sport te trekken?

Spelletje duidelijk

Mensen gaan eerder naar een springwedstrijd kijken. Als een leek naar een springwedstrijd kijkt, is het spelletje heel duidelijk. Als een balk valt, is dat een fout. Misschien moeten we dat bij dressuur ook creëren. Ik denk dat de proeven in de dressuursport simpeler en begrijpelijker moeten worden gemaakt voor het publiek. Ik ben het ook met jou eens. Op grote wedstrijden duren de dressuurproeven inderdaad te lang. Zoals jij al aangaf, komt dat doordat er in de proef verscheidene keren om passage, piaffe en uitgestrekte draf wordt gevraagd. Vooral op Olympisch niveau ben ik er een voorstander van een verkorte dressuurproef. Voor het publiek blijft het daardoor interessanter en spannender om naar te kijken. De wedstrijd duurt korter waardoor ze hun aandacht er beter bij kunnen houden. Aan de andere kant denk ik dat het goed is als we de gewone Grand Prix-proef wel kunnen laten zien op kleinere landelijke wedstrijden. Als een oefening de eerste keer mislukt, kun je jezelf nog verbeteren en heb je nog een tweede kans. Ik heb jou al een keer mijn ideeën gestuurd via de mail, maar ik zal ze nog een keer aanhalen. Het lijkt mij een goed idee als de ruiters van alle vertegenwoordigde landen zich op de eerste wedstrijddag kunnen kwalificeren door middel van de korte Grand Prix-proef. Er moet een mooie, harmonieuze korte proef worden gereden waarbij alle onderdelen achter elkaar worden gevraagd. Waarbij er vooral op harmonie gelet moet worden zoals we dat tegenwoordig steeds meer willen zien. Deze verkorte Grand Prix-proef zou ook al meteen een Kür op muziek kunnen zijn. Daarbij mag van mij de hoogste- en laagste score worden weggestreept bij het jureren, net zoals dat bij turnen en kunstschaatsen wordt gedaan.

Knock-outsysteem

Voor het vervolg zat ik te denken aan een soort knock-outsysteem. Als de beste zestien combinaties door mogen naar de volgende dag, komen er twee combinaties door middel van een loting tegen elkaar te rijden. Dit moet wel een loting zijn. Het is niet de bedoeling dat er een omgekeerde startvolgorde ontstaat want dan komen de beste ruiters al tegen elkaar te rijden. Dat wil je eigenlijk nog niet. Mijn idee bij een knock-outsysteem is dat er twee ruiters samen in de baan komen te rijden. In het begin stappen ze in de baan rond omdat de ruiters nog niet weten welke oefeningen ze moeten laten zien. De jury heeft op dat moment een soort grabbelton waar briefjes inzitten en alle Grand Prix-oefeningen opstaan die gedurende de knock-outwedstrijd verreden worden. Elke keer wordt er door de jury een briefje getrokken waarop staat welke oefening de ruiters allebei moeten laten zien. Laten we zeggen dat het om de passage gaat. Edward Gal krijgt dan bijvoorbeeld als eerste de kans om twee keer een mooie passage te laten zien en vervolgens laat Charlotte Dujardin haar passage zien. Volgens mij kun je daardoor de combinaties een stuk beter met elkaar vergelijken en direct zien welke passage mooier is. Het publiek kan daar ook iets meer bij betrokken worden als ze na een passage mogen applaudisseren.

Verkorte wedstrijd

Een vijfkoppige jury beoordeelt de oefening op een aantal punten en geeft direct een score. Je creëert hierdoor meteen een verkorte wedstrijd omdat je kunt zeggen welke ruiter er op dat onderdeel wint. Er is meteen een uitslag: de score is 1-0. Daarna wordt het volgende onderdeel uit de grabbelton gehaald, bijvoorbeeld een pirouette. De uitslag kan 1-1 of 2-0 worden. Je krijgt dan een spannende strijd. Uiteindelijk worden er vijf onderdelen verreden per battle. Eén van de twee ruiters wint de battle. Daarna volgt er een battle met twee andere ruiters. In de finale heb je nog acht combinaties over in de knock-out die tegen elkaar rijden. Je houdt vier ruiters over die kans maken op een medaille. De medaillekandidaten komen met zijn vieren in de baan te rijden en kunnen met datzelfde puntensysteem op nummer één, twee, drie of vier komen te staan. Ik denk dat het voor het publiek veel leuker en eerlijker is wie er wint. In het verleden is het weleens voorgekomen dat een favoriet zich fouten kon permitteren en evengoed won. Met dit systeem kan dat niet.

Moeilijkheidsgraad

Een battle kan een stuk relaxter en vriendelijker zijn voor de paarden. Het ene paard mag stappen als een ander paard zijn oefening uitvoert. Het is best moeilijk om na het stappen weer de teugels op maat te maken en de oefening te laten zien. Je moet in één keer van ontspanning naar aanspanning. Het zal per paard verschillen of dat makkelijker of moeilijker is. Soms zie je dat ruiters hun paard oppeppen voordat ze de ring ingaan. Met dit systeem kunnen ze dat niet doen. Het paard moet direct aan de hulpen staan. Ik denk dat het wel een extra moeilijkheidsgraad is als dat in één keer lukt. Ik maak me net als jij ook zorgen om de toekomst van de dressuur. De ruiters raken er de dupe van dat er veel negatieve filmpjes online worden gezet. Dat doet me best zeer. Wij zijn namelijk op jonge leeftijd allemaal begonnen vanuit passie en dat is nog steeds onze grootste drijfveer. Wie weet kan de volgende Kettingbriefschrijver mij helpen om onze sport weer in een beter daglicht te zetten. Het gaat om Jesse Drent. Hij is een influencer en heeft erg veel fans. Hij kan me misschien helpen en ideeën aandragen. Beste Jesse, Dankzij jou is vrijheidsdressuur veel meer een hype dan vroeger. Is dressuur te stoffig geworden voor de jeugd? Hoe kan dressuur weer booming worden en onze dressuurhelden weer meer waardering krijgen van de nieuwe generatie? Met vriendelijke groet, Dinja van Liere [post_title] => 32. Dinja van Liere: 'Het is noodzakelijk dat onze sport verandert' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => dinja-van-liere-het-is-noodzakelijk-dat-onze-sport-verandert [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-11-20 11:52:19 [post_modified_gmt] => 2018-11-20 10:52:19 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=199810 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 6 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 200190 [post_author] => 3 [post_date] => 2018-12-18 14:49:22 [post_date_gmt] => 2018-12-18 13:49:22 [post_content] => De FNRS behoort tot één van de hippische organisaties die achter het Keurmerk Paard en Welzijn (KPW) staan. In zekere zin lag het dus voor de hand dat FNRS-directeur Haike Blaauw het stokje overdroeg aan de pas toegetreden nieuwe voorzitter van KPW: Hetty Schreurs. In deze aflevering beschrijft zij welke plannen en doelen er in het verschiet liggen voor KPW wat moet leiden tot het verhogen van het paardenwelzijn in Nederland. Daarnaast denkt Schreurs ook mee over de partijen die het initiatief van het KPW een warm hart behoren toe te dragen. Ondernemer Markus Engeli krijgt vervolgens de mogelijkheid om verslag te doen van zijn project.

Beste Haike,

Bedankt voor al je vragen, het geeft mij de kans om de lezers van de Paardenkrant uit te leggen wat de Stichting Welzijn Paard is en wat het Keurmerk Paard en Welzijn voor de sector kan betekenen. Wij willen het welzijn van paarden verbeteren en (waar mogelijk) borgen. Wij doen dat middels het geven van voorlichting aan alle mensen die actief zijn in de paardensector en in een latere fase het aanbieden van opleiding. Daarnaast geven we het Keurmerk Paard en Welzijn uit en daar gingen je vragen volgens mij over. Alvorens op al je vragen in te gaan, willen we je allereerst bedanken voor je support. We zijn erg blij dat ook de FRNS het KPW steunt. Wij zijn dan ook blij dat jullie voorzitter binnenkort deel uitmaakt van het bestuur van Stichting Welzijn Paard.

Meningen verschillen

Ik kan me goed voorstellen dat de FRNS graag wil weten waar het met het welzijn van paarden naartoe gaat en hoe de mensen achter het Keurmerk dat zien. Voordat ik daar op in ga, is het belangrijk om te weten wat onder paardenwelzijn wordt verstaan. Daar verschillen de meningen nogal eens over. Wij verstaan er het volgende onder: “Welzijn is een mentale toestand van welbevinden, die ontstaat als het dier in voldoende mate in zijn natuurlijke behoefte kan voorzien, waarbij het dier vrij is van pijn en andere ongemakken.” Wij weten dat er veel wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar het welzijn van paarden. Wij vinden dat resultaten van wetenschappelijk onderzoek ten grondslag moeten liggen (en dus leidend zijn) bij het vaststellen van de mate van het welzijn van paarden, maar dat betekent nog niet dat we er daarmee zijn. Iedere paardeneigenaar, in de breedste zin van het woord, heeft ook een eigen mening over het welzijn van dieren én zeker over welzijn van paarden. Deze meningen zijn per definitie niet fout, ze zijn alleen vaak gebaseerd op eigen ervaringen en ze hoeven niet voor alle paarden te gelden.

Bezorgdheid burgers

Daarnaast is er nog een heel grote groep mensen, in de regel ‘burgers’ genoemd, die ook een mening heeft over paarden en paardenwelzijn. Deze mening is soms gebaseerd op de gedachte dat iets wat voor een mens niet prettig is, ook voor een paard niet prettig zal zijn. Voor ons als stichting die het Keurmerk Paard en Welzijn uitgeeft, is het van groot belang dat we in het belang van het paard normen stellen voor welzijn van paarden, let wel met respect voor de huidige manier van paarden houden en de mogelijkheden om van daaruit verbeterstappen te maken. De mening van de Nederlandse burger telt! Bezorgdheid van de burgers over het welzijn van paarden leidde in de Tweede Kamer tot het stellen van vragen aan onze minister van Landbouw, Carola Schouten. De minister heeft zich over het welzijn van paarden in Nederland laten informeren en geconstateerd dat er nog wel wat te verbeteren valt. De Sectorraad Paarden was toen al bezig met het leggen van een basis voor een welzijnskeurmerk voor paarden. Zij had zich al eerder gerealiseerd dat het nodig is om met een initiatief te komen om het welzijn van paarden op een hoger niveau te brengen. Als je als sector zelf stappen zet, houd je de mogelijkheid de regie te voeren.

Hogere standaarden

Beste Haike, met de laatste opmerking kom ik eigenlijk bij het beantwoorden van je vraag over mijn visie op de toekomst van paardenwelzijn in Nederland en van het Keurmerk Paard en Welzijn. De basis voor dierenwelzijn is verankerd in Europese wetgeving, aan deze wet moet iedere paardeneigenaar voldoen. Echter, dat is in Nederland niet genoeg. Onze cultuur en levensstandaard brengen met zich mee dat Nederlanders niet alleen voor zichzelf, maar ook voor onze dieren hogere standaarden (kunnen) opleggen. Ik wil graag dat wij als Stichting Welzijn Paard, samen met FNHB, KNHS, KWPN, LTO en de FRNS, bepalen hoe hoog die lat ligt en hoe we bedrijven meekrijgen om dit te bereiken. Als wij samen optrekken gaat dat lukken. Daar gaan we de komende tijd aan werken. Dan wil je vast weten hoe we dat gaan doen. Gaan al die bestuurders van die organisaties bepalen waar die lat komt te liggen? Neen, de Stichting Welzijn Paard laat zich op het gebied van het welzijn van het paard adviseren door een Commissie van Deskundigen. Deze Commissie, met als voorzitter prof. dr. Marianne Sloet van Oldruitenborgh-Oosterbaan, bestaat uit een groep mensen die met verstand van zaken invulling geeft aan het Keurmerk. Zij baseren zich op wetenschappelijke kennis, maar hebben ook oog voor de huidige situatie in de paardenhouderij en de haalbaarheid van de door hen voorgestelde eisen. Deze commissie lijkt er goed in te zijn geslaagd om de wetenschappelijke kennis over paardenwelzijn om te zetten in een praktisch instrument.

Onderwerp van gesprek

Met het Keurmerk Paard en Welzijn willen wij niet alleen bereiken dat het welzijn van paarden verbetert, maar ook dat het welzijn van paarden onderwerp van gesprek wordt in de stal en in de kantine. Het maakt daarbij niet uit of je eigenaar bent van tien Shetlanders, professioneel een dressuurstal runt of bedrijfsmatig paarden houdt voor recreatief gebruik. De eigenaar van paarden die het welzijn hoog in het vaandel heeft staan, kan dit aan zijn klanten en bezoekers duidelijk maken door het Keurmerk aan te vragen. Eén van onze inspecteurs komt dan op bezoek en wanneer blijkt dat het bedrijf aan alle eisen voldoet, wordt het keurmerk verstrekt. Het daarbij horende gevelbord wordt vervolgens overhandigd. Dit bedrijf straalt daarmee uit dat het voldoet aan de KPW-normen op het gebied van paardenwelzijn en dat het bedrijf streeft naar een goed welzijn voor paarden. Ons doel is om zoveel mogelijk bedrijven met een KPW-keurmerk in Nederland te hebben. Het komende half jaar hopen we het Keurmerk te kunnen uitreiken op een vijftigtal bedrijven.

Eenzelfde doel

Als je naar de toekomst van het Keurmerk kijkt, borrelt wellicht de vraag op hoe bestendig de huidige eisen zijn. Zoals ik in het begin van mijn brief al aangaf, ben ik me als geen ander bewust van het feit dat welzijn een complex begrip is. Soms lijkt het of non-profitorganisaties zoals bijvoorbeeld de Dierenbescherming een andere mening over paardenwelzijn hebben. Ik vind het echter belangrijk te benadrukken dat de doelen van dierwelzijnsorganisaties in grote mate lijken op de doelen van de mensen uit de paardensector: de paarden in Nederland moeten een goed welzijn hebben. De wijze waarop we dat willen bereiken kan verschillen, over het belang van de (economische) haalbaarheid kunnen we twisten, maar zolang we eenzelfde doel hebben ga ik er vanuit dat we dat met elkaar kunnen bereiken. Graag geef ik de Kettingbrief door aan ondernemer Markus Engeli. Beste Markus, U heeft menigeen verrast met het plan om in Houten een manege te gaan bouwen waar u kinderen van ouders met een kleinere portemonnee en kinderen met een beperking de kans wilt geven van de paardensport te genieten. Als voorzitter van de Stichting Paard en Welzijn zou ik het leuk vinden van u te horen of en hoe u zich bij het ontwerpen van de nieuwe stallen en de inrichting van het terrein heeft laten leiden door de normen die er voor het welzijn van het paard gelden. Met vriendelijke groet, Hetty Schreurs Hetty Schreurs is dierenarts en werkt op dit moment bij Wageningen Bioveterinary Research. Ze is ook directeur van de Stichting Autoriteit Diergeneesmiddelen. Daarnaast was zij raadslid van de Raad voor Dieraangelegenheden en vanuit die functie betrokken bij de RDA zienswijze: ‘Paardenmarkten in Nederland, Man en Paard noemen’. [post_title] => 37. Hetty Schreurs: 'De mening van de Nederlandse burger telt' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 37-hetty-schreurs-de-mening-van-de-nederlandse-burger-telt [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2018-12-18 14:49:22 [post_modified_gmt] => 2018-12-18 13:49:22 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=200190 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 36 [max_num_pages] => 6 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => 1 [is_tag] => [is_tax] => [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => 59391c57531907d9b41f6dfb08d71042 [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) )

37. Hetty Schreurs: ‘De mening van de Nederlandse burger telt’

36. Haike Blaauw: ‘Van een gast kun je een fan maken’

35. Gijs Bartels: ‘De rol van maneges is van groot belang’

34. Theo Fledderus: ‘Onze sport is de mooiste sport die er bestaat’

33. Jesse Drent: ‘We moeten niet worden beperkt door regels’

32. Dinja van Liere: ‘Het is noodzakelijk dat onze sport verandert’