Ga naar hoofdinhoud

Kettingbrieven

WP_Query Object
(
    [query] => Array
        (
            [category_name] => kettingbrieven
        )

    [query_vars] => Array
        (
            [category_name] => kettingbrieven
            [error] => 
            [m] => 
            [p] => 0
            [post_parent] => 
            [subpost] => 
            [subpost_id] => 
            [attachment] => 
            [attachment_id] => 0
            [name] => 
            [static] => 
            [pagename] => 
            [page_id] => 0
            [second] => 
            [minute] => 
            [hour] => 
            [day] => 0
            [monthnum] => 0
            [year] => 0
            [w] => 0
            [tag] => 
            [cat] => 7
            [tag_id] => 
            [author] => 
            [author_name] => 
            [feed] => 
            [tb] => 
            [paged] => 0
            [meta_key] => 
            [meta_value] => 
            [preview] => 
            [s] => 
            [sentence] => 
            [title] => 
            [fields] => 
            [menu_order] => 
            [embed] => 
            [category__in] => Array
                (
                )

            [category__not_in] => Array
                (
                )

            [category__and] => Array
                (
                )

            [post__in] => Array
                (
                )

            [post__not_in] => Array
                (
                )

            [post_name__in] => Array
                (
                )

            [tag__in] => Array
                (
                )

            [tag__not_in] => Array
                (
                )

            [tag__and] => Array
                (
                )

            [tag_slug__in] => Array
                (
                )

            [tag_slug__and] => Array
                (
                )

            [post_parent__in] => Array
                (
                )

            [post_parent__not_in] => Array
                (
                )

            [author__in] => Array
                (
                )

            [author__not_in] => Array
                (
                )

            [ignore_sticky_posts] => 
            [suppress_filters] => 
            [cache_results] => 1
            [update_post_term_cache] => 1
            [lazy_load_term_meta] => 1
            [update_post_meta_cache] => 1
            [post_type] => 
            [posts_per_page] => 6
            [nopaging] => 
            [comments_per_page] => 50
            [no_found_rows] => 
            [order] => DESC
        )

    [tax_query] => WP_Tax_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                    [0] => Array
                        (
                            [taxonomy] => category
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => kettingbrieven
                                )

                            [field] => slug
                            [operator] => IN
                            [include_children] => 1
                        )

                )

            [relation] => AND
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                    [0] => pk_term_relationships
                )

            [queried_terms] => Array
                (
                    [category] => Array
                        (
                            [terms] => Array
                                (
                                    [0] => kettingbrieven
                                )

                            [field] => slug
                        )

                )

            [primary_table] => pk_posts
            [primary_id_column] => ID
        )

    [meta_query] => WP_Meta_Query Object
        (
            [queries] => Array
                (
                )

            [relation] => 
            [meta_table] => 
            [meta_id_column] => 
            [primary_table] => 
            [primary_id_column] => 
            [table_aliases:protected] => Array
                (
                )

            [clauses:protected] => Array
                (
                )

            [has_or_relation:protected] => 
        )

    [date_query] => 
    [queried_object] => WP_Term Object
        (
            [term_id] => 7
            [name] => Kettingbrieven
            [slug] => kettingbrieven
            [term_group] => 0
            [term_taxonomy_id] => 7
            [taxonomy] => category
            [description] => 
            [parent] => 0
            [count] => 63
            [filter] => raw
            [cat_ID] => 7
            [category_count] => 63
            [category_description] => 
            [cat_name] => Kettingbrieven
            [category_nicename] => kettingbrieven
            [category_parent] => 0
        )

    [queried_object_id] => 7
    [request] => SELECT SQL_CALC_FOUND_ROWS  pk_posts.ID FROM pk_posts  LEFT JOIN pk_term_relationships ON (pk_posts.ID = pk_term_relationships.object_id) WHERE 1=1  AND ( 
  pk_term_relationships.term_taxonomy_id IN (7,112,113,114,115,116,117,118,165)
) AND pk_posts.post_type = 'post' AND (pk_posts.post_status = 'publish') GROUP BY pk_posts.ID ORDER BY pk_posts.post_date DESC LIMIT 0, 6
    [posts] => Array
        (
            [0] => WP_Post Object
                (
                    [ID] => 202844
                    [post_author] => 25
                    [post_date] => 2019-09-04 09:39:24
                    [post_date_gmt] => 2019-09-04 08:39:24
                    [post_content] => 

In de afgelopen twee afleveringen van de Kettingbrief zijn de ontwikkelingen uitgelicht binnen het Limburgse paardenonderwijs. Vorige week maakte Vilja Ehrens, de echtgenote van springbondscoach Rob Ehrens, gebruik van de gelegenheid om een eigen stagiair aan het woord te laten in de Kettingbrief. In deze editie vertelt Timon van Leiden, BBL-student bij het CITAVERDE College, over zijn persoonlijke ervaring met de opleiding tot bedrijfsleider paardensport en -houderij. Zijn stageperiode bij stal Ehrens in Weert komt ook ter sprake. Voor het vervolg wendt Timon van Leiden zich tot voormalig internationaal springruiter Piet Raijmakers.

Beste Vilja,

Je hebt me in de hieraan voorafgaande brief de volgende vraag gesteld: hoe draagt de opleiding bij aan jouw toekomst als échte paardenman? Een moeilijke vraag, maar ik zal in deze brief proberen daar zo goed mogelijk antwoord op te geven. De opleiding MBO BBL Bedrijfsleider paardensport en -houderij is een praktische driejarige opleiding. De nadruk ligt op je individuele ontwikkeling in het stagebedrijf. Al werkend verbeter je je kennis en vaardigheden. Het theoretische gedeelte is bedoeld als kader en er worden praktijkdagen georganiseerd om het rijden en lesgeven te verbeteren. Maar ben je na afronding van deze opleiding dan op weg om een echte paardenman te zijn?

Maximale inzet

Er komen steeds meer initiatieven voor jeugdruiters om een kans te krijgen zich te ontwikkelen. Dat is heel goed denk ik. Met een gerichte opleiding zoals het CITAVERDE onderscheid je je van de hobbyruiters. Hoe je je verder als paardenman ontwikkelt, ligt volgens mij ook voor een groot deel aan de kansen die je krijgt. Ik ben ervan overtuigd dat je door keihard te werken, met een enorme motivatie en bedrevenheid je ook kansen kan creëren. Daarbij moet je kunnen omgaan met tegenslagen, mentaal weerbaar zijn en heel veel doorzettingsvermogen hebben. Dat leer je niet op een opleiding, maar misschien wel op een goed stagebedrijf. Door maximale inzet kun je bovendien ook beter gebruik maken van de kansen die je krijgt. Om terug te komen op jouw vraag, denk ik dat een echte paardenman zich kenmerkt door heel veel kennis, ervaring en kunde. Maar vooral ook door bevlogenheid en bedrevenheid. De eerste kenmerken kun je opdoen door veel ervaring en een opleiding zoals het CITAVERDE te volgen, maar de laatste twee kenmerken zeggen iets over je eigen persoonlijkheid. De opleiding van het CITAVERDE is na drie jaar afgerond, maar de opleiding tot echte paardenman is levenslang.

Nieuwe inzichten

In de opleiding wordt gewerkt met de basiskennis van vroeger, maar worden ook nieuwe inzichten geïntroduceerd, zoals bijvoorbeeld de effecten van een paardenmasseur en -tandarts, maar ook de verschillende systemen van rijden komen aan de orde. Deze brede kennis draagt bij aan nieuwe inzichten. In de paardenwereld komen naast alle theorieën en gewoonten van vroeger ook steeds meer nieuwe ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan ontwikkelingen rondom hoefbeslag.
Ik kan me voorstellen dat de echte paardenmensen van vroeger soms moeite kunnen hebben met deze ‘nieuwe’ ontwikkelingen. Die paardenmensen van ‘vroeger uit’ zijn wel de basis van alles waar we nu op door kunnen bouwen. Ik denk dus dat een echte paardenman van deze tijd zeker die belangrijke basis moet hebben, maar natuurlijk ook moet kunnen meegaan in de toekomstige paardenwereld.
Ook is er een groot verschil tussen iemand die alleen goed kan paardrijden en een paardenman die veel kennis van het vak heeft. Mijn doel is om dat te kunnen combineren. Ik hoop dat veel andere studenten op mijn opleiding daar ook in willen slagen, want daar kunnen we de volgende generaties uiteindelijk ook mee opleiden waardoor de kennis van vroeger blijft bestaan.

Eindhovense manege

Ik kom zelf niet uit een professioneel paardengezin. Mijn vader heeft niet veel met paarden. Mijn moeder wel, maar heeft er nooit haar werk van gemaakt. Via haar ben ik geïnteresseerd geraakt in de paardensport. Die interesse is bij mij begonnen op de Eindhovense manege, waar ik als zevenjarige één keer in de week mocht paardrijden. Dat werd later twee keer en toen ik tien jaar was, kwam er een eigen pony. Daarmee ben ik begonnen met springlessen en later ben ik ook wedstrijdjes gaan rijden. Ik heb tot mijn vijftiende bij de pony’s gereden. Daarna hebben we de overstap moeten maken naar een paard.
Mijn ouders hebben me altijd gesteund en ook vrijheid gegeven. Daardoor bleef ik altijd geïnteresseerd en werd het een echte passie. Ik heb er altijd hard voor moeten werken en door de jaren heen ook te maken gekregen met serieuze blessures. Dit is op het moment soms lastig, maar je krijgt er wel doorzettingsvermogen van, wat je later altijd ten goede komt. Toen ik in de derde klas van de havo zat, was ik op zoek naar een mogelijkheid om verder te komen in de sport en mijn kennis te verbreden. Ik vroeg zodoende of ik in de meivakantie twee weken kon meehelpen bij Piet Raijmakers. Daar heb ik veel geleerd en raakte ik nog gemotiveerder om verder te willen in de paarden. Vervolgens heb ik de overstap gemaakt van 3 havo naar het mbo op het CITAVERDE. Vanaf het begin van de opleiding is Stal Ehrens mijn stagebedrijf. Dit leek mij een heel fijne plek om te kunnen werken en leren. Ook om hier terecht te komen heb ik zelf initiatief moeten nemen. Dit soort kansen komen namelijk niet aanwaaien. Ik ben nog iedere dag blij met de keuzes die ik heb gemaakt. Ze brengen mij steeds wat dichter bij mijn doel.

Leerzame tijd

Om samenvattend een antwoord te geven op jouw vraag: hoe draagt de opleiding bij aan jouw toekomst als échte paardenman? Dan denk ik dat de opleiding mij zeker kansen heeft gegeven. Door de opleiding ben ik op het goede pad terechtgekomen en heb ik ook nieuwe mensen leren kennen in de paardenwereld. Bovendien heb ik via de opleiding veel theoretische kennis opgedaan. Dit legt weer een verbinding met de praktijk. Zoals ik zei, ligt de mate waarin de opleiding bijdraagt aan je eigen toekomst voor een groot deel bij jezelf. Een goed stagebedrijf is daarin misschien nog het belangrijkst.
Ik heb een heel fijne en leerzame tijd bij Stal Ehrens. Ik heb geleerd zelfstandig een bedrijf te managen en rijtechnisch heb ik ook vooruitgang geboekt door een groot aantal paarden te kunnen rijden. Met mijn eigen paard heb ik mezelf doelen gesteld en ga daar in het laatste jaar nog hard voor werken. Ik hoop in de toekomst een mooie baan te bemachtigen, waarin ik mezelf nog meer kan ontwikkelen als paardenman, want ik ben nog steeds enorm gemotiveerd! Ik geef deze pen graag door aan Piet Raijmakers. Hij heeft mij geïnspireerd om verder te willen in de paardensport en zet zich nu met zijn team in voor talentvolle jonge ruiters.

Beste Piet,
Ik zou jou graag de volgende vraag willen stellen: hoe zie jij de toekomst voor jonge ruiters/amazones zonder ‘opstapje’ van huis uit?
Met vriendelijke groet,
Timon van Leiden

[post_title] => 63. Timon van Leiden: 'Dit soort kansen komen niet aanwaaien' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 63-timon-van-leiden-dit-soort-kansen-komen-niet-aanwaaien [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-09-04 09:39:27 [post_modified_gmt] => 2019-09-04 08:39:27 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=202844 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 202802 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-08-21 09:54:45 [post_date_gmt] => 2019-08-21 08:54:45 [post_content] =>

Adjunct directeur MBO van het CITAVERDE College in Roermond, Charlotte Custers, heeft de Kettingbrief doorgegeven aan Vilja Ehrens. Zij is de echtgenote van springbondscoach Rob Ehrens. Hun springstal is gevestigd in het Limburgse Weert. In deze editie gaat Vilja Ehrens in op de vraag hoe studenten opgeleid kunnen worden tot afgestudeerde paardenmensen die werkelijk hun vak verstaan en over de drive beschikken om in de paardensector te blijven werken. Zijn deze professionals in staat om op een duurzame wijze de toekomst van de paardensector te waarborgen? Timon van Leiden, CITAVERDE-student en stagiair bij stal Ehrens, neemt het stokje over.

Beste Charlotte,

Dank je voor deze moeilijke vraag, waar ik het exacte antwoord misschien ook niet op heb, maar ik wil wel meedenken zodat we zoveel mogelijk puzzelstukjes samen bij elkaar kunnen leggen en we uiteindelijk tot een goed resultaat kunnen komen. Ik denk wel dat het een belangrijke vraag is, als de paardenbranche in Nederland zich gezond wil blijven ontwikkelen en toekomstbestendig wil blijven.
Een mondiale hotspot, zo noemt CDA-politicus en gedeputeerde Ger Koopmans de paardenbranche in de regio, in zijn Kettingbrief van 10 juli 2019. Dit is voortgekomen uit de opbouw en het ondernemerschap door de échte, vakkundige paardenmensen die voorafgaande jaren niet geschroomd hebben om hard te werken en dit samen hebben bereikt. Dit zijn de bestaande paardenbedrijven die hun sporen verdiend hebben in de paardensport.

De echte paardenman

Horsemanship blijft de belangrijkste schakel, alleen nu is de vraag: hoe ga je dat doen in deze steeds meer gedigitaliseerde maatschappij, waar ze in andere sectoren meer vrije tijd krijgen en daarom het verschil in vrije tijd steeds groter wordt? Passie voor het paard zit van nature in de echte paardenman, dat moet gestimuleerd worden en daar moeten de opleidingen en stagebedrijven op inhaken. In de humane sporten zie je ook dat alleen de sporters die alles aan de kant zetten om hun doel te bereiken de eindstreep halen. Het CITAVERDE is goed bezig met het onderzoeken wat er op de markt nodig is, nu we samen met omliggende gebieden uitgroeien tot internationaal centrum van de paardensport. Vanuit de gehele wereld komen ruiters, eigenaren en sponsoren naar onze gerenommeerde stallen om onderdak te vinden, te trainen, concoursen te rijden of bedrijven te bouwen. We moeten ons afvragen waarom die mensen naar ons land komen! In eerste instantie voor het vakmanschap van de échte paardenman die niet stil is blijven staan, maar zich is blijven ontwikkelen. Daaruit voortvloeiend is er een enorme economische impact ontstaan. Om het vakmanschap van de échte paardenman te waarborgen, te continueren en verder te ontwikkelen hebben we goed opgeleide mensen nodig die iets extra’s geven en zich onderscheiden, dus de ‘échte paardenman’.

Realistisch beeld geven

Hoe maak je die échte paardenman? Door de student vanaf het begin een realistisch beeld te geven. Duidelijk aangeven dat de bomen niet tot in de hemel groeien zoals op dit moment de paardenbranche soms wordt voorgespiegeld, maar wel dat het heerlijk is om met paarden te werken en het een mooi beroep is als je door inzet en passie, vallen en opstaan, samen tot een goed resultaat komt.
Als je met levende have werkt, gaan er ondanks alle goede zorg en inzet vaak dingen niet zoals je het wilt. Dan moet je telkens weer de kracht vinden om weer door te gaan en sterker te worden. Open staan voor vernieuwing, oplossingsgericht denken en niet emotioneel doorslaan, want je moet een mix vinden tussen het geven van de beste zorg en wat economisch verantwoord is. Zeker als je met paarden werkt, kun je geen negen-totvijf mentaliteit hebben. Daardoor zullen mensen afhaken of een andere richting kiezen, maar toch is dit nodig om kwaliteit te behouden en uiteindelijk een degelijke opleiding aan te bieden en een gepaste baan te kunnen vinden.

Kwaliteit stagebedrijf

In het verleden hebben ze in Deurne veel échte paardenmensen afgeleverd, waar we nu nog op bouwen. Later veranderde de opleiding wegens economische belangen en ontstonden andere regels en normen waardoor het steeds moeilijker werd om de échte paardenman af te leveren. Het stagebedrijf is de belangrijkste schakel gedurende de opleiding voor de échte paardenman, die jij bedoelt in jouw vraag aan mij, en wordt tijdens de opleiding in de praktijk gevormd op het stagebedrijf.
Vandaar dat men op het CITAVERDE kritisch moet kijken naar de kwaliteit van het stagebedrijf. Daar moet de bedrijfsvoering dusdanig zijn dat het een degelijke basis vormt voor de ontwikkeling van de paardenman. De communicatie tussen stagebedrijf en een stagebegeleider van de opleiding moet optimaal zijn zodat, als het nodig is, eerder bijgestuurd of een switch naar een andere richting kan worden gemaakt. Er moet selectief opgeleid worden. De studenten moeten in het werk happy blijven door de juiste richting te kiezen. Er zijn veel richtingen voor de paardenman om tot een goed resultaat te komen.

Fundament sector

Om de echte paardenman duurzaam in onze bloeiende branche te laten blijven werken en wat helpt om de sector toekomstbestendig te maken, is een goede vraag. Daar moeten we nu met z’n allen over denken en aan werken. Het wordt steeds moeilijker om de kwaliteit, die we nodig hebben bij de fokkerij en opleiden van paarden tot sportpaarden, in evenwicht te houden met economische belangen in de huidige maatschappij. Toch is
die balans één van de belangrijkste factoren om de sector gezond en duurzaam te houden. Deze twee factoren moeten kloppen voor een degelijk fundament om verder te bouwen. De komst van de veulenveilingen, initiatieven als ‘Fokker zoekt ruiter’ enzovoort, zijn allemaal positieve ontwikkeling voor het fundament van de sector. Hierbij sluit ik mijn Kettingbrief om hem door te geven aan Timon van Leiden, student BBL Bedrijfsleider paardensport en -houderij aan het CITAVERDE College.

Beste Timon,
Hoe draagt de opleiding bij aan jouw toekomst als échte paardenman?
Met vriendelijke groet,
Vilja Ehrens

[post_title] => 62. Vilja Ehrens: 'Horsemanship blijft de belangrijkste schakel' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 62-vilja-ehrens-horsemanship-blijft-de-belangrijkste-schakel [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-08-28 10:01:21 [post_modified_gmt] => 2019-08-28 09:01:21 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=202802 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 202799 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-08-14 09:52:59 [post_date_gmt] => 2019-08-14 08:52:59 [post_content] =>

De vorige aflevering stond in het teken van het paardentoerisme in Limburg voor verblijfsrecreatie en sport. Daarna zorgde paardenhouder en fractievoorzitter van VVD Limburg, Herman Nijskens, ervoor dat de Kettingbrief in het onderwijs belandde. Charlotte Custers, adjunct-directeur MBO van het CITAVERDE College in Roermond, is de volgende penvoerder. In deze Kettingbrief brengt zij ter sprake via welke wegen ze in Limburg willen realiseren dat het paardenonderwijs over vijf jaar in een nieuw jasje wordt gestoken. Aan het einde van het verhaal krijgt Vilja Ehrens van Stal Ehrens in Weert het verzoek om mee te denken over een aantal speerpunten binnen het onderwijs.

Beste Herman,

Bedankt dat je de kettingbrief aan mij hebt gegeven. Ik zal je vraag als adjunct-directeur van CITAVERDE College MBO Roermond met veel aandacht en plezier beantwoorden. Je hebt het over paardenonderwijs. Dat is een term die ik graag even goed afbaken, zeker in een sector die diverse loopbaanroutes omarmt; van familiebedrijf met zelf-madeyoungster en van privaat individueel traineeship tot regulier beroepsonderwijs. Ik zou het zelf graag willen hebben over het (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs binnen CITAVERDE College; zonder andere vormen te kort te willen doen, want elke student en situatie is anders. Je vraagt impliceert dat de opleidingen in transitie zijn en dat is correct. We merken dat opleiding en arbeidsmarkt uiteen gegroeid zijn en wellicht nog nooit echt goed op elkaar afgestemd zijn geweest. Maar waarom is dat zo en wat maakt daarin onze eigen regio nog net even anders en wat is dan een passend alternatief?

Geen standaard regio

Binnen onze regio merken we in toenemende mate dat het landelijk vastgestelde curriculum weliswaar een goede gedegen basis vormt, maar onvoldoende voorbereiding is op werken in de hippische sector in Zuidoost Nederland. De paardenregio Limburg groeit momenteel samen met Zuidoost Brabant en de gebieden net over de Belgische en Duitse grens uit tot hét internationale centrum van de paardensport. Zoals eerder door mijn voorgangers Koopmans en Van den Akker in de kettingbrief uitvoerig beschreven. Dat heeft consequenties voor het ondernemerschap en dus zeker ook voor de manier waarop wij onze studenten opleiden.

De uitdagingen

De groei en professionalisering van de hippische sector hebben tot gevolg dat er een groeiende vraag is naar goed opgeleide professionals, die bovendien in een internationale setting moeten kunnen opereren en dat in een tijd waarin we ontgroenen en vergrijzen. We hebben dus meer vraag naar hippisch personeel én vraag naar meer kwaliteit van dit personeel terwijl er minder jonge mensen op de arbeidsmarkt komen. Daarnaast hebben we te maken met verharding van de maatschappij wat leidt tot een toename van jonge mensen met uitdagingen in hun persoonlijke ontwikkeling en dat is dan weer niet meteen te staven aan de gewenste norm vanuit de sector. Immers heeft de sector top-arbeidskrachten nodig en hebben deze jonge mensen hiervoor nog ondersteuning en begeleiding nodig.
Dit spanningsveld was de trigger tot nader onderzoek. Zo’n anderhalf jaar geleden maakte ik een rondje langs de velden en sprak ik met enkele tientallen relevante personen uit de hippische sector waaronder jij dus ook Herman. Uitkomst was urgentie tot handelen. De tijd was rijp om het samenwerkingsverband Hippisch College Limburg in te richten; het samenwerkingsverband van zo’n veertig partners uit onderwijs, overheid en bedrijfsleven. We zijn het erover eens dat studenten echte paardenmensen worden en blijven als we ze in de échte praktijk laten leren.
Oftewel, hoe kunnen we van pennymeisjes echte paardenmensen maken? Want dat enthousiasme wat zij hebben om hun droom te verwezenlijken – die glinstering in de ogen – als ze vertellen over hun ambitie om bijvoorbeeld een eigen trainingsstal voor probleempaarden te gaan runnen – die willen we allemaal zien in de ogen van onze medewerkers tijdens hun dagelijkse werk. We willen jongens en meiden die goed in hun vel zitten, werk zien liggen en met plezier meewerken aan de kwaliteit en ambitie van onze bedrijven. Maar hoe krijgen we dat voor elkaar?

Kwaliteit in opleiden

We hebben nu een aantal inhoudelijke aanpassingen van de opleiding in de steigers staan. Denk dan aan arbeidsmarktrelevante uitstroomrichtingen, omgaan met niveauverschillen van studenten (in cognitie, emotionele ontwikkeling en hippisch niveau), de internationale component, een onderzoekende en actieve houding en het stevig verankeren van praktijkleren. Dit gaat hand in hand met een veranderende kijk op werkgeverschap en een goede pr-campagne. Studenten krijgen binnen de hippische opleiding van CITAVERDE College de kans om na een brede basisfase van ongeveer een jaar in de praktijk te ervaren hoe divers de sector is. We laten studenten naast hun blokstage en praktijkdagen een extra dag meedraaien in preferente bedrijven. Dit Regioleren laat ze zien wat werken in de sector echt inhoudt en zo kunnen ze meteen ervaren welke tak van de hippische branche bij ze past. Want wie op een manege les wil geven aan kinderen doet dat doorgaans ook op de zaterdag en een instructeur van een vereniging staat nogal eens in de avonduren zijn brood te verdienen, terwijl een stalmedewerker in een fokkerijbedrijf echt seizoensgebonden drukte kent met nachtelijke diensten om de bevallingen te ondersteunen. De regioleerbedrijven geven de studenten tevens betekenisvolle inhoudelijke feedback. Daarnaast krijgen studenten via ons practoraat praktijkgerichte onderzoeksopdrachten waardoor hun nieuwsgierigheid wordt gevoed met diepgaandere, zelf opgedane kennis. Door deze aanpak wordt het droombeeld van de studenten aan de realiteit getoetst, bijgesteld en aangescherpt en komen ze steeds meer op hun meest passende loopbaanroute. Want met de juiste praktijkervaring en feedback kunnen we ook van pennymeisjes waardevolle paardenmensen maken.

Drie profielen

Na dat brede basisjaar maken studenten een keuze uit drie profielen. We denken dan aan paardenhouderij met een sterke component fokkerij. In deze richting ervaren studenten wat het is om paarden te houden met oog voor welzijn, fokkerijproces en hoe je veilig en verantwoord met paarden omgaat. Daarnaast hebben we het profiel instructeur. Binnen dit profiel leiden we studenten in drie jaar tijd op tot instructeur – naast het mbo-diploma behalen studenten ook het aspirant-instructeursdiploma van de ORUN en afhankelijk van hun instapniveau en talent leiden we ze zelfs op tot instructeur basissport. In deze richting bieden we trajecten voor sportminded talenten, maar zeker ook voor talenten in de recreatieve sector; we willen de betere manege- en verenigingsinstructeur opleiden. Zij zijn het immers die zorgen voor natuurlijke aanwas van jonge ruitertjes om ook in de toekomst een levendige sector te hebben en te houden. Als laatste profiel bieden we dienstverlening en toeleveranciers aan. Dit is het profiel voor studenten die hebben ontdekt dat het fulltime werken in de stal en in de bak niet helemaal bij hen past – maar wel paardenminded zijn. Zij krijgen een flinke dosis ondernemerschap en vreemde talenkennis mee zodat ze hun mannetje kunnen staan in de dienstverlening en tevreden klanten hebben, houden en werven en daarbij zicht hebben op de internationale context in onze regio.

Kennis en ons succes delen

Om de kennis van de partners in het samenwerkingsverband nog meer te verbinden, organiseren we met regelmaat overleggen en kenniscafés en gaan onze docenten ook op docentstage. Uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde doel: de hippische sector in onze regio laten floreren.
Deze fundamentele aanpassingen van de opleiding kunnen alleen doorgevoerd worden als er hand in hand wordt samengewerkt met het bedrijfsleven. We hebben het vakmanschap van onze preferente partners echt nodig om de juiste betekenisvolle context te kunnen geven aan onze studenten. Ik ben dan ook bijzonder trots op ons samenwerkingsverband met Hippisch College Limburg en dank alle betrokken stakeholders voor hun inzet en geduld. Ik hoop dat we hiermee andere regio’s inspireren ook voor hun regio het verschil te gaan maken.
Dus Herman; over vijf jaar willen we samen met onder andere jouw bedrijf deze nieuwe opleidingsstructuur ontwikkeld en geïmplementeerd hebben en zijn we druk met evalueren, aanscherpen en up-to-date houden. We zullen het gat tussen onderwijs en arbeidsmarkt kleiner gemaakt hebben – maar we moeten samen hard blijven innoveren in de opleidingen om mee te kunnen met de ontwikkelingen van onze sector. Ik geef graag de teugels door aan Vilja Ehrens, die samen met man en bondscoach Rob en zoon Robbert een springstal runt in Weert.

Beste Vilja,
Hoe maken we van afgestudeerde studenten van de hippische opleidingen niet alleen kwalitatieve vakmensen maar ook échte paardenmensen die duurzaam in onze boeiende branche blijven werken en ons helpen de sector toekomstbestendig te maken?
Met vriendelijke groet,
Charlotte Custers

[post_title] => 61. Charlotte Custers: 'Droombeeld studenten wordt aan de realiteit getoetst' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 61-charlotte-custers-droombeeld-studenten-wordt-aan-de-realiteit-getoetst [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-08-28 09:53:52 [post_modified_gmt] => 2019-08-28 08:53:52 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=202799 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 202796 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-08-07 09:47:17 [post_date_gmt] => 2019-08-07 08:47:17 [post_content] =>

Als volgende schakel aan deze serie neemt paardenhouder en fractievoorzitter van VVD Limburg, Herman Nijskens, het stokje over van VVD-politicus en gedeputeerde Joost van den Akker. Herman Nijskens runt samen met zijn vrouw een pensionstal op landgoed Tonnedenhof in het Limburgse Melick. De vraag die Joost van den Akker aan hem heeft toegespeeld, richt zich onder andere op het paardentoerisme in Limburg. In deze aflevering legt Nijskens uit welke verbeterpunten er nog liggen op het gebied van sport en verblijfsrecreatie voor paardentoerisme. Het betoog eindigt met een vraag aan Charlotte Custers, adjunct-directeur MBO van het Citaverde-college in Roermond.

Beste Joost,

Je stelt mij een ogenschijnlijk eenvoudige vraag die ik ga proberen te beantwoorden. Ik schrijf ogenschijnlijk omdat in de vraag een heel ruim en divers gebruik van of samenspel met paarden schuilt. Alleen al de sport kenmerkt zich door een grote verscheidenheid. Daar waar slechts enkelen de top bereiken en aan wedstrijden, zoals die tijdens het CHIO in Aken plaatsvinden, zo zijn er velen die aan paardensportwedstrijden deelnemen met zeer uiteenlopende beweegredenen. Het daadwerkelijk willen bereiken van die top, het uittesten van hun paard op een wedstrijd om te ondervinden of de training succesvol verloopt, dat is bijvoorbeeld de beweegreden van mijn vrouw als ze met haar paarden een wedstrijd bezoekt. Het paard laten zien aan potentiële kopers, maar ook de grote groep die voor hun plezier deelneemt en strijdt voor een rozet vergezeld van een bescheiden gevulde enveloppe. In die laatste groep zie je de zenuwen afgetekend op de gezichten. Natuurlijk voelt een paard dat direct.

Ingeslagen weg

Limburg verbeteren voor de sport is misschien wel het eenvoudigst, doorgaan op de ingeslagen weg. Investeer in enkele toplocaties zowel binnen als buiten die ook voor de beginnende wedstrijdruiter of – amazone toegankelijk is en blijft. Als het paard eenmaal op de trailer of vrachtauto staat, maakt de afstand tot de wedstrijdlocatie nauwelijks uit. Goede sportbodems, goed georganiseerde wedstrijden, tijdschema’s die gehaald worden, aansprekend hindernismateriaal en dito dressuurringen zijn veel belangrijker. Als de sportbond daarnaast blijft investeren in goed opgeleide juryleden en goed communiceert waaraan goede proeven dienen te voldoen, kan de sport sprongen vooruit maken. Binnen de sport, en dan niet de echte topsport, kan aan ondernemerschap nog het nodige bijgeschaafd worden. Met name een taak van het onderwijsveld om bedrijfskundige aspecten naar een hoger niveau te krijgen.

Paardentoerisme

Dan staan in de vraag paardentoerisme en verblijfsrecreatie genoemd. Dat is natuurlijk een veel lastigere kwestie. Accommodaties die daarvoor geschikt zijn, moeten een verdienmodel hanteren die investeringen verantwoord laten zijn. Op vakantie met je paard vraagt veel van de toerist, veel van de ondernemer, maar ook veel van het paard. Een hoge bezettingsgraad van de accommodatie wordt alleen bereikt als alles klopt: mooie stallen, goed voer, goede bedden voor de ruiter en alles tegen een redelijk tarief. Veel ondernemers zijn en voelen zich een duizendpoot. Een ondernemer die zich met paardentoerisme bezighoudt, heeft aan die duizendpoten misschien nog niet genoeg. Top paardenman, zien wat het
paard nodig heeft, zijn gast adviseren als er iets met het paard is. Top horecaman, kok, gastheer, ober. En ook nog eens de hoofdrol op de achtergrond. Waar ik ‘man’ schrijf kan natuurlijk ook ‘vrouw’ ingevuld worden, dat maakt voor de gevraagde vaardigheden niet uit. Waarom schrijf ik duizendpoot? Omdat ik denk dat dat met de gewenste omvang te maken heeft, voldoende groot om van te leven, maar niet te massaal. Dat past denk ik niet bij deze vorm van toerisme. Leonie, mijn vrouw, en ik zijn geen horecamensen. Wij beperken ons dan ook tot de paarden, de weilanden en de natuur.

Veilig gereden worden

Maar, dan ben je er als ondernemer nog steeds niet. Je moet in een aansprekende omgeving zitten, de routes moeten gevarieerd zijn qua landschappelijk beeld. Velden en bossen wisselen elkaar af en vooral moet er veilig gereden kunnen worden. Met name de relatief stille mountainbikes die van achteren naderen kunnen veel paarden en hun berijder of berijdster de stuipen op het lijf jagen. Een ander punt dat van belang is, is de uitvoering van de paden, half verharde paden met kiezel, korrelmix, soms zelfs stukjes glas, zijn uit den boze voor menig paardenvoet. In Limburg zijn tal van deze gebieden voorhanden, maar al deze gebieden zijn voor meerdere doelgroepen interessant. Wandelaars zitten niet te wachten op een groep paarden die in galop op een smal pad aan komen stormen, omgekeerd heb ik de mountainbikers al genoemd. De grootste groep recreanten komen in jouw vraag echter niet voor. Dat zijn de paardenbezitters die gewoon thuis slapen en hun paard aan huis hebben of in een pensionstal hebben staan. Die trekken er zelf op uit in hun eigen omgeving. Voor die groep is de bereikbaarheid van de uitrijdgebieden van belang. Ook voor deze groep geldt dat als het paard eenmaal in de trailer geladen is, dan is de afstand minder van belang. Toch zie ik dat deze groep niet te ver wil reizen en zeker niet zover als hun collega’s in de sport. Met onze eigen ligging in het Roerdal en een privé-natuurgebied op ons landgoed is aan veel eisen te voldoen, met name voor kortere ritten van één of twee uur. Wil je langere tochten en een keer iets anders, dan ligt het nationaal park de Meinweg om de hoek. Dat is een kwartiertje met de trailer of ruim een uur te paard.

Paard-loze toerist

Voor deze groep van recreanten is verder hetzelfde van belang als voor de toerist die met zijn paard een aantal dagen op bezoek komt. Mooie natuur, veilige paden, een vertreklocatie waar vooraf of na afloop iets genuttigd kan worden, voorzien van een acceptabele parkeerfaciliteit. Een laatste groep die ik wil benoemen is de toerist die zonder paard Limburg wil bezoeken, maar wel wil rijden. Voor deze groep is de bereikbaarheid van de plek met de paarden vanuit de slaapplek van belang. De paarden moeten geschikt zijn voor de beginner, maar ook voor de wat gevorderde ruiter. Zelf geven wij geen paarden mee aan deze doelgroep, maar er is zeker vraag naar. De lijn die ik bij alle categorieën benoem, van topsporter tot paardloze toerist, is kwaliteit. Kwaliteit van de accommodatie, kwaliteit van de ondernemer, kwaliteit van het landschap, kwaliteit van de paden en routes, kwaliteit van de paarden. Limburg kan aan een aantal van deze aspecten veel doen: Investeren, subsidiëren, stimuleren, aanjagen en opleiden. Daarmee kom ik op het punt om zelf een vraag te formuleren voor de volgende in deze reeks Kettingbrieven. Ik wil de vraag stellen aan Charlotte Custers, adjunct-directeur MBO van het Citaverde-college te Roermond.

Beste Charlotte,
Hoe ziet het paardenonderwijs er over vijf jaar in Limburg uit en met welke stappen heeft het Citaverde dat bereikt?
Met vriendelijke groet,
Herman Nijskens

[post_title] => 60. Herman Nijskens: 'Veel ondernemers zijn en voelen zich een duizendpoot' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 60-herman-nijskens-veel-ondernemers-zijn-en-voelen-zich-een-duizendpoot [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-08-28 09:54:26 [post_modified_gmt] => 2019-08-28 08:54:26 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=202796 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 202667 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-07-31 09:18:40 [post_date_gmt] => 2019-07-31 08:18:40 [post_content] =>

In deze editie geeft VVD-politicus en gedeputeerde Joost van den Akker een indruk van de rol die hij vervult op het gebied van sport waar collega-gedeputeerde en CDA-politicus Ger Koopmans kortgeleden verantwoordelijk voor was. Joost van den Akker houdt zich in de provincie Limburg niet alleen bezig met sport, maar ook met het onderwijs en de economie. Bij het doorsturen van de Kettingbrief heeft Ger Koopmans de vraag aan hem voorgelegd over de wijze waarop er een connectie is tussen de ontwikkelingsgang in de Limburgse paardensport en de Limburgse economie. De Kettingbrief verplaatst zich vervolgens naar paardenhouder Herman Nijskens die ook fractievoorzitter is van VVD Limburg.

Beste Ger,

Dank voor deze vraag, die ik graag beantwoord nu ik jou als gedeputeerde Sport opvolg. Paardensport is één van de twee zogenaamde ‘speerpuntsporten’ van de provincie Limburg.

Sportief en gezond

Sporten en dus bewegen is belangrijk voor onze gezondheid. Er zijn in de provincie wekelijks 14.000 paardensporters actief. Allerlei sportprogramma’s en de vele activiteiten en (top)evenementen die
mensen enthousiasmeren zijn daarvoor van belang. Maar ook de sociaal-maatschappelijke binding via de vele verenigingen en sportaanbieders. De paardensport voegt daar nog een extra dimensie aan toe door de unieke inzetbaarheid van het paard bij de zorg en persoonlijke ontwikkeling van mensen met bijvoorbeeld een geestelijke of lichamelijke beperking.

Ondernemerschap

De hippische sport professionaliseert in razend tempo. Dit vraagt ondernemerschap en het op een stevige manier verankeren van onze kennis en ons netwerk. Zo werken het Citaverde College en HAS Hogeschool Venlo inmiddels samen met het hippisch bedrijfsleven in de regio, met als doel om de hippische opleidingen verder te ontwikkelen en de doorstroming van onderwijs naar arbeidsmarkt te bevorderen. Veelal wordt de positie van sporters en coaches bepaald door ervaring of toptalent. Vernieuwing komt er dan ook niet zomaar. Daar liggen echt kansen, ook op het gebied van trainingscondities, voeding en materiaal voor dier én mens. Het zou goed zijn als hippisch Nederland daarmee een sterkere positie kan verwerven. Ook daarvoor is wel een musketiersmentaliteit, pioniersgeest en goed onderzoek nodig.

Paardensport-aanjager

De paardensport heeft economisch, maatschappelijk en sociaal een enorme impact in én om Limburg. Qua vestigingen voor paardensport en maneges staat Limburg na Drenthe en Friesland op de derde plaats. In 2017 was de omzet van de paardensector in Limburg 175 miljoen euro. De sector is goed voor zo’n duizend banen. Krachten bundelen is cruciaal. Met de Stichting Limburg Paardensport als belangrijke tussenschakel in de sector, maar ook richting overheden en andere relevante partijen, zetten wij hier de komende jaren op in.

Handelspositie

Nationaal en internationaal is er veel ‘verkeer’ van paarden en paardenkennis en allerlei daaraan gerelateerde producten en diensten. Limburg ligt in het centrum van de internationale paardensport. Om de aantrekkingskracht van onze regio verder te versterken zien wij voor de toekomst mogelijkheden om samen met het bedrijfsleven meer verbindingen te leggen in de keten van eicel tot sportpaard. Onze handelsmissies, die speciaal voor de sector worden georganiseerd, zijn belangrijk voor ons netwerk, geven ons een podium en verbreden onze kennis. In een cirkel van 150 kilometer rond Maastricht ligt het centrum van internationale paardensport in Europa. Deze regio ontwikkelt zich in rap tempo tot mondiale hotspot op het gebied van paardensport versterkt door grensoverschrijdende samenwerking op gebied van sport, ondernemerschap, fokkerij, handelen opleidingen. Bijvoorbeeld ons grootste hippisch netwerkevent van het jaar, het Limburgs Paardensport Gala, Jumping Indoor Maastricht, of de Dutch Open Eventing Masters in augustus en Limburg2020: het WK vierspannen in Kronenberg volgend jaar.

Recreatie en toerisme

Limburg beschikt inmiddels over 1.600 kilometer aan ruiter- en menroutes. In Midden-Limburg is een dekkend knooppuntennetwerk van ruiter- en menroutes gereed, in Noord- en Zuid-Limburg wordt hier nog aan gewerkt. Daarmee is er straks voor heel Limburg een routestructuur. Om die lokale economie en het toeristisch-recreatieve aanbod te bevorderen werken wij
momenteel samen met de KNHS aan een pilot voor het keurmerk PaardenWelkom, waardoor met de VVV’s en routebureaus de unieke lokale faciliteiten zichtbaar worden gemaakt. Het houden van paarden is direct verbonden aan het gebruik van de buitenruimte, en daarmee vormt het paard een aansprekende ‘brug’ tussen de maatschappij en het buitengebied. Paardenhouderij biedt veel mogelijkheden voor landschappelijke inpassing, herbestemmen van vrijkomende agrarische bedrijfslocaties en nieuwe functies in regionale gebieds- en natuurontwikkeling, zoals bijvoorbeeld begrazing in natuurgebieden. Limburg behandelt de paardensport dus niet als aparte tak van sport. Daarom geef ik graag de teugels door aan Herman Nijskens, houder van een paardenpension in Melick en zijn echtgenote Leonie, een begenadigd dressuuramazone.

Beste Herman,
Mijn vraag luidt: hoe kan Limburg voor het paardentoerisme sport en verblijfsrecreatie verder verbeteren?
Met vriendelijke groet, Joost van den Akker

[post_title] => 59. Joost van den Akker: 'Paard ‘brug’ tussen maatschappij en buitengebied' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 59-joost-van-den-akker-paard-brug-tussen-maatschappij-en-buitengebied [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-07-31 09:25:01 [post_modified_gmt] => 2019-07-31 08:25:01 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=202667 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 202491 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-07-10 08:45:13 [post_date_gmt] => 2019-07-10 07:45:13 [post_content] =>

CDA-politicus en gedeputeerde Ger Koopmans heeft het verzoek gekregen van Marco Zeekaf, de voorzitter van Equestrian Centre De Peelbergen in Kronenberg, na te denken over de koers van de paardensector. In het verleden heeft Ger Koopmans zich in Limburg al ingezet voor de paardensport. In deze aflevering beschrijft hij welke wegen er bewandeld worden bij het op poten zetten van een internationaal samenwerkingsverband. Speelt de provincie Limburg een rol bij deze globalisering? Uiteindelijk draagt Ger Koopmans de Kettingbrief over aan de collega-gedeputeerde die voortaan verantwoordelijk is voor sport: VVD-politicus Joost van den Akker.

Beste Marco,

Dank voor deze vraag, die ik als Gedeputeerde Sport graag beantwoord. Laat ik allereerst beginnen met de plek die de paardensport in Limburg inneemt, en welk belang de Provincie Limburg hecht aan de sport. In ons Uitvoeringsprogramma Sport wordt paardensport genoemd als één van de twee speerpuntsporten van de Provincie Limburg. Als Provincie ondersteunen wij de paardensport in Limburg op diverse vlakken. Doel er van is om deze discipline naar een hoger niveau te tillen.

Limburgs Paardensportplan

In 2010 is het Limburgs Paardensportplan gepresenteerd. Daaruit voortvloeiend is in 2014 de Stichting Limburg Paardensport opgericht. Dit is een zelfstandig opererende netwerkorganisatie die de afgelopen jaren vooral op de achtergrond een rol heeft gespeeld in de totstandkoming van allerlei projecten en ontwikkelingen. Dat gebeurde via het smeden van samenwerkingsverbanden met belanghebbenden uit de Limburgse paardensector. Daardoor is het bijvoorbeeld mogelijk om, samen met gemeenten, op lokaal niveau de paardensector te ontwikkelen en groei te stimuleren. Dat gebeurt op verschillende gebieden en beleidsvelden: denk aan sport, economie, opleidingen, landschap, recreatie, toerisme en branding.

Paardensport als speerpunt

De paardensport heeft economisch, maatschappelijk en sociaal een enorme impact in Limburg. Wij hebben in 2017 het Utrechtse Mulier Instituut onderzoek laten doen naar het economisch belang en de potentie van de paardensector in Limburg. In het genoemde jaar was de omzet van de paardensector in Limburg 175 miljoen euro. Deze is sinds 2009 met 28 procent gegroeid. Limburg telt maar liefst 1.221 organisaties die geheel of gedeeltelijk werkzaam zijn in de paardensector. De sector is goed voor 870 betaalde arbeidsplaatsen, die door 1.100 personen worden ingevuld. Naar verwachting investeert de sector de komende vijf jaar in totaal 88 miljoen euro, gemiddeld dus bijna 18 miljoen euro per jaar. Daarnaast beschikt Limburg over 1.600 kilometer aan ruiter- en menroutes, en zijn er in de provincie wekelijks 14.000 paardensporters actief. Gelet op het aantal vestigingen voor paardensport en maneges staat Limburg na Drenthe en Friesland op de derde plaats.

Mondiale hotspot

Onze regio ontwikkelt zich in snel tempo als een mondiale hotspot in de paardensector. Equestrian Centre de Peelbergen in Kronenberg speelt hierin een cruciale rol, evenals het unieke netwerk waarover wij hier met zijn allen beschikken en het ondernemerschap dat in Limburg wordt getoond. Wij zijn het erover eens dat de sector ook internationaal meer moet gaan samenwerken om Nederland als paardenland verder op de kaart te zetten. Krachten bundelen is daarvoor cruciaal. Hier in de regio werken wij daar hard aan.

Vliegwiel

Een zin in het Limburgse Paardensportplan luidt: ‘Wie zijn toekomst niet zelf bepaalt, krijgt hem toegewezen’. Steeds meer resultaten van projecten in Limburg zijn een belangrijk vliegwiel voor ontwikkelingen op landelijk niveau. Denk bijvoorbeeld aan de geslaagde poging van diverse partijen in de grensregio om tot transportafspraken met Duitsland te komen. Het gaat daarbij om het vervoer van paarden die voor sport- en vrijetijdsdoeleinden worden ingezet. Wij zijn er trots op dat in dat kader recentelijk met Duitsland een principeovereenkomst is bereikt om paarden voor de sport en buitenritten vrij te stellen van het gebruik van een gezondheidscertificaat, zoals dat in België en Frankrijk al langer het geval is. De paarden kunnen daardoor sneller en eenvoudiger de grens over, en dat komt de sport en de economie ten goede. Los van behaalde successen participeren we in projecten met België en Duitsland, en delen we onze kennis regelmatig met andere provincies.

Samenwerking internationaal

Limburg is vanwege het paardensportbeleid en de aanwezige faciliteiten populair in de internationale paardensportwereld. De topevents om de hoek in Aken (CHIO), Valkenswaard en Lanaken zetten de regio verder op de kaart. De handelsmissie naar de Wereldruiterspelen in Tryon (VS) van vorig jaar, en een vervolg daarop begin volgend jaar, zijn andere acties die wij inzetten om internationaal relevante partijen op te zoeken. Een andere mogelijkheid daarvoor is het WK vierspannen dat in 2020 op Equestrian Centre de Peelbergen in Kronenberg plaatsvindt.

Internationalisering

Wat is nu de feitelijke situatie? In een cirkel van 150 kilometer rond Maastricht ligt het centrum van internationale paardensport in Europa. En deze regio ontwikkelt zich in rap tempo tot mondiale hotspot op het gebied van paardensport. Grensoverschrijdende samenwerking op gebied van sport, ondernemerschap, fokkerij, handel en opleidingen zal de regio verder versterken. In 2018 is door Limburg Paardensport in samenwerking met de Duitse ontwikkelingsmaatschappij van de Kreis Viersen en met ondersteuning vanuit het Europese grensoverschrijdend programma INTERREG het project Equicross Potentials gestart. De Kreis Viersen was projectleider. Doel was om aanknopingspunten te vinden voor meer grensoverschrijdende samenwerking in het kader van ontwikkeling van de paardensport en de paardensector in de grensregio. Het project is inmiddels afgerond en wordt tijdens het ‘Weltfest des Pferdesports CHIO Aachen’ gepresenteerd. Dé plek - net over de Nederlandse grens - om de resultaten te presenteren. Dit is met recht het wereldfeest van de paardensport.

Overige aandachtspunten

Natuurlijk zijn er nog voldoende aandachtspunten voor ons als Provincie Limburg. Zoals:
- Het inzetten en benutten van internationale netwerken bij grote internationale topsportevenementen in de paardensport (Jumping Indoor Maastricht (JIM), de internationale wedstrijden in Horst en de WK’s) waarbij ook andere provincies, euregio’s als ook politiek en bedrijfsleven worden uitgenodigd.
- De aaibaarheidsfactor van paarden dient nog beter benut te worden. Paarden wekken immers bij veel mensen genegenheid op. - De cross-overs met toerisme en economie (het ontwikkelen van een kwaliteitslabel), het gebruik van de openbare ruimtes voor routestructuren met de wielersport (mountainbike) en de daarmee samenhangende arrangementen zullen we met elkaar moeten blijven opzoeken.
- Ook de reguliere Limburgborrel in Den Haag en Brussel benutten om de paardensport nog beter op de kaart te zetten.
Tot slot sluit ik deze kettingbrief af met een vraag voor mijn collegagedeputeerde Joost van den Akker, die van mij het stokje overneemt op het gebied van sport.

Beste Joost,
Mijn vraag luidt: ‘Op welke manier ontstaat er een stevige link tussen ontwikkelingen in de Limburgse paardensport en de Limburgse economie?’ Met vriendelijke groet,
Ger Koopmans

[post_title] => 58. Ger Koopmans: 'Regio ontwikkelt zich als mondiale hotspot' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 58-ger-koopmans-regio-ontwikkelt-zich-als-mondiale-hotspot [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-07-24 09:03:42 [post_modified_gmt] => 2019-07-24 08:03:42 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=202491 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) ) [post_count] => 6 [current_post] => -1 [in_the_loop] => [post] => WP_Post Object ( [ID] => 202844 [post_author] => 25 [post_date] => 2019-09-04 09:39:24 [post_date_gmt] => 2019-09-04 08:39:24 [post_content] =>

In de afgelopen twee afleveringen van de Kettingbrief zijn de ontwikkelingen uitgelicht binnen het Limburgse paardenonderwijs. Vorige week maakte Vilja Ehrens, de echtgenote van springbondscoach Rob Ehrens, gebruik van de gelegenheid om een eigen stagiair aan het woord te laten in de Kettingbrief. In deze editie vertelt Timon van Leiden, BBL-student bij het CITAVERDE College, over zijn persoonlijke ervaring met de opleiding tot bedrijfsleider paardensport en -houderij. Zijn stageperiode bij stal Ehrens in Weert komt ook ter sprake. Voor het vervolg wendt Timon van Leiden zich tot voormalig internationaal springruiter Piet Raijmakers.

Beste Vilja,

Je hebt me in de hieraan voorafgaande brief de volgende vraag gesteld: hoe draagt de opleiding bij aan jouw toekomst als échte paardenman? Een moeilijke vraag, maar ik zal in deze brief proberen daar zo goed mogelijk antwoord op te geven. De opleiding MBO BBL Bedrijfsleider paardensport en -houderij is een praktische driejarige opleiding. De nadruk ligt op je individuele ontwikkeling in het stagebedrijf. Al werkend verbeter je je kennis en vaardigheden. Het theoretische gedeelte is bedoeld als kader en er worden praktijkdagen georganiseerd om het rijden en lesgeven te verbeteren. Maar ben je na afronding van deze opleiding dan op weg om een echte paardenman te zijn?

Maximale inzet

Er komen steeds meer initiatieven voor jeugdruiters om een kans te krijgen zich te ontwikkelen. Dat is heel goed denk ik. Met een gerichte opleiding zoals het CITAVERDE onderscheid je je van de hobbyruiters. Hoe je je verder als paardenman ontwikkelt, ligt volgens mij ook voor een groot deel aan de kansen die je krijgt. Ik ben ervan overtuigd dat je door keihard te werken, met een enorme motivatie en bedrevenheid je ook kansen kan creëren. Daarbij moet je kunnen omgaan met tegenslagen, mentaal weerbaar zijn en heel veel doorzettingsvermogen hebben. Dat leer je niet op een opleiding, maar misschien wel op een goed stagebedrijf. Door maximale inzet kun je bovendien ook beter gebruik maken van de kansen die je krijgt. Om terug te komen op jouw vraag, denk ik dat een echte paardenman zich kenmerkt door heel veel kennis, ervaring en kunde. Maar vooral ook door bevlogenheid en bedrevenheid. De eerste kenmerken kun je opdoen door veel ervaring en een opleiding zoals het CITAVERDE te volgen, maar de laatste twee kenmerken zeggen iets over je eigen persoonlijkheid. De opleiding van het CITAVERDE is na drie jaar afgerond, maar de opleiding tot echte paardenman is levenslang.

Nieuwe inzichten

In de opleiding wordt gewerkt met de basiskennis van vroeger, maar worden ook nieuwe inzichten geïntroduceerd, zoals bijvoorbeeld de effecten van een paardenmasseur en -tandarts, maar ook de verschillende systemen van rijden komen aan de orde. Deze brede kennis draagt bij aan nieuwe inzichten. In de paardenwereld komen naast alle theorieën en gewoonten van vroeger ook steeds meer nieuwe ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan ontwikkelingen rondom hoefbeslag.
Ik kan me voorstellen dat de echte paardenmensen van vroeger soms moeite kunnen hebben met deze ‘nieuwe’ ontwikkelingen. Die paardenmensen van ‘vroeger uit’ zijn wel de basis van alles waar we nu op door kunnen bouwen. Ik denk dus dat een echte paardenman van deze tijd zeker die belangrijke basis moet hebben, maar natuurlijk ook moet kunnen meegaan in de toekomstige paardenwereld.
Ook is er een groot verschil tussen iemand die alleen goed kan paardrijden en een paardenman die veel kennis van het vak heeft. Mijn doel is om dat te kunnen combineren. Ik hoop dat veel andere studenten op mijn opleiding daar ook in willen slagen, want daar kunnen we de volgende generaties uiteindelijk ook mee opleiden waardoor de kennis van vroeger blijft bestaan.

Eindhovense manege

Ik kom zelf niet uit een professioneel paardengezin. Mijn vader heeft niet veel met paarden. Mijn moeder wel, maar heeft er nooit haar werk van gemaakt. Via haar ben ik geïnteresseerd geraakt in de paardensport. Die interesse is bij mij begonnen op de Eindhovense manege, waar ik als zevenjarige één keer in de week mocht paardrijden. Dat werd later twee keer en toen ik tien jaar was, kwam er een eigen pony. Daarmee ben ik begonnen met springlessen en later ben ik ook wedstrijdjes gaan rijden. Ik heb tot mijn vijftiende bij de pony’s gereden. Daarna hebben we de overstap moeten maken naar een paard.
Mijn ouders hebben me altijd gesteund en ook vrijheid gegeven. Daardoor bleef ik altijd geïnteresseerd en werd het een echte passie. Ik heb er altijd hard voor moeten werken en door de jaren heen ook te maken gekregen met serieuze blessures. Dit is op het moment soms lastig, maar je krijgt er wel doorzettingsvermogen van, wat je later altijd ten goede komt. Toen ik in de derde klas van de havo zat, was ik op zoek naar een mogelijkheid om verder te komen in de sport en mijn kennis te verbreden. Ik vroeg zodoende of ik in de meivakantie twee weken kon meehelpen bij Piet Raijmakers. Daar heb ik veel geleerd en raakte ik nog gemotiveerder om verder te willen in de paarden. Vervolgens heb ik de overstap gemaakt van 3 havo naar het mbo op het CITAVERDE. Vanaf het begin van de opleiding is Stal Ehrens mijn stagebedrijf. Dit leek mij een heel fijne plek om te kunnen werken en leren. Ook om hier terecht te komen heb ik zelf initiatief moeten nemen. Dit soort kansen komen namelijk niet aanwaaien. Ik ben nog iedere dag blij met de keuzes die ik heb gemaakt. Ze brengen mij steeds wat dichter bij mijn doel.

Leerzame tijd

Om samenvattend een antwoord te geven op jouw vraag: hoe draagt de opleiding bij aan jouw toekomst als échte paardenman? Dan denk ik dat de opleiding mij zeker kansen heeft gegeven. Door de opleiding ben ik op het goede pad terechtgekomen en heb ik ook nieuwe mensen leren kennen in de paardenwereld. Bovendien heb ik via de opleiding veel theoretische kennis opgedaan. Dit legt weer een verbinding met de praktijk. Zoals ik zei, ligt de mate waarin de opleiding bijdraagt aan je eigen toekomst voor een groot deel bij jezelf. Een goed stagebedrijf is daarin misschien nog het belangrijkst.
Ik heb een heel fijne en leerzame tijd bij Stal Ehrens. Ik heb geleerd zelfstandig een bedrijf te managen en rijtechnisch heb ik ook vooruitgang geboekt door een groot aantal paarden te kunnen rijden. Met mijn eigen paard heb ik mezelf doelen gesteld en ga daar in het laatste jaar nog hard voor werken. Ik hoop in de toekomst een mooie baan te bemachtigen, waarin ik mezelf nog meer kan ontwikkelen als paardenman, want ik ben nog steeds enorm gemotiveerd! Ik geef deze pen graag door aan Piet Raijmakers. Hij heeft mij geïnspireerd om verder te willen in de paardensport en zet zich nu met zijn team in voor talentvolle jonge ruiters.

Beste Piet,
Ik zou jou graag de volgende vraag willen stellen: hoe zie jij de toekomst voor jonge ruiters/amazones zonder ‘opstapje’ van huis uit?
Met vriendelijke groet,
Timon van Leiden

[post_title] => 63. Timon van Leiden: 'Dit soort kansen komen niet aanwaaien' [post_excerpt] => [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => 63-timon-van-leiden-dit-soort-kansen-komen-niet-aanwaaien [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2019-09-04 09:39:27 [post_modified_gmt] => 2019-09-04 08:39:27 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.paardenkrant.nl/?p=202844 [menu_order] => 0 [post_type] => post [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [comment_count] => 0 [current_comment] => -1 [found_posts] => 63 [max_num_pages] => 11 [max_num_comment_pages] => 0 [is_single] => [is_preview] => [is_page] => [is_archive] => 1 [is_date] => [is_year] => [is_month] => [is_day] => [is_time] => [is_author] => [is_category] => 1 [is_tag] => [is_tax] => [is_search] => [is_feed] => [is_comment_feed] => [is_trackback] => [is_home] => [is_privacy_policy] => [is_404] => [is_embed] => [is_paged] => [is_admin] => [is_attachment] => [is_singular] => [is_robots] => [is_posts_page] => [is_post_type_archive] => [query_vars_hash:WP_Query:private] => e490d042020bcab59994e4a2f24386bf [query_vars_changed:WP_Query:private] => [thumbnails_cached] => [stopwords:WP_Query:private] => [compat_fields:WP_Query:private] => Array ( [0] => query_vars_hash [1] => query_vars_changed ) [compat_methods:WP_Query:private] => Array ( [0] => init_query_flags [1] => parse_tax_query ) )

63. Timon van Leiden: ‘Dit soort kansen komen niet aanwaaien’

62. Vilja Ehrens: ‘Horsemanship blijft de belangrijkste schakel’

61. Charlotte Custers: ‘Droombeeld studenten wordt aan de realiteit getoetst’

60. Herman Nijskens: ‘Veel ondernemers zijn en voelen zich een duizendpoot’

59. Joost van den Akker: ‘Paard ‘brug’ tussen maatschappij en buitengebied’

58. Ger Koopmans: ‘Regio ontwikkelt zich als mondiale hotspot’