Ga naar hoofdinhoud

66. Diederik van Silfhout: ‘Het was geen tafeltje dekje’

Grand Prix-dressuurruiter Diederik van Silfhout heeft de Kettingbrief ontvangen uit handen van Monique van der Heijden, projectleider Topsport en Talentontwikkeling bij de KNHS. Diederik van Silfhout behoort tot één van de voormalige talenten uit het Rabo Talententeam. Alhoewel de sport hem van huis uit met de paplepel is ingegoten, heeft hij door deelname aan het Rabo Talentenplan ook extra ondersteuning gekregen vanuit de KNHS. In deze aflevering vertelt de ruiter uit Lunteren op welke manier hem dat heeft gevormd tot een succesvolle internationale Grand Prix-ruiter. Volgende week vallen we met de deur in huis bij hengstenhouder Gert Willem van Norel van de Pretendenthoeve in Wapenveld.

Beste Monique,

Ik heb heel veel goede herinneringen overgehouden aan het Rabo Talentenplan. Het was super leuk, ook samen met de spring- en eventingruiters. We waren echt een team. Alle ruiters uit het Talententeam praatten toen veel met elkaar, bovendien werden er ook stalbezoeken gehouden. Ik heb daar echt wel veel van geleerd. Je wordt er alleen maar wijzer van als je erachter komt hoe anderen tegen bepaalde zaken aankijken.

Mediaschuw

Toen ik nog bij de jeugd reed, lukte het me elk jaar om in het team terecht te komen. Ik behoorde altijd een beetje tot de beste drie of vier jeugdruiters. De toenmalige bondscoach selecteerde in die periode de ruiters voor het Rabo Talentenplan. Blijkbaar hebben ze toch iets in me gezien, want anders hadden ze me niet voorgedragen als talent. Het eerste jaar dat ik in het Rabo Talententeam kwam, was ik mediaen mensenschuw. Ik was heel verlegen. Ik had moeite met de media omdat ik niet wist wat ik moest zeggen. Daarbij kwam ook nog kijken dat ik op concours best veel problemen had met mijn zenuwen. Vroeger had ik al last van spanning als ik met mijn pony op wedstrijd moest. Dat zat dus in me.
Via het Rabo Talentenplan ben ik in contact gekomen met Humberto Tan en Marl van der Toorn. Zij interviewden me om te kijken hoe ik als persoon was. Dat had als gevolg dat ik op een gegeven moment een advies kreeg. Ik moest mediatraining volgen en naar een sportpsycholoog gaan om aan de slag te kunnen met mijn problemen. Dus juist met datgene waar ik zoveel moeite mee had. Met de mensen van het Rabo Talentenplan werd er toen een heel duidelijk plan opgezet waar ik mijn budget aan kon besteden. Alles ging dus in overleg en kwam op papier te staan. Er moest wel een bepaalde motivatie zijn vanuit mijn kant en ook ontwikkeling worden getoond.

Zenuwen onder controle

Door de mediatraining en sportpsychologie heb ik echt geleerd hoe ik met de media en mijn eigen stress om moet gaan. Ik was nog heel jong en het is heel goed geweest om te leren hoe ik mijn zenuwen onder controle kon houden. Ik heb daar heel veel aan gehad. Ik heb geleerd wat er met mijn paard gebeurde op het moment dat ik stress had. De afgelopen tien jaar heb ik helemaal geen problemen meer ondervonden door mijn wedstrijdstress. Het is gewoon weg. Natuurlijk ben ik wel zenuwachtig. Ik heb gezonde spanning, maar de begeleiding vanuit het Talentenplan heeft eraan bijgedragen dat ik dat onder controle heb gekregen. Je kunt nog zulke goede paarden onder je kont hebben of de beste trainer van de wereld naast je hebben staan, het komt niet goed als je in de heg over staat te geven van de zenuwen op het moment dat het in de ring moet gebeuren.
In principe kon ik altijd een beroep doen op de begeleiding van het Talentenplan. Zeker op die leeftijd, als je bij de pony’s, children, junioren, young riders of U25 rijdt, is het gewoon heel belangrijk dat er begeleiding is. Je zult een keer falen en een keer winnen. Dat hoort er allemaal bij. Op een gegeven moment moet je leren om daarmee om te gaan en kunnen relativeren. Je leert de draad weer op te pakken en vervolgens probeer je beter te worden. Daarin heeft het Talentenplan me heel erg gestimuleerd. Het heeft er wel erg aan bijgedragen dat ik me hier bewust van ben geworden. Mijn topsportcarrière nam een vogelvlucht. Voor mij is dat wel ideaal geweest.

Moeilijke paarden

Uiteindelijk heb ik zeven jaar in het Rabo Talententeam gezeten; tot mijn 22e in 2010. Ze kozen toen de twaalf meest belovende of goed presterende jeugdruiters uit voor het Rabo Talententeam. Ik vraag me ook af wanneer je alles in huis hebt. Het is maar net hoe je het bekijkt. Toen ik bij de jeugd begon, reed ik niet de makkelijkste paarden. Mijn vader en ik hadden een goede stal, maar het was voor mij geen tafeltje dekje. Ik moest er echt wel wat voor doen. Ik kreeg wel paarden te rijden met kwaliteit, aan de andere kant waren dat moeilijke paarden. Het waren meestal paarden die een probleem hadden en het bij andere ruiters niet deden. Wij hadden ook niet de centen om een paard te kopen van zes ton. Wij moesten de paarden zelf opleiden. Mijn vader wilde me daar wel bij helpen, maar ik moest het ook zelf doen.

Nooit uitgeleerd

Vanaf het begin heb ik altijd gezegd dat ik uiteindelijk het beste uit mezelf en mijn paarden wilde halen. Als je daar voor de volle honderd procent voor gaat, kun je ook ver komen. Je kunt nog zoveel paarden rijden, maar als je die verwachting niet waar kunt maken, ben je nog nergens.
Als je de boel echt goed op orde wilt houden, is het raadzaam dat er iemand meekijkt. Dat is erg belangrijk. Je bent nooit uitgeleerd. Niemand kan het alleen doen. Degene die zegt dat dat wel kan, daar komt niks van terecht. Mijn vader staat heel vaak langs de kant van de rijbaan. Dat gebeurt alleen niet 24 uur per dag, zeven dagen per week, maar zo’n twee of drie keer in de week. Mijn vader is veel weg, dus ik doe ook veel zelf. Hij staat ‘s morgens weleens in de bak en hij kijkt met me mee als hij zelf aan het rijden is. Of we spreken af dat we drie paarden samen doen.
Ik denk dat hengstenhouder Gert Willem van Norel een interessant vervolg kan geven aan mijn verhaal. Wij hebben een aantal paarden samen. Vijftien jaar geleden zijn wij gaan samenwerken. Ik zat toen nog in het Rabo Talententeam. Van Norel belde mijn vader destijds omdat hij een jonge hengst had. Hij vroeg zich af of wij interesse hadden om die hengst te trainen. Zo is het begonnen. Je hebt deze mensen toch nodig, anders komt het niet goed.

Beste Gert Willem,
Ik ben benieuwd hoe jij aankijkt tegen de jonge talenten van nu en de jonge paarden uit jouw fokkerij. Hoe zie jij dat in de toekomst samen?
Met vriendelijke groet,
Diederik van Silfhout

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.