Ga naar hoofdinhoud

51. Jillert Anema: ‘Belangrijkste dat er aan het lijf wordt gewerkt’

In de voorgaande Kettingbrief schreef Joyce Heuitink, de bondscoach van het para-dressuurteam, dat zij haar licht ook opsteekt bij andere sporten. Bij de overdracht werd duidelijk dat topschaatscoach Jillert Anema een goede bekende is. De vragen die zij hem toespeelde, hebben betrekking tot de toegevoegde waarde van een intensieve dagelijkse ploegsamenwerking. Wat is volgens Jillert Anema de meest succesvolle en consistente aanpak voor het wedstrijdseizoen? Hoe beleeft hij de groepsdynamiek wanneer mannen en vrouwen samen trainen voor de mass-start als ze voor elkaar moeten rijden? Jillert Anema richt zich hierna tot internationaal reiningkampioen Rieky Young.

Beste Joyce,

Ik werk hier heel graag aan mee. Ik ken jou doordat we tegelijkertijd de Master Coach opleiding hebben gevolgd. We zijn toen bij vrijwel alle deelnemende coaches op bezoek geweest. Jullie hebben een belangrijke schaatswedstrijd bijgewoond om te kijken hoe het bij ons in zijn werk ging zodat duidelijk werd waar de coaching omdraaide. Gedurende de opleiding kwam er ook een dagdeel een specialist aan het woord over uiteenlopende vakken, bijvoorbeeld over het menselijk lichaam, natuurkunde of over psychologie. ‘s Avonds of tijdens de les hadden we intervisie zodat naar voren kwam hoe we dit voor onze sporten konden inzetten. Ik heb jou ervaren als een heel plezierige collega. Ik volg nog steeds waar jij mee bezig bent en de resultaten die je behaalt. We komen elkaar nog jaarlijks tegen op de military van Boekelo. Mijn vrouw is ook een groot paardenliefhebster. Zij rijdt western.

Prestatieverbetering

Als je de Dikke Van Dale openslaat en leest wat training betekent, dan is dat het systematisch en regelmatig beoefenen van arbeid dat tot prestatieverbetering leidt. Hier komt dus systematiek, regelmaat en prestatieverbetering bij kijken. Je kunt ervan uitgaan dat een prestatieverbetering een persoonlijk record is; dat kan bijvoorbeeld de snelste tijd zijn in Thialf of in Europa. Als we trainen, werken we dus aan de verbetering van de beste persoonlijke prestatie van iemand. Met mijn team streef ik naar een bepaalde opbouw. Het belangrijkste van seizoensopbouw is dat er aan het lijf wordt gewerkt om meer bloedvaten en spiervezels te kweken. Ik wil het lijf sterker maken. Dat doen we door de training te periodiseren. Een bepaalde periode werken we aan het lijf en een bepaalde periode aan het schaatsen. Stel dat iemand over veel conditie beschikt en niet moe wordt, dan is het handiger dat diegene een betere coördinatie krijgt om nog harder te kunnen. Op dat moment is het schaatsen belangrijk. Door een betere coördinatie van het schaatsen kan hij een nog hogere snelheid halen. Wij kunnen daar makkelijk verbetering in zien omdat wij de wedstrijdrondetijd bijhouden. Bovendien rijden wij op ijsbanen waar geprobeerd wordt om onder vergelijkbare omstandigheden te kunnen rijden. Bij paarden zou het puissance-springen daar het meest geschikt voor zijn omdat je heel eenvoudig kunt zien hoe hoog een paard springt. Ikzelf ben daar alleen geen voorstander van, want het puissance-springen is niet voor niks omstreden. Je kunt ook naar de snelheid van de proef kijken om er achter te komen of het paard beter is geworden.

Aan elkaar optrekken

De dagelijkse samenwerking van de ploeg vindt met name plaats tijdens trainingskampen. Het voordeel daarvan is dat je van elkaar leert tijdens het trainen en elkaar stimuleert. Een hoge kwaliteit van training werkt echt prestatie bevorderend. De ene persoon fietst, skeelert of loopt harder en een ander springt weer hoger. Zo kunnen ze zich aan elkaar optrekken tijdens de training. Ja, dat stimuleert ontzettend. We proberen ook te begrijpen waar het bijvoorbeeld aan ligt dat iemand de berg harder op fietst. We zijn met elkaar onderweg. Het zou niet bevorderend werken als we elkaar niet zouden kunnen uitstaan. Pas als je lekker in je vel zit, kun je uit je lijf halen wat er in zit. Als ik merk dat iemand op een gegeven moment niet plezierig in de groep ligt en er geen lol in heeft, bespreek ik dat. Je moet wel plezierig met elkaar overweg kunnen. Het algemene doel is natuurlijk wel hard schaatsen. Schaatsers zijn over het algemeen individualisten. Bij de langebaan staan ze alleen op de streep. Dat houdt in dat iedereen over het algemeen goed gelijmd is omdat ze voor zichzelf op trainingskamp zijn. Men weet waar men mee bezig is. Ruziemaken zit er eigenlijk niet in.

Geluksfactor vergroten

Met name bij de mass-start en het marathonschaatsen gaat het om
teamsamenwerking en daar komt een hele tactiek bij kijken. Daar zijn heel andere waarden belangrijk, wil je de geluksfactor vergroten. Een mass-startrijder of een marathonschaatser is heel goed in het kopiëren van iemands slag. Eigenlijk hebben ze niet de mogelijkheid om de topsnelheid te halen van een langebaanrijder. Het gekke is dat als ze achter een langebaanrijder schaatsen ze dat wel kunnen. Ze stelen in feite de techniek van degene die voor hen rijdt omdat die ook de wind breekt. Ze behalen snelheden die ze eigenlijk nooit van hun leven zouden halen en worden daarbij niet moe. Als ze op het laatste rechte eind komen te rijden, is de koprijder kansloos omdat hij moe is en zijn snelheid heeft weggegeven aan de marathonrijders. Er is dus onderling competitie. Niemand wil eigenlijk op kop rijden of ze rijden zo snel dat er een gat ontstaat waardoor niemand van hun snelheid kan profiteren. Als je tactisch sterk bent, inzicht hebt en kennis hebt over je tegenstanders, weet je wanneer je een aanval kunt maken.

Techniek perfectioneren

De langebaanwereld begrijpt dit vaak niet omdat een tijdrit een heel technische sport is. De schaatsers die daar goed in uitblinken zijn tijdens de training heel introvert met zichzelf bezig om de techniek van hun slag te perfectioneren; zoals de timing van de afzet, de loop van de schaats en het optimaliseren van hun eigen snelheid. De training van een peloton gebeurt altijd op een lagere snelheid. Alle snelheden worden getraind op een
manier dat de schaatsers niet moe worden. Als de dames een snelste rondetijd van zevenentwintig seconden hebben en de heren een snelste rondetijd van vijfentwintig seconden is de pelotonsnelheid bij de heren zevenentwintig seconden waardoor de dames er keurig achteraan kunnen rijden. Zij zitten dan uit de wind en kunnen hun topsnelheid trainen en meetrainen met de heren op zesentwintig en halve seconden. Zo helpen ze elkaar. Ik geef de Kettingbrief door aan internationaal reiningkampioen
Rieky Young omdat ik vind dat er over het algemeen meer geschreven moet worden over reining. Er wordt daar echt te weinig aandacht aan besteed.

Beste Rieky,
Wat zijn jouw beste vaardigheden met reining en wat is daar de reden van? Gaat het je goed af of heb je een bepaald trucje of oplossing gevonden voor bepaalde handelingen? Waar heb jij de meeste moeite mee qua techniek waar je nog geen oplossing voor hebt kunnen vinden? Ik zou ook graag willen weten hoe lang de warming-up duurt van het paard. Wanneer is een paard gemiddeld genomen op z’n best voor zijn coördinatie en wanneer neemt zijn aandacht af? Doe jezelf eigenlijk ook van te voren aan een warming-up voordat je het paard gaat borstelen en op het paard gaat zitten?
Met vriendelijke groet,
Jillert Anema

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.