Ga naar hoofdinhoud

Kettingbrieven

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [category_name] => kettingbrieven
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [category_name] => kettingbrieven
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [static] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [tag] => 
            [cat] => 7
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [paged] => 0
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 6
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => category
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => kettingbrieven
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => pk_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [category] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => kettingbrieven
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => pk_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 7
            [name] => Kettingbrieven
            [slug] => kettingbrieven
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 7
            [taxonomy] => category
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 50
            [filter] => raw
            [cat_ID] => 7
            [category_count] => 50
            [category_description] => 
            [cat_name] => Kettingbrieven
            [category_nicename] => kettingbrieven
            [category_parent] => 0
        )

    [queried_object_id] => 7
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  pk_posts.ID FROM pk_posts  LEFT JOIN pk_term_relationships ON (pk_posts.ID = pk_term_relationships.object_id) WHERE 1=1  AND ( 
  pk_term_relationships.term_taxonomy_id IN (7,112,113,114,115,116,117,118,165)
) AND pk_posts.post_type = 'post' AND (pk_posts.post_status = 'publish') GROUP BY pk_posts.ID ORDER BY pk_posts.post_date DESC LIMIT 0, 6
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 201793
                    [post_author] => 25
                    [post_date] => 2019-04-17 10:06:02
                    [post_date_gmt] => 2019-04-17 09:06:02
                    [post_content] => 

Dankzij topcoach Foppe de Haan is de Kettingbrief in handen gekomen van bondscoach paradressuur Joyce Heuitink. De twee kennen elkaar doordat De Haan zich namens het Foppe Fonds heeft ingezet voor de parasport. Heuitink licht in deze editie toe tegen welke obstakels zij als bondscoach aanloopt bij het lesgeven van parapaardensporters. Gezegd mag worden dat het Joyce Heuitink en het Nederlandse paradressuurteam voor de wind gaat. Vorig jaar behaalden ze teamgoud op het WK in Tryon. Met welk vizier wordt er naar de Paralympische Spelen van Tokio 2020 gekeken? Aankomende week komt schaatscoach Jillert Anema aan het woord.

Beste Foppe,

Bedankt voor het doorgeven van de Kettingbrief. We hebben elkaar inderdaad al diverse malen gesproken, altijd in relatie tot de paradressuur. Ik vind het nog altijd bijzonder om te zien hoeveel affiniteit je hebt met de tak van sport die de afgelopen jaren mijn leven is gaan beheersen. Ik vind het interessant om naar je verhalen te luisteren en je ervaring inspireert me.

Ons ding doen

De Wereldruiterspelen in Tryon waren inderdaad een groot succes voor het Nederlandse paradressuurteam. Een groter succes dan wellicht van tevoren werd gedacht. Toch heb ik mijn verwachtingen en hoop nooit onder stoelen of banken gestoken. Ik houd er niet van om voorbehoudjes te maken. Dus als men mij vroeg, hoe zie je je kansen, dan zei ik steevast: ‘ik heb vier ruiters mee die alle vier op het podium kunnen komen. En als ze dat doen, is het team goed genoeg om eveneens op het podium te komen’. Met het nieuwe format van de landenwedstrijd over slechts één dag werd het sowieso spannender dan voorheen en leek er meer mogelijk te zijn. Ik had mijn zinnen gezet op goud met het team. Dat dit moeilijk was, was op voorhand een feit. Nooit eerder behaalden we dat resultaat, maar met een ervaren ploeg en zeer goede paarden zat de kans erin. Gek genoeg was 2018 het eerste jaar dat niemand van de pers mij concreet vroeg naar onze medaillekansen en mijn verwachtingen. Normaal is dat altijd wel zo. Zo konden we in Tryon allemaal ons ding doen, dat zelfs uitstekend doen en wonnen we onder meer voor het eerst teamgoud en hadden we voor het eerst een 100% medaillescore.

Nieuwe combinaties

Dit als inleiding op je vraag Foppe, want het staat er momenteel goed voor met mijn ruiters, en dat bedoel ik dan in brede zin. Niet alleen de vier combinaties die in Tryon aan de start zijn geweest. Het mooie is dat alle vier de combinaties in stand zijn gebleven. Nicole den Dulk en Frank Hosmar hebben hun teampaarden behouden als eigenaar, Sanne Voets heeft een nieuwe eigenaar gevonden voor Demantur NOP RS2, die hem behoudt voor haar tot aan de Paralympische Spelen in Tokio. En ook Rixt van der Horst beschikt nog altijd over Findsley van eigenaresse Lisa Sanders.
Wat voor mij ook zeker belangrijk is, is zorgen dat de selectie zo groot mogelijk blijft of wordt. Zo zijn er een aantal combinaties uit het B- en Future kader die nog altijd hard aan de weg timmeren en is het gelukt om een aantal oude nieuwe namen op het toneel te krijgen met zeer goede paarden. We weten allemaal hoe moeilijk het is om de top te bereiken en dat het nog moeilijker is om er te blijven. Maar één van de belangrijkste dingen daarin is voor mij een solide basis en ieder jaar aanwas van minstens één tot drie nieuwe combinaties met A-kaderpotentieel.
Dit is voor mij de solide basis van waaruit ik verder kan werken richting de Paralympische Spelen in Tokio. Groot voordeel daarbij is dat we al een Nederlands team hebben gekwalificeerd daarvoor, middels onze gouden plak op de Wereldruiterspelen. We hoeven dit jaar niet, zoals veel andere landen, extra veel toernooien te rijden om een plek voor een heel team, of zelfs alleen voor je twee beste individuele sporters, veilig te stellen. Dat geeft rust in de ploeg, maar ook in de kalender. Het is niet nodig om veel internationale toernooien te rijden om als land zo hoog mogelijk op de FEI-ranking te komen. En ja, we hebben dit jaar natuurlijk het EK in eigen land, op het terrein van het CHIO Rotterdam in het Kralingse Bos. Ook daar willen we natuurlijk een prachtige prestatie neerzetten.

Hitteprotocollen

Specifiek voor Tokio gaan we ons extra voorbereiden als het gaat om de hitteprotocollen. De verwachte temperatuur en luchtvochtigheid liegen er niet om. Ik denk dat het niet alleen maar belangrijk, maar zelfs essentieel is om je daar top op voor te bereiden. Ook ben ik van mening dat je daarmee een marginaal verschil op de concurrentie kunt maken. Atleten in andere sporten bereiden zich uitgebreid voor in klimaatkamers, dat is met onze paarden iets lastiger. Toch is het frequent erop trainen, het monitoren en strategieën bedenken om alles te optimaliseren van essentieel belang. Dit niet alleen met het oog op het welzijn en de prestaties van het paard, maar ook op die van de ruiter. Simpel voorbeeld: ga jij maar eens bij 38 graden boven nul, met de brandende zon op je hoofd en een hoge luchtvochtigheid die je doet zweten zodra je één stap buiten de deur zet, een stuk hardlopen en tijdens het hardlopen een ingewikkelde puzzel oplossen. Kun je dan nog optimaal doorlopen, doorademen, met souplesse bewegen, optimaal nadenken en snel schakelen? Het klinkt misschien overdreven, maar tijdens de wedstrijd in Tokio zullen al deze aspecten aan bod komen, soms tegelijk, soms direct na elkaar. Iets om over na te denken…. Dit alles met de ambitie om daar ook als land op het podium te komen en een gooi te doen naar goud. We rijden daar voor het eerst in een nieuw format: drie van de vier ruiters mogen starten, en alle drie de resultaten tellen mee, geen wegstreepresultaat. Een enkele fout kan dus cruciaal zijn. Heel interessant, en ik denk kans op heel interessante uitslagen!

Out-of-the-box

Ook vraag je aan me of ik extra problematiek ervaar bij het trainen van paradressuurruiters. Nou in het begin heb ik dat wel ervaren, omdat
het werken met mensen met lichamelijke beperkingen toen relatief nieuw voor me was. Maar ik ben het type mens dat graag out-of-thebox denkt en probeert met creativiteit en handigheid dingen voor elkaar te krijgen. Dit in tegenstelling tot de vaste gewoontes en de ‘boekjes’. Een heleboel uitdrukkingen die in de reguliere dressuur gebruikt worden, passen net niet letterlijk bij mijn ruiters. ‘Met je been naar de hand toe rijden’, een ‘op
houding maken’, of ‘been geven’ werkt niet als je een arm, hand of been mist of als deze niet goed functioneren. Dan moet je met andere opmerkingen komen, andere ideeën of oplossingen, zonder het belang van het Scala der Ausbildung en mooi en correct paardrijden uit het oog te verliezen. Ik doe veel inspiratie op door te observeren, luisteren en te experimenteren. En dingen net even anders te doen. Zo heb ik van blinde ruiters geleerd dat zij heel goed keertwendingen kunnen draaien omdat ze ieder stukje paard en iedere pas onder zich voelen. Simpel voorbeeld, om het bij valide ruiters dan maar eens met de ogen dicht te proberen als het niet lukt. Ook vind ik gesprekken en discussies met collega-coaches uit andere sporten interessant en bruikbaar. Daarom wil ik de brief graag doorgeven aan de bekende schaatscoach en mijn Master Coach ‘maat’ Jillert Anema, met wie ik een toernooi heb meegelopen. Ik heb drie vragen voor hem.

Beste Jillert,
Hoe ervaar jij de dynamiek in jouw team, waarin zowel mannen als vrouwen zitten die vaak tegen elkaar schaatsen, maar in de massastart ook voor elkaar schaatsen? Wat zijn voor jou in de opbouw van een seizoen de belangrijkste pijlers om succes mee te creëren en te behouden? Hoe zie jij het belang van een intensieve dagelijkse samenwerking als ploeg, en welke meerwaarde brengt het?
Met vriendelijke groet,
Joyce Heuitink

[post_title] => 50. Joyce Heuitink: 'Ik houd er niet van om 'voorbehoudjes' te maken' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 50-joyce-heuitink-ik-houd-er-niet-van-om-voorbehoudjes-te-maken [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-04-17 10:06:08 [post_modified_gmt] => 2019-04-17 09:06:08 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=201793 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 201789 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-04-17 08:59:43 [post_date_gmt] => 2019-04-17 07:59:43 [post_content] =>

In de vorige aflevering maakten we kennis met Musculo-Skeletaal Arts Sigfried KuldipSingh. Hij houdt zich bezig met houding- en zitproblemen bij ruiters. KuldipSingh behoort samen met longeerspecialist en allround rij-instructeur Lammert Haanstra en topcoach Foppe de Haan tot een projectgroep die de ruiteropleiding van de KNHS vanuit een andere invalshoek wil moderniseren. Deze week kijken we door de ogen van Foppe de Haan naar de paardensport. Hij vertelt meer over de samenwerking van de projectgroep en geeft als voetbalcoach en sportdocent tips over teamsamenwerking en het trainen van houding en balans. Daarna neemt bondscoach paradressuur Joyce Heuitink het stokje over.

Beste Sigfried,

Ik vind paardensport een fantastische sport; de combinatie van mens en dier. Het is geweldig hoe dat op topniveau met elkaar correspondeert. Ik kijk er altijd met verbazing naar hoe ze in de dressuur en met springen hun kunsten vertonen. Bij een normale sport, zoals voetbal, speel je met een bal. Het gaat dan om jouw lichaam en de bal. Met paardrijden heb je een paard onder je. Dat is totaal anders. Bij een paard heb je gevoel nodig. Natuurlijk heb je ook een beetje gevoel nodig voor de bal, maar daar sta je veel dichter op. Als ruiter moet je kunnen voelen wat het paard voelt. Ik vind dat wel heel bijzonder. Je kunt aan het paard zien of de ruiter zich goed voelt. Of andersom; je kunt aan de ruiter zien of het paard zich goed voelt.

Foppe Fonds

Door Lammert Haanstra ben ik enthousiast geworden van de paardensport waardoor ik meerdere contacten heb opgedaan. Lammert Haanstra ken ik mijn leven lang. Ik heb bijvoorbeeld samen met hem meegewerkt aan een project voor de gehandicaptensport dat als doel had om gehandicapte kinderen op het paard te krijgen, wat ik heel bijzonder vond. Ik heb een fonds, genaamd Foppe Fonds. Al moet ik wel zeggen dat andere mensen dat fonds voor mij hebben bedacht, maar ik ben daar wel heel nauw bij betrokken. De eerste keer dat we hiermee met paarden te maken hebben gehad, was door para-dressuuramazone Rixt van der Horst. Zij had hulp nodig. We hebben haar met allerlei dingen geholpen, onder andere om het paard Uniek aan te schaffen. Ik ben een keer samen met Lammert Haanstra en mijn vrouw wezen kijken bij een manege in Friesland. Joyce Heuitink, bondscoach paradressuur, was ook aanwezig. Rixt van der Horst was daar helemaal in haar eentje in die grote manege. Ik was zo onder de indruk van wat zij kon met haar paard. Ik vond het echt fantastisch. Daarna is Lammert Haanstra begonnen met het project om mensen wakker te maken dat het voor kinderen met een handicap heel belangrijk is dat ze met paarden in aanraking komen. Mijn fonds heeft dat overgenomen en daar hebben we een heel mooi project van gemaakt dat drie jaar heeft geduurd. We hebben toen samengewerkt met vijf maneges in Noord-Nederland. Uiteindelijk hebben we 130 gehandicapte kinderen in contact gebracht met het paard (op of achter het paard). Dit project heette 100 pk. Het doel was om honderd kinderen te helpen maar het zijn er iets meer geworden.

Differentieel leren

Toen ik het op een gegeven moment in mijn rug had, ben ik naar jou, Sigfried, gegaan omdat jij ruggen behandelt. Ik kende jou al van de voetballerij. Nadat jij me behandelde, heb ik in overleg met Lammert Haanstra besproken dat jij met ons mee moest doen in een soort driemanschap om wat activiteiten binnen de paardenwereld te doen. Ik vind het leuk om een bijdrage te leveren. Ikzelf heb ervaring op het gebied van differentieel leren. Door niet altijd op dezelfde manier te sporten, maar juist veel verschillende sportactiviteiten te doen, kun je veel meer progressie boeken. In Heerenveen hebben ze in de turnhal waar Epke Zonderland altijd traint allemaal prachtige apparaten staan. Een oud-collega van het CIOS, Tjalling van den Berg, heeft daar een leergang ontwikkeld dat ECOcoaching heet. Dat betekent dat hij alle mogelijke sporten met elkaar probeert te verbinden. Ik heb daar als eerste aan meegedaan met Jong Oranje. Normaal gesproken gingen we de dag nadat we hadden gevoetbald op het veld, of uitlopen in het bos of de fiets op. Maar ik heb toen aan Tjalling van den Berg gevraagd of we in die hal allerlei activiteiten mochten doen; jongleren op de evenwichtsbalk, koppen op de trampoline en voetvolley op de zachte matten. Mijn spelers vonden dat fantastisch. Het mooie hieraan is dat je allerlei situaties kunt bedenken. Er kwamen toen ook veel mensen uit de paardensport in Heerenveen trainen. Voor de Olympische Spelen van Londen ging Adelinde Cornelissen daar bijna elke week naartoe om met name haar balans en core-stability te trainen.

Simpele oefeningen

Het belangrijkste deel waar bewegen mee begint, is het gebied van je heupen; je buikspieren, lage rugspieren, liezen enz. We noemen dat de core; oftewel de kern. Dit moet in evenwicht zijn, sterk en over een goede coördinatie beschikken. Het is van belang dat je aan deze basis werkt. Om dit te bereiken, moet je elke dag core-stability oefeningen doen. Meestal zijn dit statische oefeningen, maar zodra je sterker wordt, mondt dat uit in heel dynamische oefeningen. Een heel simpele oefening is wanneer je ‘s avonds je tanden gaat poetsen en dan op één been gaat staan. Bij beide benen kun je dat toepassen. Het is een hartstikke goede balansoefening. Je traint de coördinatiespieren rond je ruggengraat. Bij paardrijden is dit ook ongelofelijk belangrijk. Sommige ruiters zitten scheef op het paard. Dat komt heel vaak doordat ze te weinig stabiliteit hebben of bepaalde spieren te gespannen zijn waardoor de verhouding van het lichaam verkeerd is. Iedereen heeft een afzetbeen en daarmee ben je vaak veel sterker dan met het andere been. Als je op het paard zit, heb je daar last van. Ik ben iemand die simpele oefeningen bedenkt om dat te verhelpen. Bovendien behoor je je spieren ook soepel en lenig te houden. Als ik serieus paard zou rijden, dan zou ik als warming-up eerst op de fiets stappen en daarna core-stability oefeningen doen, voordat ik op het paard stap.

Teamgevoel

Sigfried, jij refereert in jouw brief ook naar samenwerking. In de paardensport is samenwerking best moeilijk omdat ruiters zowel individueel als voor het Nederlandse team rijden. De ene dag strijden ze voor zichzelf en de andere dag behalen ze punten voor het team. Toch is het wel heel belangrijk om teamgevoel te hebben. Je kunt dat vergelijken met een Europa Cupwedstrijd waarbij de uitslag aan het einde van de wedstrijd 1-1 is en er na de wedstrijd penalty’s moeten worden genomen. Eén voetballer neemt de penalty. Hij is dan veel zelfverzekerder als hij het gevoel heeft dat de anderen hem steunen. Bij het penalty schieten gaan de spelers altijd met z’n allen aan de kant van het veld staan en dan slaan ze hun armen om elkaar heen. Als team moet je het gevoel hebben dat je het met elkaar doet. In de voorbereiding van een wedstrijd horen ze dat ook te creëren bij een team van ruiters. Je moet nooit alleen op de wereld zijn. Het is al eerder voorgekomen dat mijn wereld in combinatie wordt gebracht met de paardensport. Ik ben een keer in de Veluwe geweest voor een dubbelinterview met bondscoach para-dressuur Joyce Heuitink in het kader van de parasport. Ik wijs haar aan voor het vervolg.

Beste Joyce,
Ik ben heel benieuwd hoe het er momenteel voor staat met jouw selectie. Vorig jaar ben je naar Amerika geweest voor het WK, daar hebben jullie geweldige successen geboekt. Ik wil weten hoe dat beklijft. Hoe gaan jullie hiermee om en hoe bouwen jullie dat uit naar de Olympische Spelen in Japan? Wat is de ambitie voor deze Spelen? Wat ervaar jij als extra problematiek bij het trainen van para-paardensporters?
Met vriendelijke groet,
Foppe de Haan

[post_title] => 49. Foppe de Haan: 'Progressie boeken door verschillende sportactiviteiten' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 49-foppe-de-haan-progressie-boeken-door-verschillende-sportactiviteiten [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-04-17 08:59:46 [post_modified_gmt] => 2019-04-17 07:59:46 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=201789 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 201566 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-04-02 15:02:53 [post_date_gmt] => 2019-04-02 14:02:53 [post_content] =>

Longeerspecialist en allround rij-instructeur Lammert Haanstra liet afgelopen editie doorschemeren dat hij onder andere de krachten heeft gebundeld met Musculo-Skeletaal arts Sigfried KuldipSingh en topcoach Foppe de Haan. Ze werken aan een nieuw project om de ruiteropleiding van de KNHS verder door te ontwikkelen. In deze Kettingbrief gaat Sigfried KuldipSingh in op de behandelingen die hij uitvoert voor ruiters met rugproblemen dat tot een verbetering van het paardrijden moet leiden. Welke terugkoppeling krijgt hij van zijn patiënten tijdens en na de behandeling? Wat merken ze op aan hun paarden? Sigfried KuldipSingh wendt zich daarna tot Foppe de Haan.

Beste Lammert,

Jij hebt de pen doorgegeven om een vervolg te geven aan de Kettingbrief. Ik ben Musculo Skeletaal arts (MSK arts) en praktijkhoudend in Heerenveen. Met jou, Foppe de Haan en andere betrokkenen, zijn we een project gestart om innovatief en toekomstgericht naar de opleidingen in de ruitersport te kijken. Mijn doel is kennis over te dragen en vanuit mijn (medische) invalshoek een bijdrage te leveren aan een nieuw concept voor de training/opleiding binnen de ruiterwereld.

MSK

Wat doe ik als MSK arts? Musculo Skeletale Geneeskunde is een medisch specialisme dat zich richt op pijnvermindering en functieverbetering van klachten van het bewegingsstelsel van het lichaam. In veel gevallen kan ik de klachten van het bewegingsstelsel verhelpen, zonder operaties of ziekenhuisopname. Na een beperkt aantal behandelingen zijn de meeste patiënten weer in staat pijnvrij te bewegen. Ik ben gespecialiseerd in het onderzoeken en behandelen van klachten die samenhangen met functiestoornissen van het bekken of de wervelkolom. Ook klachten van nek, schouders, armen en benen kunnen samenhangen met deze stoornissen. De behandeling betreft een handmatige correctie van standafwijkingen van het bewegingsstelsel, bijvoorbeeld in de wervelkolom of het bekken. De behandeling is niet alleen gericht op de plaatselijke klacht, maar ook op de centrale oorzaken (orthopedisch/neurologisch). Alle zwakke schakels in de bewegingsketen worden onderzocht en behandeld. Daardoor wordt de kans op herhaling aanmerkelijk verkleind. Mijn behandelmethode is relatief kort met een snel en duurzaam resultaat.

Invalshoek

Ik vind het belangrijk om de gehele mens volgens het bio-psycho-sociale pijnmodel te bekijken (de wisselwerking tussen lichamelijk-, psychische- en sociale factoren). Vanuit dit bio-psycho-sociale pijnmodel probeer ik de mensen zo snel mogelijk hun dagelijkse activiteiten (werk, thuis, sport) te laten hervatten. Dit helpt bij beweegangst en vermijdingsgedrag. Dit model is ook van belang voor (top)sporters, die ik veel in mijn praktijk zie voor blessurebehandeling, maar ook voor functie-/prestatieverbetering.
Mijn ervaringen als MSK arts met de hippische sport; in mijn praktijk behandel ik ruiters, die lichamelijke klachten hebben of vastlopen in de training met hun paard. De focus van de ruiters ligt heel vaak bij het paard. Is het paard soepel en wendbaar, ligt het zadel goed op de rug van het paard en ook de training en voeding krijgen veel aandacht. De basis van de ruiter, de zit, het geven van de juiste hulpen en fysieke gesteldheid zijn heel belangrijk voor de balans tussen ruiter en paard.

Verstoorde ruiterbalans

Op mijn spreekuur zie ik veel ruiters met bekkenklachten en rugklachten. Meestal komt men vanwege pijnklachten, maar ook vanwege een scheve zithouding of ongelijke beenhulp.
Bij navraag zijn de klachten vaak in het verleden ontstaan na een val op het bekken of de rug. Kenmerkende klachten zijn: pijnklachten tijdens of na het paardrijden, bewegingsstijfheid in onderrug en bekken, spierspanningsklachten in nek, schouders, rug of rond het bekken (een bolle rug kan klachten in de nek en schouders veroorzaken, een holle rug geeft kans op lage rugklachten). Vaak zit de oorzaak in een blokkade in de wervelkolom of een scheef bekken (eigenlijk verwrongen bekken). Meestal ontstaan na een val van het paard of een forse klap in de rug. Het paard gaat schever lopen door de onjuiste houding van de berijder. Doordat de ruiter niet ontspannen of scheef op het paard zit, zal ook het paard gehinderd worden in zijn bewegingen. Na handmatige correctie van de bekkenscheefstand of de wervelblokkade ervaart de ruiter vrijwel meteen een verbeterde zithouding en zitstabiliteit (en reageert het paard beter op de ruiter).

Het (on)balansmodel

Door bekkenscheefstand ontstaat een verstoorde balans van de lichaamshouding, die gecompenseerd moet worden via de benen of via de romp. Er treedt een zogenaamd ‘domino-effect’ op in de bewegingsketen. Compensatie via de romp: de wervels compenseren bij een bekkenscheefstand vaak met een stand verandering (draaiing om een as) met als gevolg een scoliose (zijwaartse kromming van de wervelkolom). Dit kan resulteren in lage rugklachten en ribproblemen. Een tegengestelde balansreactie van nek en schouders kan resulteren in nekklachten en hoofdpijn. Compensatie via de benen: bij een scheef bekken ontstaat een relatief beenlengte verschil. Om de balans te houden vinden standveranderingen plaats in heupen, knieën, enkels en voeten. Uiteindelijk kan dit weer leiden tot overbelasting van heupen, knieën, enkels en voeten. Door de ruiter kan deze compensatie scheefstand worden ervaren als ongelijke beenhulp.

Ruiterbalans lezingen

Samen met jou geef ik lezingen over houding en balans bij rijverenigingen. Daarbij combineren we theorie en praktijk: na een theoretische uitleg en instructie over het balansmodel, gaan we de bak in en observeren/analyseren de houding en zit van de ruiter en de beweging van het paard. Ook laten we de verschillende ruiters naar elkaar kijken volgens het balansmodel en elkaar beoordelen op houding en zit. Zo wordt bijvoorbeeld geconstateerd dat de ruiter door een scheve zit (soms zelfs stijgbeugels op verschillende lengtes) en verkramping in de schouders en armen, het paard beïnvloedt in de beweging. In een vervolgtraject heb ik een aantal van deze ruiters behandeld in mijn praktijk. Na de behandelingen, stuurde ik ze weer de bak in met de vraag: wat vertelt jouw paard je nu? Wat is het effect op het paard? De verhalen die ik terugkreeg: mijn paard komt minder in verzet, door soepelheid in het bekken gaat het paard soepeler lopen en is nageeflijker in de rug. Op de volte komt het paard gemakkelijker in de juiste stelling. Ontspanning in de schouders en armen geeft een betere teugelvoering. Ontspanning en balans hebben een groot effect op de prestaties, het teamverband tussen ruiter en het paard. Daarbij denk ik ook aan een uitspraak van jou: ‘Om in gesprek te komen met je paard heb je verbinding nodig.’

Samenwerkingsproject

Met jou en Foppe de Haan is een project gestart met als doel een nieuw concept met een geheel nieuwe invalshoek te introduceren in de ruiterwereld. Jij bent deskundig in de paardensport. Foppe en ik zijn ‘buitenstaanders’ en hebben de teugels nog niet in handen gehad. Het combineren van jouw uitgebreide kennis van de paardensport, de kennis van Foppe in de humane sport, allround sportcoach en de visie van mij op houding-, functie en prestatieverbetering, is een uniek concept. Het samenwerken en delen van kennis met anderen, sluit ook aan bij mijn invalshoek van behandelen, het bio-psycho-sociale model, waar alle aspecten van de mens aan de orde komen.
In de paardensport vormen het paard en de ruiter een team. Zij beïnvloeden elkaar. De lichamelijke, psychische en sociale factoren van ruiter en paard spelen daarbij een rol. Zoals jij al schreef, worden er steeds betere paarden gefokt.
Deze paarden vragen om fysiek en mentaal gezonde ruiters. Zorg voor het welzijn van de paarden en de ruiters zal de sport toekomstbestendig maken. Ik heb een vraag aan Foppe de Haan.

Beste Foppe,

In deze brief heb ik uitgelegd wat ik doe en wat mijn aandeel kan zijn in het helpen van de ruiter om een betere combinatie met het paard te vormen. Mijn vragen aan jou: met welke frisse blik kijk jij als ‘buitenstaander’ naar de hippische sport en naar onze samenwerking vanuit jouw ervaring als voetbaltrainer/coach? Welke tips heb je voor een succesvolle teamsamenwerking binnen de hippische sport vanuit jouw ervaring als sportdocent? Welke tips heb je over training van houding en balans binnen de hippische sport?

Met vriendelijke groet,
Sigfried KuldipSingh


[post_title] => 48. Sigfried KuldipSingh: 'Gehele mens volgens bio-psycho-sociale pijnmodel bekijken' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 48-sigfried-kuldipsingh-gehele-mens-volgens-bio-psycho-sociale-pijnmodel-bekijken [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-04-02 15:04:47 [post_modified_gmt] => 2019-04-02 14:04:47 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=201566 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 201470 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-03-20 09:00:40 [post_date_gmt] => 2019-03-20 08:00:40 [post_content] =>

Er ligt een goede reden aan ten grondslag waarom voormalig wereldkampioen Franke Sloothaak de Kettingbrief heeft overgedragen aan longeerspecialist en allround rij-instructeur Lammert Haanstra uit het Friese Lippenhuizen. Puur met de intentie om de nostalgie van vroeger weer even op te halen. Lammert Haanstra blikt in deze aflevering terug op de tijd waarin Franke Sloothaak zich, onder zijn toeziend oog en zeker onder dat van Lammert Brouwer, als jeugdruiter heeft ontwikkeld. Vanzelfsprekend passeert ook zijn ruitercarrière de revue. Het verhaal eindigt met een nieuw project waar Musculo-Skeletaal-arts Sigfried Kuldipsingh en Foppe de Haan actief bij betrokken zijn.

Beste Franke,

Ik ken jou al van jongs af aan. Je bent bij ons op de rijvereniging begonnen. Je kwam in de jaren ‘70 de bak binnen, halverwege één van de eerste lessen van mijn vrouw, op de manege in Oranjewoud. Ik herinner me nog dat je met een petje op je hoofd en schrammetjes op je gezicht binnenkwam. Toen ik aan jou vroeg: ‘Franke, wat heb jij nou gedaan?’, vertelde je dat je had geprobeerd om met de pony over het prikkeldraad heen te springen maar dat hij eronderdoor was gekropen. Dit brengt mij bij jouw achtergrond. Je bent vlakbij Heerenveen geboren. Je komt uit een arbeidersgezin. Van je ouders heb je geleerd wat aanpakken is.

Verenigingsgevoel

Bijdrage aan jouw ontwikkeling is toch wel onze gezamenlijke tijd bij de Tjongerruiters geweest. Naar mijn mening beschikten we over een geweldige ruitervereniging, waar alle disciplines van de paardensport werden beoefend waaronder crosscountry, springen en dressuur. Ik heb samen met jou zelfs een keer meegedaan aan een steeplechase op de renbaan in Schoorl. We vonden alles leuk. Bij ons voerde vooral het speelse de boventoon. Toen al gingen we weleens op zondagmiddag hardlopen in het bos om ook met ons ruiterlichaam bezig te zijn. Maar er was vooral het verenigingsgevoel. Met het achttal werden we in 1974 kampioen van Nederland tijdens het verenigingskampioenschap op de Levade (wat nu de Hippiade is). Eén ruiter reed er mee in het achttal en zeven amazones. Drie van hen reden een individuele dressuurproef en drie een springparcours voor de totaalscore. Jij reed als enige ruiter op een hengst voorop en de zeven meiden reden erachteraan. Tijdens deze Levade ben je zelfs ook nog individueel springkampioen geworden in de zware klasse als jongste ruiter ooit. Achteraf bekeken hebben wij op dertienjarige leeftijd al gezien wat jij kon. Als jij op een paard ging zitten, zag je dat paard binnen een paar minuten veranderen.

Goed doorgereden paarden

Je bleek al snel een groot talent. Speels, leergierig en gedreven met passie. Al gauw werd je ontdekt door de bekende Duitse springruiter Alwin Schockemöhle. Hij reed de beroemde springpaarden Warwick Rex en Rex the Robber. Je werd meervoudig Olympisch kampioen met het Duitse springteam en in 1994 wereldkampioen met Weihaiwej. Op een gegeven moment was je gewoon niet te verslaan. Bij Alwin Schockemöhle heb je de
fijne kneepjes van het vak geleerd op zeer goed doorgereden paarden. Ik ben het roerend met je eens dat het heel belangrijk is dat jonge ruiters op ervaren paarden zouden moeten leren rijden die hen dingen kunnen leren. De geweldig gefokte, temperamentvolle paarden van nu vragen betere ruiters. Juist omdat er een sterke afname is in de coördinatie, de haptonomische en motorische vermogens van ruiters in dit computertijdperk. Het moet niet zo zijn dat we deze betere paarden fokken ter compensatie of camouflage van onze fysieke en mentale tekortkomingen!

Onvoorstelbaar

Toen jij in Duitsland was, werd ik de rechterhand van Tinus Ruiterkamp, de grote man achter wat de KNHS nu is. In die tijd kregen wij als collega’s, Wim Bonhof en Johan Hamminga, van de toenmalige KNF alle mogelijkheden om bij anderen in de keuken te kijken om ons verder te ontwikkelen. Met grote regelmaat werden we geschoold door topinstructeurs. Vanwege mijn turnverleden werd ik naar Warendorf gestuurd om voltigeer- en longeercursussen te volgen. Ik had jou toen al een paar jaar niet gezien omdat je actief was in de wedstrijdsport. Je was vijftig weekenden in het jaar op concours! In die tijd gingen we een dag met alle personeelsleden op werkbezoek naar Mühlen, naar jouw werkplek bij Schockemöhle. Ik herinner me dat je voor ons een ‘sprongetje‘ ging maken op het beroemde springpaard Rex the Robber. Je legde de teugels op de schoft van het paard en met je handen op je rug sprong je over een stijlsprong die zo hoog was dat ik er rechtopstaand onderdoor kon
lopen. Nu ben ik niet zo groot, maar wat je toen liet zien was voor ons onvoorstelbaar. Ik weet nog wel dat je je vroeger niet zo heel goed kon verplaatsen in de problematiek van de modale ruiter, haha! Je had zoveel talent dat je niet begreep dat ze niet konden wat jij kon.

Nieuwe invalshoek

Je was altijd heel breed geïnteresseerd. Je verdiepte je onder andere in voeding, de medische aspecten en verschillende trainingsmethodes. Net als ik vind je het leuk om je kennis en vaardigheden over te dragen. Wij hebben wederzijds respect en altijd belangstelling gehad voor elkaars bezigheden. We genieten ervan als we merken dat we elkaar beter kunnen maken. Het is belangrijk dat je niet alleen als individu bezig bent, maar open staat voor wat andere mensen doen, dan leer je zoveel meer. Op dit moment is Marion Schreuder, voorheen hoofd opleidingen in Deurne, bezig om de ruiteropleiding van de KNHS nieuw leven in te blazen. Samen met andere collega’s help ik haar daarmee. Het gaat me aan het hart als de opleidingen niet goed lopen en ik hoop wat van mijn kennis over het vak op die manier achter te laten. Ik krijg daarbij de kans om een nieuw concept met een geheel nieuwe invalshoek te introduceren aan de ruiterwereld. Ik doe dat in samenwerking met Sigfried KuldipSingh, Musculo-Skeletaal-arts (Orthomanueel Arts) en met sporticoon en -coach Foppe de Haan. Samen willen we ruiters helpen een betere combinatie met hun paarden te vormen.

Hoe gaan we dat doen?

  • KuldipSingh behandelt in zijn praktijk met succes veel ruiters. Niet alleen voor blessurebehandeling, maar ook voor functie- en prestatieverbetering. De paarden van zijn patiënten laten zich fijner rijden en komen beter aan de hulpen door zijn behandelingen.
  • - Foppe de Haan werd bekend als voetbaltrainer, maar is bovenal een allround sportcoach. Hij is als geen ander in staat (jonge) mensen te stimuleren hun volle potentieel te benutten, zowel op fysiek als op mentaal gebied.
  • - Ondergetekende die als allround sport- en paardensportman het positieve effect van de bijdrage van deze beide heren op de paarden en dus op de totale combinatie kan vaststellen.

Raadsel

Het is voor mij altijd een raadsel geweest waarom de paardensport niet meer gebruik gemaakt heeft van de kennis uit de humane sporten. Je ziet dat de diverse sporten leren van elkaar door kennis uit te wisselen. De paardensport is daarin jammer genoeg altijd veel te weinig innovatief geweest. Aan Sigfried KuldipSingh wil ik de pen doorgeven. Het lijkt me leuk om iemand aan het woord te laten die de ruitersport vanuit een andere hoek bekijkt. Hij helpt veel ruiters omdat er steeds meer rugproblemen voorkomen. Hij behandelt hen waardoor ze rechter en in balans op het paard komen te zitten zodat hun paarden aantoonbaar beter te rijden zijn.

Beste Sigfried,
Jij ziet steeds meer patiënten met rugproblemen. Jij onderhoudt tijdens en na de behandeling contact met hen om te weten wat jouw behandelingen hebben teweeggebracht. Wat vertellen de paarden aan jouw patiënten over jouw werk?
Met vriendelijke groet,
Lammert Haanstra

[post_title] => 47. Lammert Haanstra: 'De paardensport is te weinig innovatief geweest' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 47-lammert-haanstra-de-paardensport-is-te-weinig-innovatief-geweest [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-03-20 09:00:47 [post_modified_gmt] => 2019-03-20 08:00:47 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=201470 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 201425 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-03-13 10:14:03 [post_date_gmt] => 2019-03-13 09:14:03 [post_content] =>

Oud-wereldkampioen Franke Sloothaak weet als geen ander hoe de springsport zich heeft ontwikkeld. In de vorige aflevering bracht springruiter Jack Ansems ter sprake dat er tegenwoordig een heel ander deelnemersveld is. Bij de jeugd zou deze groep meer bestaan uit mensen met paarden dan uit paardenmensen. Ook lijkt het alsof er behoorlijk veel trainers en coaches worden ingezet. Is dat volgens Franke Sloothaak nadelig voor de rijkunst? Speelt geld een belangrijkere rol dan talent en heeft dat gevolgen voor de manier waarop ruiters worden gecoacht? Aankomende editie ligt de Kettingbrief bij longeerspecialist Lammert Haanstra.

Beste Jack,

Vroeger heb ik bij Alwin Schockemöhle samengewerkt met jouw ooms Piet en Gert-Jan Mooij, voordat Gert-Jan naar Paul Schockemöhle ging. Mijn advies aan jou is om voor alles open te blijven staan, dus blijf nieuwsgierig. In het gezamenlijke gebeuren is de communicatie die je met elkaar hebt heel belangrijk. Zoals jij al opmerkte, willen de ruiters er tegenwoordig graag begeleiding bij hebben. Vroeger was dat ook al het geval, maar die groep was veel kleiner. Dit is natuurlijk niet altijd even gemakkelijk. Ik begeleid veel ruiters. De afgelopen weken waren zij op concours in Valencia, Herning, Oliva en Doha. Ze zijn zelfstandig onderweg want ik kan ze dan niet allemaal begeleiden.
Vandaag de dag zijn er gelukkig veel andere mogelijkheden om ruiters toch te kunnen begeleiden. Doordeweeks train ik thuis veel met ze middels een zelfstandig parcours maar we communiceren ook via internet. In de toekomst gaan we daar toch steeds meer naartoe. Ik bekijk ze bijvoorbeeld ook via ClipMyHorse. De laatste jaren heb ik dat met de Duitse A-kader springamazone, Laura Klaphake, ook gedaan tijdens het Europees- en Wereldkampioenschap. Dat heeft uiteindelijk ook gewerkt. Je moet ze thuis alleen wel goed voorbereiden.

Twee gedeelten

Het probleem bij de begeleiding is dat het eigenlijk alleen maar draait om de ruiters. Volgens mijn visie bestaat het lesgeven echter uit twee gedeelten. Aan de ene kant wil ik dat de ruiter correct op zijn paard zit. De ruiter moet in het begin zitoefeningen doen. Hierbij gaat het erom dat een ruiter een correcte zit en houding heeft, in balans is, en de beweging van het paard kan volgen. Het belangrijkste is dat de ruiter daar gevoel voor krijgt. Je ziet vaak genoeg dat ruiters dat niet correct hebben geleerd tijdens hun opleiding. Er zijn veel sensibele paarden, dus je moet op veel kleinere dingen gaan letten waar ruiters in kunnen verbeteren. Aan de andere kant leert de ruiter van het paard. Ik zal een voorbeeld geven. Stel dat we de beste dressuurtrainer uitzoeken die er is om Jeroen Dubbeldam en zijn beste paard te begeleiden. Hoe lang zal het dan duren totdat Jeroen Dubbeldam samen met dat paard passage, piaffe en de changementen om de pas leert? Als ik mezelf de vraag stel of dat lukt, denk ik van niet. Ik denk dat Jeroen Dubbeldam eerst een paard zou moeten rijden die eigenlijk al passage, piaffe en de changementen om de pas kan uitvoeren om daar gevoel voor te krijgen.

Weggegooid geld

Mijn visie is dat je ruiters nog zo goed kunt begeleiden, maar ze leren paardrijden door het paard. In dat systeem heb je een goed paard nodig die het gebeuren al kent. Ik kan genoeg voorbeelden opnoemen van ruiters die goede springpaarden kopen en daar meer geld voor betalen om daar direct internationale concoursen mee te kunnen rijden. Een jong paard met een jonge ruiter is eigenlijk weggegooid geld. Als de ruiter zelf nog niet goed kan rijden, is hij niet in staat om een paard op te leiden. Ik denk dat jij met jouw vragen ook doelt op een generatieprobleem. Je ziet vaak dat kinderen het nu beter voor elkaar hebben dan hun ouders toen zij opgroeiden. De volgende generatie wordt het gemakkelijker gemaakt. Ze krijgen ook veel meer zoals een brommer of een auto. Vroeger moesten wij tien kilometer op de fiets zitten om ergens te kunnen paardrijden. Geld maakt het wel gemakkelijker. Het is alleen geen garantie dat je een goede ruiter wordt. Tijdens mijn werk heb ik ook te maken met ruiters die van huis uit geen paardenmensen zijn. Ik ben net in China geweest, want ik wil wat doen voor de sport. Ik geef daar les aan ruiters die al langer rijden. De eerste vraag die ik altijd aan hen stel is of ze thuis ook dieren hebben, bijvoorbeeld honden of katten. Het helpt toch als je met huisdieren kunt omgaan, net zoals je het in je kunt hebben om goed met mensen om te gaan. Hoe ga je met verschillende persoonlijkheden om en respecteer je elkaar?

Grens opzoeken

Volgens mij wil iedereen zijn best doen, daar zit dus geen verschil in. Tijdens de les moet je mensen kunnen motiveren en de nadruk leggen op datgene waar ze beter in moeten worden. Het probleem is wel vaak dat het talent lui is. Bij paarden komt dat ook voor. Sommige paarden hebben niet het laatste aan talent, maar willen wel werken en die komen er wel. Dus wat is talent? Dat is ook gebaseerd op karakter en instelling. Ik weet me nog goed te herinneren dat er een keer aan Ard Schenk werd gevraagd wat training is. Hij zei: training is leren pijn uit te houden. Om verder te komen, zul je jouw grens moeten opzoeken en dat kan ook pijn doen. In mijn ogen zijn er maar weinig mensen die paarden correct kunnen beoordelen. Een veulen van drie dagen oud is qua model al perfect. Je ziet de hals-, rug- en bilspieren erop zitten. Als je dat beeld voor ogen hebt en dat veulen voorstelt in het groot als volwassen paard met een hoofdstel en zadel op, kun je ermee rijden want dat paard is qua model klaar. Het probleem is echter dat een veulentje het hele jaar nog niks doet en als jaarling, twee- en driejarige ook niet. Vanaf het moment dat mensen ermee aan de slag gaan, wordt het paard drie dagen in de week gelongeerd en gaan ze erop zitten. Het paard moet dan nog alles leren. Zijn lichaam en gedachten zijn niet voorbereid. Je komt dan veel in botsing met zo’n paard omdat hij tot zijn derde jaar geen correcte opleiding heeft gehad.

Voorsprong

Als je er nog niet op kunt zitten omdat het paard nog niet is uitgegroeid, wil dat nog niet zeggen dat je er niet mee kunt werken. Met een jonge hengst die wordt voorgesteld voor de keuring wordt al intensief meegewerkt. Je kunt daaraan al zien dat het paard qua model ergens naartoe is gegroeid. Dat paard heeft voorsprong omdat hij dat tijdens de training heeft opgebouwd. Zijn houding is goed. Waar ik het meeste succes mee heb in de training is dat ik probeer om bij mijn paarden eerst te werken aan het model, de beweging en de balans.
Daar heb je voordeel aan als je erop zit. Het is noodzaak om te bedenken hoe je de opleiding van een paard beter kunt maken. Nergens staat geschreven dat wij onze paarden alleen kunnen verbeteren door het rijden. De laatste jaren heb ik ervaren dat je paarden gemakkelijk kunt verbeteren met longeren of dubbele longe. Het paard ervaart dan ook geen probleem van de ruiter, want er zit niemand op zijn rug. Bij het doorsturen van de Kettingbrief speelt bij mij de oude gedachten op zoals ik vroeger ben begonnen. Al die gedachten raken nooit uit de mode. Longeerspecialist Lammert Haanstra heeft mij vanaf mijn jeugd begeleid.

Beste Lammert,
Was ik op jonge leeftijd een moeilijk persoon om te begeleiden? Wat is jouw invloed geweest op hetgeen wat ik later in de sport heb bereikt?
Met vriendelijke groet,
Franke Sloothaak

[post_title] => 46. Franke Sloothaak: 'Geld maakt het wel makkelijker' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 46-franke-sloothaak-geld-maakt-het-wel-makkelijker [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-03-13 10:14:10 [post_modified_gmt] => 2019-03-13 09:14:10 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=201425 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 201313 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-03-06 09:08:14 [post_date_gmt] => 2019-03-06 08:08:14 [post_content] =>

De pen werd afgelopen week doorgegeven aan springruiter Jack Ansems van Stal Tandhof uit Sint-Oedenrode. De coach van de Olympische coaches van NOC*NSF, Francesco Wessels, die betrokken is bij het Brabantse Trainersplatform, wees hem aan met de bedoeling dat er een jonge trainer aan het woord zou komen. Naar aanleiding hiervan spreekt Jack Ansems zich uit over zijn zelfontplooiing als trainer en coach. Hij gaat tevens in op het leerproces van jonge ruiters en geeft alle trainers en coaches in Nederland wijze raad mee inzake hun specialisme. Bij de overdracht richt Ansems zich tot voormalig wereldkampioen Franke Sloothaak.

Beste Francesco,

Afgelopen jaar heb ik via het Trainersplatform een bijeenkomst mogen bijwonen met jou als gastspreker. Ik was erg onder de indruk van deze avond mede door jouw kennis over dit onderwerp en ben momenteel zelf veel bezig met de ontwikkeling als coach zijnde. Daarom vind ik het erg leuk dat juist jij deze vragen aan mij stelt!
Laten we beginnen met mijn antwoord op jouw eerste vraag; hoe borg jij jouw ontwikkeling als jonge trainer en coach? Zelfinvestering is een must op dit gebied. Ik ben het dan ook zeker met jou eens wat betreft het creëren van tijd om je competenties te kunnen ontwikkelen. Naast het Belofteplan ben ik betrokken bij het Trainersplatform Brabant en het nationaal trainersplatform van de KNHS, waar hier veel aandacht aan wordt besteed. De visie van andere coaches en trainers laat mij weer nadenken over mijn aanpak en ook denk ik dat het heel goed is om feedback te krijgen van onder andere collega’s. Je bent nooit klaar met leren en er zijn meerdere manieren die ‘goed’ zijn. We kunnen overigens niet klakkeloos uit een boekje overnemen hoe het allemaal moet, want zo werkt het nou eenmaal niet in dit vakgebied en al helemaal niet in deze sport.

Grootste uitdaging

Van jongs af aan heb ik geleerd hoe het is om met deze feedback om te gaan en mijzelf daardoor te verbeteren. Naast de vele dressuur- en springlessen die ik heb gevolgd bij diverse trainers, ben ik ook iedere dag begeleid door mijn ouders tijdens het rijden. Doordat ik verschillende manieren van rijden en lesgeven ben tegengekomen in die tijd en hier veel van heb opgestoken, ben ik ervan overtuigd dat het zeker goed is om te luisteren en te kijken naar anderen. Dan komen we meteen aan bij het leren van paardrijden en zoals jij vaak aangeeft in jouw brief ‘het beter maken van’. De grootste uitdaging in deze sport is dat je geen individu traint, maar een combinatie. En mocht dit nog niet zo zijn, dan wil je in ieder geval dat ruiter
en paard alsnog een combinatie worden. Vanuit hier kun je dan gaan groeien. Dat is al een uitdaging op zich en ik vind dit dan ook benoemingswaardig wanneer je dit vergelijkt met andere topsporten.

Lage verwachtingen

Hoe ik zie dat jongeren leren? Deze vraag brengt mij even terug naar waar ik ben begonnen als trainer. Om heel eerlijk te zijn, vond ik er helemaal niks aan. Ik zag er zelfs tegenop. Lesgeven was niet mijn ding vond ik. Ik was dan ook veel liever op wedstrijd om zelf te rijden. Maar goed, er was vraag naar en ik kon er geld mee verdienen, dus waarom ook niet. Naarmate de ruiters wekelijks terugkwamen en er ook steeds meer vraag naar was, besefte ik dat ik toch iets goed moest doen. Ik zag een duidelijke ontwikkeling, zowel met de training thuis, als op wedstrijd en begon me meer te verdiepen in het trainen van een combinatie. Ook werd ik gevraagd om deel te nemen aan het Belofteplan. Naast het trainen thuis, ben ik ook ruiters gaan begeleiden op wedstrijd. Ondanks mijn eigen lage verwachtingen over het lesgeven, kreeg ik er toch steeds meer interesse in. Ik vond het heel motiverend om de ontwikkelingen mee te maken met als uitkomst natuurlijk de positieve resultaten. Het lesgeven, waar we nu over praten noem ik liever trainen en coachen. Gezien mijn ambitie erg groot is geworden, ga ik inmiddels iets anders te werk. Allereerst komt natuurlijk de vraag wat wil je bereiken en hoe ga je dit doen? Is er überhaupt een doel? Uit ervaring kan ik vertellen dat niet iedereen een doelstelling aangeeft voordat zij bij mij komen lessen. Er zijn ook ruiters die graag fijn willen paardrijden en er nagenoeg gewoon plezier in willen hebben. Natuurlijk gaat het dan alsnog om het beter worden, maar dit is dan echter geen prioriteit. Bij de ruiters die wel een duidelijk doel hebben, gaan we kijken hoe we dit willen bereiken.

Het verschil

Na een aantal lessen zie ik vaak al duidelijk verschil in bijvoorbeeld de combinatie in het geheel, bewustwording van het rijden en het dressuurmatig rijden. Dit zijn drie vaardigheden waar ik veel aandacht aan besteed. Mijn prioriteit van het lesgeven is voornamelijk om routine aan te brengen en automatisme in het rijden ofwel ‘actie geeft reactie’. Wanneer er in de ring iets onverwachts gebeurt, en je trainer hier niet bij kan helpen, moet je direct (automatisch) kunnen handelen! Wetende dat je dít kunt, neemt dan meteen ook spanning bij de ruiter weg.
Naast de doelstelling en de weg hier naartoe is het belangrijk om als coach te weten dat de ruiter begrijpt wat je vertelt. De bekende reflecterende vraag: ‘Wat voel je?’, gebruik ik bewust niet tijdens mijn lessen. Mijn mening is dat je eerst moet weten wát je moet voelen. Een voorbeeld hiervan is wanneer ik vroeger niet thuis was, reed mijn moeder mijn paarden. Als ik daarna op mijn paard ging zitten, voelde ik wel degelijk verschil met hoe het paard normaal aanvoelde en door middel hiervan besefte ik, dít is het verschil en zo moet het paard lopen. Naarmate het einde van de oefening of les eindigt, stel ik dus de vraag: ‘Voel je het verschil’? Ik wil dat ruiters de vergelijking kunnen voelen en hierdoor makkelijker naar dit punt toe kunnen werken, ook buiten mijn lessen om. Het is immers de bedoeling dat er thuis ook aan gewerkt wordt, zodat we de volgende les weer kunnen gebruiken om dichter naar het doel toe te werken.

Brede kennis ontwikkelen

Wat ik aan andere trainers en coaches zou willen meegeven is; treed
uit je comfortzone! Hiermee bedoel ik, heb vertrouwen in jezelf als trainer en verbreed je kennis en kunde door jezelf te ontwikkelen op diverse gebieden. Zelf heb ik dit gedaan door onder andere op een school te gaan lesgeven en ik ben gaan brainstormen met zowel dressuur- als springruiters. Om als ruiter ineens voor een klas te staan met twintig leerlingen, was voor mij ook totaal nieuw. Maar, door deze dingen te doen kom je erachter dat je veel meer kunt dan je zelf weet en zo leer je ook om het trainen en coachen eens van een andere kant te bekijken. Wil je écht iets leren, dan is het belangrijk om een brede kennis te ontwikkelen. Let wel op dat je altijd jezelf blijft, dus niet gaat kopiëren, en weet waarom je iets vindt of doet zodat je dit altijd kunt onderbouwen!
De Kettingbrief geef ik door aan Franke Sloothaak, omdat ik weet dat hij de ontwikkelingen in de paardensport van vroeger (uit de tijd van mijn ooms Piet en Gert-Jan Mooij) tot en met nu heeft meegemaakt.

Beste Franke,
Graag hoor ik jouw visie en mening over de groeiende rol van trainers en coaches op wedstrijden. In mijn ogen gaat de rijkunst steeds meer verloren bij de jeugd, omdat de paardenmensen, ‘mensen met paarden’ zijn geworden. Ervaar jij ook het groeiende aantal trainers en coaches op wedstrijden? Staat momenteel geld boven talent? En heeft dit invloed op hoe deze ‘mensen met paarden’ getraind en gecoacht willen/moeten worden?
Met vriendelijke groet, Jack Ansems

[post_title] => 45. Jack Ansems: 'Je traint geen individu, je traint een combinatie' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 45-jack-ansems-je-traint-geen-individu-je-traint-een-combinatie [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-03-06 09:08:21 [post_modified_gmt] => 2019-03-06 08:08:21 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=201313 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 6 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 201793 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-04-17 10:06:02 [post_date_gmt] => 2019-04-17 09:06:02 [post_content] =>

Dankzij topcoach Foppe de Haan is de Kettingbrief in handen gekomen van bondscoach paradressuur Joyce Heuitink. De twee kennen elkaar doordat De Haan zich namens het Foppe Fonds heeft ingezet voor de parasport. Heuitink licht in deze editie toe tegen welke obstakels zij als bondscoach aanloopt bij het lesgeven van parapaardensporters. Gezegd mag worden dat het Joyce Heuitink en het Nederlandse paradressuurteam voor de wind gaat. Vorig jaar behaalden ze teamgoud op het WK in Tryon. Met welk vizier wordt er naar de Paralympische Spelen van Tokio 2020 gekeken? Aankomende week komt schaatscoach Jillert Anema aan het woord.

Beste Foppe,

Bedankt voor het doorgeven van de Kettingbrief. We hebben elkaar inderdaad al diverse malen gesproken, altijd in relatie tot de paradressuur. Ik vind het nog altijd bijzonder om te zien hoeveel affiniteit je hebt met de tak van sport die de afgelopen jaren mijn leven is gaan beheersen. Ik vind het interessant om naar je verhalen te luisteren en je ervaring inspireert me.

Ons ding doen

De Wereldruiterspelen in Tryon waren inderdaad een groot succes voor het Nederlandse paradressuurteam. Een groter succes dan wellicht van tevoren werd gedacht. Toch heb ik mijn verwachtingen en hoop nooit onder stoelen of banken gestoken. Ik houd er niet van om voorbehoudjes te maken. Dus als men mij vroeg, hoe zie je je kansen, dan zei ik steevast: ‘ik heb vier ruiters mee die alle vier op het podium kunnen komen. En als ze dat doen, is het team goed genoeg om eveneens op het podium te komen’. Met het nieuwe format van de landenwedstrijd over slechts één dag werd het sowieso spannender dan voorheen en leek er meer mogelijk te zijn. Ik had mijn zinnen gezet op goud met het team. Dat dit moeilijk was, was op voorhand een feit. Nooit eerder behaalden we dat resultaat, maar met een ervaren ploeg en zeer goede paarden zat de kans erin. Gek genoeg was 2018 het eerste jaar dat niemand van de pers mij concreet vroeg naar onze medaillekansen en mijn verwachtingen. Normaal is dat altijd wel zo. Zo konden we in Tryon allemaal ons ding doen, dat zelfs uitstekend doen en wonnen we onder meer voor het eerst teamgoud en hadden we voor het eerst een 100% medaillescore.

Nieuwe combinaties

Dit als inleiding op je vraag Foppe, want het staat er momenteel goed voor met mijn ruiters, en dat bedoel ik dan in brede zin. Niet alleen de vier combinaties die in Tryon aan de start zijn geweest. Het mooie is dat alle vier de combinaties in stand zijn gebleven. Nicole den Dulk en Frank Hosmar hebben hun teampaarden behouden als eigenaar, Sanne Voets heeft een nieuwe eigenaar gevonden voor Demantur NOP RS2, die hem behoudt voor haar tot aan de Paralympische Spelen in Tokio. En ook Rixt van der Horst beschikt nog altijd over Findsley van eigenaresse Lisa Sanders.
Wat voor mij ook zeker belangrijk is, is zorgen dat de selectie zo groot mogelijk blijft of wordt. Zo zijn er een aantal combinaties uit het B- en Future kader die nog altijd hard aan de weg timmeren en is het gelukt om een aantal oude nieuwe namen op het toneel te krijgen met zeer goede paarden. We weten allemaal hoe moeilijk het is om de top te bereiken en dat het nog moeilijker is om er te blijven. Maar één van de belangrijkste dingen daarin is voor mij een solide basis en ieder jaar aanwas van minstens één tot drie nieuwe combinaties met A-kaderpotentieel.
Dit is voor mij de solide basis van waaruit ik verder kan werken richting de Paralympische Spelen in Tokio. Groot voordeel daarbij is dat we al een Nederlands team hebben gekwalificeerd daarvoor, middels onze gouden plak op de Wereldruiterspelen. We hoeven dit jaar niet, zoals veel andere landen, extra veel toernooien te rijden om een plek voor een heel team, of zelfs alleen voor je twee beste individuele sporters, veilig te stellen. Dat geeft rust in de ploeg, maar ook in de kalender. Het is niet nodig om veel internationale toernooien te rijden om als land zo hoog mogelijk op de FEI-ranking te komen. En ja, we hebben dit jaar natuurlijk het EK in eigen land, op het terrein van het CHIO Rotterdam in het Kralingse Bos. Ook daar willen we natuurlijk een prachtige prestatie neerzetten.

Hitteprotocollen

Specifiek voor Tokio gaan we ons extra voorbereiden als het gaat om de hitteprotocollen. De verwachte temperatuur en luchtvochtigheid liegen er niet om. Ik denk dat het niet alleen maar belangrijk, maar zelfs essentieel is om je daar top op voor te bereiden. Ook ben ik van mening dat je daarmee een marginaal verschil op de concurrentie kunt maken. Atleten in andere sporten bereiden zich uitgebreid voor in klimaatkamers, dat is met onze paarden iets lastiger. Toch is het frequent erop trainen, het monitoren en strategieën bedenken om alles te optimaliseren van essentieel belang. Dit niet alleen met het oog op het welzijn en de prestaties van het paard, maar ook op die van de ruiter. Simpel voorbeeld: ga jij maar eens bij 38 graden boven nul, met de brandende zon op je hoofd en een hoge luchtvochtigheid die je doet zweten zodra je één stap buiten de deur zet, een stuk hardlopen en tijdens het hardlopen een ingewikkelde puzzel oplossen. Kun je dan nog optimaal doorlopen, doorademen, met souplesse bewegen, optimaal nadenken en snel schakelen? Het klinkt misschien overdreven, maar tijdens de wedstrijd in Tokio zullen al deze aspecten aan bod komen, soms tegelijk, soms direct na elkaar. Iets om over na te denken…. Dit alles met de ambitie om daar ook als land op het podium te komen en een gooi te doen naar goud. We rijden daar voor het eerst in een nieuw format: drie van de vier ruiters mogen starten, en alle drie de resultaten tellen mee, geen wegstreepresultaat. Een enkele fout kan dus cruciaal zijn. Heel interessant, en ik denk kans op heel interessante uitslagen!

Out-of-the-box

Ook vraag je aan me of ik extra problematiek ervaar bij het trainen van paradressuurruiters. Nou in het begin heb ik dat wel ervaren, omdat
het werken met mensen met lichamelijke beperkingen toen relatief nieuw voor me was. Maar ik ben het type mens dat graag out-of-thebox denkt en probeert met creativiteit en handigheid dingen voor elkaar te krijgen. Dit in tegenstelling tot de vaste gewoontes en de ‘boekjes’. Een heleboel uitdrukkingen die in de reguliere dressuur gebruikt worden, passen net niet letterlijk bij mijn ruiters. ‘Met je been naar de hand toe rijden’, een ‘op
houding maken’, of ‘been geven’ werkt niet als je een arm, hand of been mist of als deze niet goed functioneren. Dan moet je met andere opmerkingen komen, andere ideeën of oplossingen, zonder het belang van het Scala der Ausbildung en mooi en correct paardrijden uit het oog te verliezen. Ik doe veel inspiratie op door te observeren, luisteren en te experimenteren. En dingen net even anders te doen. Zo heb ik van blinde ruiters geleerd dat zij heel goed keertwendingen kunnen draaien omdat ze ieder stukje paard en iedere pas onder zich voelen. Simpel voorbeeld, om het bij valide ruiters dan maar eens met de ogen dicht te proberen als het niet lukt. Ook vind ik gesprekken en discussies met collega-coaches uit andere sporten interessant en bruikbaar. Daarom wil ik de brief graag doorgeven aan de bekende schaatscoach en mijn Master Coach ‘maat’ Jillert Anema, met wie ik een toernooi heb meegelopen. Ik heb drie vragen voor hem.

Beste Jillert,
Hoe ervaar jij de dynamiek in jouw team, waarin zowel mannen als vrouwen zitten die vaak tegen elkaar schaatsen, maar in de massastart ook voor elkaar schaatsen? Wat zijn voor jou in de opbouw van een seizoen de belangrijkste pijlers om succes mee te creëren en te behouden? Hoe zie jij het belang van een intensieve dagelijkse samenwerking als ploeg, en welke meerwaarde brengt het?
Met vriendelijke groet,
Joyce Heuitink

[post_title] => 50. Joyce Heuitink: 'Ik houd er niet van om 'voorbehoudjes' te maken' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 50-joyce-heuitink-ik-houd-er-niet-van-om-voorbehoudjes-te-maken [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-04-17 10:06:08 [post_modified_gmt] => 2019-04-17 09:06:08 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=201793 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 50 [max_num_pages] => 9 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => 1 [is_tag] => [is_tax] => [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => e490d042020bcab59994e4a2f24386bf [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) )

50. Joyce Heuitink: ‘Ik houd er niet van om ‘voorbehoudjes’ te maken’

49. Foppe de Haan: ‘Progressie boeken door verschillende sportactiviteiten’

48. Sigfried KuldipSingh: ‘Gehele mens volgens bio-psycho-sociale pijnmodel bekijken’

47. Lammert Haanstra: ‘De paardensport is te weinig innovatief geweest’

46. Franke Sloothaak: ‘Geld maakt het wel makkelijker’

45. Jack Ansems: ‘Je traint geen individu, je traint een combinatie’